Nieuwe Hollandse waterlinie

Keuvelen over koetjes en kalfjes :-)

Moderators: Exjager, piot1940, Bram1940

Plaats reactie
dikkieturf
Berichten: 7
Lid geworden op: 15 jul 2013 08:02

Nieuwe Hollandse waterlinie

Bericht door dikkieturf » 17 jul 2013 05:53

Beste forumleden.

Ik zou graag de Nieuwe Hollandse waterlinie een beetje onder de aandacht brengen bij de Belgische fortenliefhebbers. De forten komen vrijwel ij de zelfde bouwperiode en hebben ook veel overeenkomsten. Ik zal delen van naslagwerken in de algemene chat plaatsen met de volgende opmerkingen:

De naslagwerken zijn niet compleet en zal dat waarschijnlijk nooit worden. Ook zullen er mogelijk fouten in staan of zijn verhalen niet compleet. Ik hou mij dus ten alle tijde aanbevolen voor aanvullingen, verbeteringen en bijzondere foto’s, tekeningen documenten, correspondentie en nieuwsberichten.

Info.waterlinie@gmail.com

Citaten uit het genieregister en andere documenten zijn geschreven in de die tijd gebruikelijke spelling.

Mocht u belangstelling hebben voor losse digitale foto’s, documenten e.d. kunt u deze aanvragen via:

http://informatie-forten.jouwweb.nl/

Dit geld voor materiaal uit mijn eigen collectie.

Dirk.
Ik bezit veel digitale informatie over de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de 1e en 2e wereldoorlog in Nederland. Het is gratis aan te vragen via mijn website:
http://informatie-forten.jouwweb.nl/

dikkieturf
Berichten: 7
Lid geworden op: 15 jul 2013 08:02

Re: Nieuwe Hollandse waterlinie

Bericht door dikkieturf » 17 jul 2013 06:00

Verdedigen met water

Algemeen:
Stelling: Nieuwe Hollandse Waterlinie
Adres: Van Muiderslot tot Loevestein
Van Zuiderzee tot Biesbosch
Object:
Gebouwd: Vanaf 1815
Gemoderniseerd: Vooral rond 1880
Gerestaureerd: Voortdurend
Afmeting: 85 kilometer lang, 2 tot 5 kilometer breed
Ca 150 vestingen, forten, batterijen, werken en waterwerken.
Toegankelijk: Voor een deel
Bijzonderheden: Is in zijn geheel genomineerd voor plaatsing op de UNESCO Wereld erfgoedlijst.
De waterwerken zijn cultuurhistorisch belangrijker dan de forten.

De 80 jarige oorlog

Bron: Wikipedia
Verdedigen met water begon al in de 80 jarige oorlog

De Tachtigjarige Oorlog (in de modernere geschiedschrijving ook wel De Opstand of de Nederlandse Opstand genoemd) is de naam voor een opstand en strijd in de Nederlanden (1568[1]-1648, met het Twaalfjarig Bestand in de jaren 1609-1621).
Deze oorlog begon als opstand van een van de rijkste gebieden van Europa, de Nederlanden, tegen het machtigste rijk in Europa, het Spaanse Rijk onder Filips II. Aanvankelijk trokken de uit zeventien gewesten bestaande Lage Landen min of meer gezamenlijk op, om een combinatie van religieuze, bestuursrechtelijke en fiscale redenen.
Na 1576 groeiden de noordelijke en zuidelijke Nederlanden echter steeds meer uit elkaar, vooral omdat de protestantse reformatie in het noordelijke deel dieper wortel had geschoten dan in het zuidelijke deel, waar (in Brussel) het machtscentrum van de (katholieke) Habsburgse bestuurders in de Lage Landen lag. Tijdens de oorlog ontstond in 1588 de noordelijke Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar het calvinisme de toon aangaf. In 1585 bezegelde de val van Antwerpen de scheiding van noord en zuid. De Zuidelijke Nederlanden bleven onder het bewind van een landvoogd die door de koning van Spanje benoemd werd. Het katholicisme bleef daar de enige toegestane godsdienst.
De eerste twintig jaar van de oorlog was de situatie voor de opstandelingen vrijwel steeds somber of wanhopig, maar rond 1590 keerde het tij van de oorlog definitief ten gunste van de Republiek. De imperial overstretch van het Spaanse Rijk, de bekwame militaire leiding van prins Maurits en de maritieme expansie van de Nederlanden, veelal ten koste van het Spaanse koloniale rijk, maakten de uiteindelijke triomf mogelijk van de Republiek, die zich ontwikkelde tot een wereldmacht. De 17e eeuw wordt beschouwd als de Gouden Eeuw voor de Republiek op economisch, wetenschappelijk en cultureel gebied. Voor de calvinisten was het ook de tijd waarin hun politieke invloed groter dan ooit ervoor of erna was en de nauwe band met het Huis van Oranje ontstond.

Begin van de opstand (1566-1576)

Met de succesvolle belegering van het Waalse Valencijn werd de eerste opstand door Spanje gebroken.
Toen de calvinisten die Valencijn bezetten weigerden een regeringsregiment binnen de muren toe te laten, werden zij op 17 september 1566 door het regeringsleger tot rebel verklaard, wat op 14 december door de regering in Brussel werd bevestigd, terwijl de koninklijke troepen op 6 december reeds begonnen waren de stad te belegeren. Op 27 december 1566 werden Vlaamse calvinisten en geuzen, die trachtten Valencijn te ontzetten, uitgemoord in Wattrelos.
In januari 1567 werd Doornik door regeringstroepen belegerd en veroverd. Oranje, Horne en Brederode weigerden intussen opnieuw de eed van trouw af te leggen die Margaretha van alle Nederlandse edelen eiste. Op 13 maart verloren de geuzen onder leiding van Jan van Marnix de Slag bij Oosterweel, waarbij Willem van Oranje, die toen nog gouverneur van Antwerpen was, verbood hulp te bieden aan de geuzen en de stadspoorten sloot. Burgemeester Antoon Van Stralen wist een dag later het oproer in Antwerpen te bedaren. Op 24 maart viel Valencijn, en toen de andere opstandige steden tegen mei ook heroverd waren op de rebellen, leek de opstand voorbij[2]. Op 15 april vertrok Willem van Oranje uit Breda naar zijn geboorteplaats, het Duitse Dillenburg, vanwaar hij later zelfs Alva zijn diensten aanbood.
Komst van de hertog van Alva

Filips II besloot dat de harde lijn gevolgd moest worden - ook om te voorkomen dat het voorbeeld gevolgd zou worden in de Spaanse gebieden in Italië - en op 29 november 1566 stelde hij de hertog van Alva aan als landvoogd van de Nederlanden om de opstand te beteugelen. De bijnaam van Alva was de ijzeren hertog[3], een naam die hij eer aandeed gezien zijn brute optreden.
Hij nodigde de edelen van de opstandige gebieden uit voor een gesprek. De meeste edelen doorzagen dat het een list was. Op 9 september werd de op de vlucht geslagen Antoon Van Stralen opgepakt en later ter dood veroordeeld. Een dag later werden Egmont en Horne gevangengenomen toen zij als weinigen wel op kwamen dagen bij Alva. Later werden beiden op beschuldiging van hoogverraad door de Raad van Beroerten ter dood veroordeeld. Nadat op 1 juni de eerste achttien edelen werden onthoofd op de Grote Markt van Brussel, volgden Horne en Egmont op 5 juni 1568, wat tot grote onrust onder de bevolking leidde.
Het was Alva die de gedenkwaardige woorden over het verdedigen met water neerschreef in een brief aan de Spaanse koning:
“Om alle oorden, ja zelfs het aller ellendigste gat, ligt een greppel vol water, waar eerst een brug over moet worden gebouwd voor men kan oversteken”.


Koninkrijk Holland onder Franse overheersing
Bron: Wikipedia


Lodewijk Bonaparte

(Ajaccio, 2 september 1778 – Livorno, 25 juli 1846), bijgenaamd de Lamme Koning en Lodewijk de Goede, was de jongere broer van keizer Napoleon I en de vader van de latere Franse keizer Napoleon III. In 1806 werd hij op last van zijn broer Napoleon Koning van het Koninkrijk Holland, nadat een Nederlandse delegatie hem op 5 juni 1806 daartoe had verzocht. Hij ging een eigen koers varen en kwam zelfs op voor de belangen van het Koninkrijk Holland. Dat leidde tot een conflict met zijn broer; in 1810 trad hij alweer af, waarop het Koninkrijk in zijn geheel werd geannexeerd door Frankrijk. De koning van Holland maakte zich snel geliefd omdat hij dicht bij het volk stond, hij werd 'Lodewijk de Goede' genoemd. Zijn optreden bij rampen werd nagevolgd door alle Nederlandse staatshoofden die na hem kwamen.
Bestuurlijke hervormingen
Rode draad tijdens Lodewijks bewind was het scheppen van nationale eenheid in een land waar het gewestelijk besef diep was geworteld. De koning verstevigde de greep van de centrale overheid op het lokale bestuur. In de ogen van Lodewijk moest het versplinterde Nederland een organische eenheid worden. Steden en gewesten voerden grotendeels een eigen beleid en trokken zich weinig aan van besluiten die in het verre Den Haag werden genomen. Lodewijk verdeelde het land in tien departementen en stelde aan het hoofd van elk een landdrost, die naar voorbeeld van de Franse prefect op lokaal niveau het regeringsbeleid in het oog hield. Burgemeesters in de grote steden werden voortaan benoemd door de vorst.

De landsverdediging
Lodewijk was zeer onder de indruk van de Oude Hollandse Waterlinie als verdedigingsmiddel. Een van zijn officieren, Cornelis Kraaijenhof wees hem op een aantal zwakke punten in deze linie. Onder andere lagen een aantal inundatiemiddelen “aan vijands zijde”. Ook het feit dat de stad Utrecht niet binnen het verdedigbare gedeelte lag was een doorn in zijn oog. Utrecht was, met name voor de logistiek een belangrijke stad. Lodewijk besloot om Cornelis de opdracht te geven om de Nieuwe Hollandse Waterlinie te gaan ontwerpen.

Cornelis Krayenhoff
Bron: Wikipedia

Corneli(u)s Rudolphus Theodorus baron Krayenhoff (Nijmegen, 2 juni 1758 - aldaar, 24 november 1840) was een Nederlands natuurkundige, arts, generaal, waterbouwkundige, cartograaf en tegen wil en dank korte tijd Nederlands minister van Oorlog.

In 1796 werd hij directeur van de Hollandse fortificaties en verhuisde naar Muiden. Vanaf 1798 was hij betrokken bij de nieuw te organiseren Rijkswaterstaat, nadat de soevereiniteit van de provincies was opgeheven. Hij woonde de veldtocht tegen de Russisch-Engelse invasie van 1799 bij (zie Slag bij Castricum) en adviseerde de legerleiding. Krayenhof was inmiddels begonnen met wat zijn levenswerk zou worden: de driehoeksmeting, zodat Nederland gedetailleerd in kaart kon worden gebracht.
Krayenhoff hield zich bezig met het vaststellen van het Amsterdams Peil. Lodewijk Napoleon was zeer op hem gesteld en bod hem diverse functies aan. Krayenhoff was tien maanden Minister van Oorlog en organiseerde de verdediging van Amsterdam. De aanleiding was een dreigende invasie van Napoleon Bonaparte. Daarmee gaf Krayenhoff de eerste aanzet tot de Stelling van Amsterdam, toen de Posten van Krayenhoff, soms ook wel de Oude Stelling van Amsterdam genoemd. Toen Napoleon dit ter ore kwam, moest Krayenhof worden ontslagen. Bij een ontmoeting toonde Napoleon alsnog interesse en benoemde hem in Parijs. Krayenhoff kreeg een aantrekkelijk aanbod uit Rusland, maar was bang voor de keizer. Zijn twee zonen zijn in 1812 naar Rusland geweest en raakten in gevangenschap. Zijn oudste zoon vocht in de slag bij Slag bij Waterloo tegen Napoleon waarbij hij gewond raakte.
Toen de stadsmuur van Amsterdam tussen 1803 en 1811 was afgebroken, nam hij het initiatief tot de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Hij is daarbij geassisteerd door Jan Blanken. In 1818 raakte Krayenhoff in opspraak over de problemen bij de bouw van vestingwerken in Charleroi. Zijn jongste zoon, kapitein-ingenieur Johan Krayenhoff, was betrokken bij de bouw van het fort Batavia in Nijmegen. De Koning gaf in 1826 toestemming om dit fort Kraijenhoff te noemen. In 1825 reisde hij met een fregat naar Suriname en Curaçao.
Krayenhoff kreeg in 1826 problemen over gepleegde oneerlijkheden bij de aanbesteding en over de bouw van de vestingwerken in Ieper en Oostende. In 1830 volgde zijn vrijspraak. Op 12 mei 1823 werd Krayenhoff tot Grootkruis in de Militaire Willems-Orde benoemd voor zijn bijdrage in het versterken van de Nederlandse Zuidgrens. Sinds 1826 stond hij op non-actief en schreef aan zijn memoires. Krayenhoff overleed op 82-jarige leeftijd en is aanvankelijk begraven in het fort Kraijenhoff. In verband met de voorgenomen sloop van genoemd fort is Kraijenhoff op 18 juli 1914 in een door de Regering aangekochte grafkelder op de begraafplaats Rustoord te Nijmegen herbegraven (graf W-0221). De oorspronkelijke grafsteen is naar het Krayenhoffpark aan de Krayenhofflaan verplaatst. Ook werd in 1934 in Nijmegen de Eerste Infanterie Kazerne naar hem vernoemd als Krayenhoffkazerne.
Werk
Paets van Troostwijk, A. & C.R.T. Krayenhoff (1787) De l'application de l'electricité à la physique et à la médecine. Verz. van hydrogr. en topogr. waarnemingen in Holland (1813). Précis historique des opérations géodésiques et astronomiques faites en Hollande (1815). Proeve van een ontwerp tot scheiding der rivieren de Waal en de Boven-Maas (1823). Geschiedk. beschouwing van den oorlog op het grondgebied der Bat. Republiek in 1799 (1825). De Lt.-gen. Bn. Krayenhoff voor het Hoog Mil. Geregtshof beschreven en vrijgesproken (1830)
Bijdr. tot de Vaderl. gesch. van 1808 en 1809 (1838). Bronnen, noten en/of referenties
H. Akihary, M. Behagel: De verdedigingsbouw in Nederland tussen 1795 en 1914. In: J. Sneep, H.A. Treu, M. Tydeman (red.): Vesting. Vier eeuwen vestingbouw in Nederland, Stichting Menno van Coehoorn, Den Haag, 1982.
Willem de Clerq: Woelige weken, November - December 1813. Oorspronkelijk verschenen in 1813. Griffioen, Amsterdam, 1988 (red. W. v.d. Berg), p. 94-5.
Levensbijzonderheden van de luitenant-generaal C.R.T. Kraijenhoff door hem zelven in schrift gesteld, en op zijn verlangen in het licht gegeven door Mr H.W. Tijdeman (1844).
Leo Turksma: Wisselend lot in een woelige tijd. Van Hogendorp, Krayenhoff, Chassé en Janssens, generaals in Bataafs-Franse dienst. Uitg. Van Gruting, Westervoort, 2005. ISBN 9075879253 / ISBN 9789075879254
Wilfried Uitterhoeve: Cornelius Krayenhoff 1758-1840, een loopbaan onder vijf regeervormen, Uitg. Vantilt, Nijmegen, 2009. ISBN 9460040136 / ISBN 9789460040139

De Nieuwe Hollandse Waterlinie.

De Nieuwe Hollandse Waterlinie is van de meest bekende verdedigingslinie uit de Nederlandse geschiedenis. Wat is er nu zo “Hollands” aan. Eigenlijk alleen het grote voorbeeld de (Oude) Hollandse Waterlinie. Napoleon was gefascineerd van de methode om een land te verdedigen met water. Hij begreep alleen niet dat een belangrijke stad als Utrecht die hij nodig had voor zijn logistiek (bevoorrading) niet binnen de linie lag.
Hij gaf aan het eind van de 18e eeuw aan Cornelis Krayenhoff de opdracht om voor hem de Nieuwe Hollandse Waterlinie te ontwerpen. Cornelis Krayenhoff was een Hollandse genieofficier in Franse krijgsdienst. De linie zou gaan lopen vanaf de Zuiderzee tot aan de Biesbosch. Het bleef echter bij een plan, Napoleon werd door zijn broer teruggehaald naar Frankrijk om dat hij te lief was voor de Nederlanders en het was Willem I die het idee overnam en opdracht gaf tot de bouw.

Het principe van verdediging.

Je bepaald welk deel van je land het belangrijkste is. In dit geval Noord Holland, Zuid Holland en de helft van de provincie Utrecht. Dan zorg je ervoor dat de vijand daar niet binnen kan komen. Hoe? Met veel water. Je laat grote gebieden onder water lopen, het zogenaamde inunderen, en je hoopt dat de vijand daar op vastloopt. De hindernis moest wel aan een aantal eisen voldoen.
Het inunderen moest snel kunnen gebeuren voor het geval de vijand het land onverwacht en snel zou binnenvallen. Dat betekende een enorme voorbereiding door het bouwen van permanente waterwerken zoals (waaier)sluizen, inundatiekanalen voor de aanvoer van water en forten die deze waterwerken weer moesten beschermen.
Het waterpeil moest niet te diep en niet te ondiep zijn. Kniehoogte was het mooiste . Dat hindert een soldaat bij het lopen, onderwater gelegen hindernissen zoals een sloot, greppel of iets dergelijks kon je niet zien. Ook kon je in het water niet echt dekking zoeken.

De linie
De linie loopt van de Zuiderzee tot de Biesbosch. De linie bestaat voornamelijk uit gebieden die onder water te zetten zijn. Zoals bij elke waterlinie, was het de bedoeling dat over de gehele lengte een geïnundeerd gebied zou ontstaan van ten minste enkele kilometers breed, dat tot een diepte van 30 tot 60 centimeter onder water zou komen te staan: te diep voor infanterie om nog in te kunnen oprukken, doch te ondiep voor normale vaartuigen. Gegeven de verschillen in het peil van de landerijen, was hiervoor een complex systeem van "onderwaterhuishouding" nodig. Het te inunderen gebied was hiertoe onderverdeeld in een fijnmazig netwerk van deelgebieden.
De Nieuwe Hollandse Waterlinie is in totaal drie keer als gevolg van oorlogsdreigingen geheel of gedeeltelijk onder water gezet: in 1870 (Frans-Duitse Oorlog), in de periode 1914-1918 (Eerste Wereldoorlog) en in 1939-1940 (Tweede Wereldoorlog).
Het merendeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie is nog intact. Bijna alle forten zijn er nog. De inundatievlaktes zijn echter sterk aangetast. Door verstedelijking, aanplant van bomen, en aanleg van infrastructuur is de strategische openheid sterk aangetast. Sommige forten zijn in verval geraakt, andere zijn (tot op zekere hoogte) gerestaureerd. Een aantal wordt voor andere doeleinden gebruikt, variërend van horeca of cultuur tot oefencentrum voor de Mobiele Eenheid.

De forten

Op plaatsen waar inundatie niet mogelijk was, of op plaatsen waar wegen de linie doorkruisten, bouwde men forten. Ieder fort dat men bouwde was aangepast aan de specifieke eisen die het landschap op die locatie stelde. Daarom is bijna ieder fort een uniek bouwwerk, behalve de dubbelgangers Fort Kijkuit en Fort Spion. Fort bij Tienhoven is ook gelijk aan de eerder genoemde werken, maar in spiegelbeeld gebouwd. Verder zijn Fort Blauwkapel en Fort Vossegat identiek.
De geïnundeerde gebieden vormden het hoofdbestanddeel van de verdediging. Door het water naderende vijandelijke troepen zouden worden afgeslagen met platte schuiten, voorzien van licht geschut; uitleggers geheten. De forten dienden ter verdediging van zwakke plekken in de linie (de accessen), en ter bescherming van de inundatiesluizen die het water toelieten en waarmee het waterpeil geregeld werd.

Aanpassingen
De aarden wallen en het lichte geschut maakten de Nieuwe Hollandse Waterlinie tot een zwakke linie. Door de veranderingen van het geschut rond 1860 en de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 bleek dat de linie onvoldoende bescherming bood. De linie is daarom diverse malen aangepast aan de eisen die werden gesteld aan de weerstand tegen verbeteringen aan geschut en munitie (onder andere de uitvinding van de brisantgranaat). Bij Utrecht werd de linie naar het oosten uitgebreid met de aanleg van een reeks nieuwe forten: het Hemeltje, Vechten, Rijnauwen, Hoofddijk, Ruigenhoek en de Gagel. Deze namen de taak van de Lunetten op de Houtense Vlakte, Fort Vossegat en Fort aan de Klop over.
Door veranderingen in de dracht van het geschut, kon volstaan worden met onderlinge afstanden tussen de te bouwen forten van 2 à 3 km. Hierdoor werd de wederzijdse verdediging van naast elkaar liggende forten mogelijk. Tussen de forten werden nog kleinere werken aangelegd zoals batterijen, opslagplaatsen en dekkingen voor manschappen.
Ook de vooruitgeschoven linie is in de loop van de tijd verschillende keren aangepast - de laatste keer begin 1940. De laatste aanpassingen bestonden uit het aanbrengen van betonkazematten en groepsschuilplaatsen. De werken zijn nog zichtbaar in het landschap, maar kennis over de locatie is wel noodzakelijk, omdat ze anders makkelijk gemist kunnen worden..
De forten waren zo laag mogelijk gebouwd en zien er voor een onoplettende voorbijganger uit als een geringe verhoging in het landschap, en zijn vandaag de dag meestal begroeid met bomen en struiken. Ze waren aan de voorzijde bedekt met een meerdere meters dikke laag aarde, die inslagen van vijandelijk geschut moest opvangen. Het bouwkundige gedeelte (aan de achterzijde) ligt vaak gedeeltelijk beneden het maaiveld, en is pas van dichtbij zichtbaar. De laatste jaren zijn bij de meeste forten informatieborden geplaatst, die de voorbijganger attenderen op de bijzondere aard van deze verhoging.

Grootschalige opknapbeurt
In februari 2008 is besloten de Nieuwe Hollandse Waterlinie op te knappen. Hiervoor is een bedrag van 150 miljoen euro gereserveerd. Deze afspraak is vastgelegd in het Pact van Rhijnauwen. De overheid, provincies, gemeentes, waterschappen en terreineigenaren hebben afgesproken de verschillende forten op te knappen en diverse fiets- en wandelpaden aan te leggen.

Monumentaal erfgoed beschermd als monument
De Nieuwe Hollandse Waterlinie is in 1995 door de Nederlandse staat toegevoegd aan de voorlopige Werelderfgoedlijst van UNESCO. Voor de definitieve plaatsing op de Werelderfgoedlijst is onder andere duidelijkheid nodig over hoe de Nederlandse overheid de linie wil beschermen.
Op 27 september 2009 maakte minister Ronald Plasterk van OCW in Utrecht bekend dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie op de lijst van Rijksmonumenten wordt geplaatst. Onderdelen van de waterlinie waren al monument, maar nu wordt de linie als geheel beschermd, inclusief de honderden bunkers, sluizen, dijken en vestingsteden. Volgens een nieuwe aanpak van de bescherming van rijksmonumenten kan nu ook de omgeving van de monumenten worden beschermd. Dit geldt voor landschappen, kanalen en dijken en heeft een beperkende invloed op bouwplannen voor woonwijken en autowegen in dit gebied, waaronder de plannen voor een nieuwe snelweg rond Utrecht.
Ook kan de plaatsing op de Rijksmonumentenlijst de kans vergroten dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie definitief in aanmerking komt voor plaatsing op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
In 2005 is de waterlinie aangewezen als Nationaal Landschap (omvang 41984 ha) door het Ministerie van VROM. Deze status ontleent het gebied aan het samenhangende systeem van forten, dijken, kanalen en inundatiekommen, het groene en overwegend rustige karakter en de openheid.

Bronnen, noten en/of referenties
• Wat is de Nieuwe Hollandse Waterlinie
• Gelders Archief: Fort Pannerden
• Nieuwe Hollandse Waterlinie wordt Rijksmonument, http://www.nos.nl; 27 september 2009.
Ik bezit veel digitale informatie over de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de 1e en 2e wereldoorlog in Nederland. Het is gratis aan te vragen via mijn website:
http://informatie-forten.jouwweb.nl/

dikkieturf
Berichten: 7
Lid geworden op: 15 jul 2013 08:02

Re: Nieuwe Hollandse waterlinie

Bericht door dikkieturf » 17 jul 2013 06:22

Algemene gegevens

Algemeen:
Stelling: Nieuwe Hollandse Waterlinie
Object: Fort aan den Ruigenhoekschendijk
Adres: Ruigenhoeksedijk t.o. 125
Postcode: 3737 MR
Plaats: Groenekan
Eigenaar: Staatsbosbeheer
Beheerder: Staatsbosbeheer
Afmeting: 12 hectare
Gebouwd: 1869 - 1870
Gemoderniseerd: 1879, 1914 – 1918, 1939 en jaren zestig (munitiewerkplaats)
Toegankelijk: Op verzoek en tijdens de fortenmaand

Waar bouwde men dit fort
.

Het fort ligt tussen de forten de Gagel en Blauwkapel op de splitsing, Kanonsdijk en Ruigenhoeksdijk in de gemeente Groenekan.

Ontwerp van het fort.

Het fort bestaat uit een regelmatige, gebastioneerde vierhoek met een bomvrije wachthuis, remises, verbruiksmagazijnen en schuilplaatsen.
Het is rondom omgeven door een natte gracht de toegangsbrug over deze gracht heeft een uitneembaar gedeelte. In de periode 1879 – 1880 is er bij de grote modernisering een bomvrije kazerne gebouwd.
In de periode 1914 – 1918 is het fort voorzien van een dubbele mitrailleurkazemat, observatieruimten en in 1939 groepschuilplaatsen van het type P uitgevoerd in beton en/of gewapend beton. In de omgeving van het fort zijn eveneens groepschuilplaatsen, groepsnesten en een tankversperring, type asperge aangelegd.

Waarom bouwde men dit fort.

Het fort is een van de zogenaamde vooruitgeschoven of gedetacheerde forten langs de oostzijde van Utrecht.

Het diende in eerste instantie om:
De ontsluitingskring rond Utrecht te vergroten in verband met het uitvinden van het getrokken geschut. Vanzelfsprekend kwam ook de verdediging van de Houtense Vlakte en het ondersteunen van de buurforten in het takenpakket.

Het fort dient in tweede instantie:
Ter afsluiting van de Ruigenhoekse Dijk en het verdedigen van de keerkade en de damsluis tussen twee inundatiekommen.

Het getrokken geschut was een bijzondere uitvinding. In de loop werden spiraalvormige z.g. trekken en felsen aangebracht. De granaat werd voorzien van een zacht koperen geleide band die bij het laden (aanzetten) in de trekken en felsen werd geperst. Als het schot afging volgde de granaat de spiraalvormige groeven en ging om zijn lengteas draaien. Hierdoor werd de baan van de granaat veel zuiverder en het schot trefzekerder. Bijkomende werking van de koperen band was een betere afdichting waardoor minder gasdruk verloren ging.

Tol-wet: Een tol, snel draaiend, en vrij opgehangen in de ruimte zal trachten zijn plaats in de ruimte te behouden.

Ook werd langzamerhand het buskruit vervangen door trotyl en picrinezuur. Veel krachtigere springstoffen waarmee verder geschoten kon worden.
De vijand kon dus verder en nauwkeuriger schieten. De stad Utrecht werd bedreigd door over de bestaande forten heen te schieten. Onder de regering van Koning Willem III werd besloten een ring van gedetacheerde (vooruitgeschoven) forten voor de bestaande forten te bouwen.

Naamgeving

Veel forten zijn genoemd naar de streek of een plaats waar het gebouwd is.
De naam is: Fort aan den Ruigenhoekschedijk. Het ligt in de knik van de Ruigenhoeksedijk en is naar deze dijk genoemd. De Ruigenhoeksedijk is om het westelijk deel van het fort gelegd.

De geschiedenis

Het fort heeft geen geschiedenis in de zin van een krijgshaftig verleden. Op deze plaats heeft geen oude schans of werk gelegen. Het is een geheel nieuw fort op een voor die tijd strategische plaats.

Het fort op de Ruigenhoekschedijk wordt op het ontmoetingspunt van de Ruigenhoeksedijk met den Achtienhovensche kade, ingevolge contract goedgekeurd op 1 met 1869 onder nr. 61G gemaakt onder toezicht van Luitenant Kolonel Jonkheer J.F. van Frije Hannes en 1e Luitenant H.P.L.C. de Kruijff. Voltooid oktober 1870, kosten Fl 200800,- waarvan voor onteigening fl 20880,-

Ingevolge contract, goedgekeurd op 5 januari 1872 onder nr. 65 G werd achter de frontcourtines eene bergplaats voor buskruit gemaakt. Voltooid november 1872, kosten fl 2349,- Deze bergplaats, een steenen gebouw met een zinken dak, buitenwerks lang 6, breed 6,2 en onder de nok hoog 5,4 M. werd in 1878 afgebroken als in den weg staande bij de verbetering van het fort.

Het geschut- en kogelpark werd gemaakt ingevolge contract goedgekeurd op 22 november 1872 onder nr. 40 G. Voltooid mei 1873, kosten fl 284,-
In gevolge contract goedgekeurd op 30 april 1874 onder nr. 73 G. werd de bergloods voor artilleriematerieel gebouwd.
Voltooid 1875, kosten fl 6000,-

In 1875 werd voor rekening van het Departement van Binnenlandsche zaken een magazijn voor dijnamiet (a) gemaakt. Kosten fl 1000,-
Het fort word verbetert ingevolge contract goedgekeurd op 31 december 1877 onder nr. 62 G onder toezicht van Kolonel A. Boud, Majoor IJ. F. H.Boonaeker, KapiteinJ. N. Kaiser, 1e Luitenant C. H. van de Kastele.

Borstweringen

De borstweringen bestaan uit fijn zand met lichte gronden bekleed ter dikte van ten hoogste 0,7 M. langs de taluds en 0,3 M. op het bovenvlak.
Zij zijn dik: Bij oplopende plongee’s 6 M.

Emplacementen

Er zijn 10 emplacementen voor positiegeschut waarvan 3 op de frontcourtine, 2 op de linker face van het rechter frontbastion, 3 op de Oostelijke en 2 op de Westelijke Courtine. Alleen de 3 eerste zijn voorzien van oplopende plongees.

Traversen

Van de traversen, niet nader op de tekening bepaald, zijn de bovenvlakken lang 12 tot 19 en breed 4 M. Van de traversen is door het aanleggen van infanterieopstellingen niet veel meer over.

Beplanting

Ten zuiden van de wachterswoning langs perceel 677 is een oppervlakte van 560 M2 met wilgen en eenig elzen hakhout beplant en langs de grachtsboorden hier en daar een rand van wilgen samen lang 525 M. aanwezig. Voorts staan er op- en om het fort 332 bomen.
De beplanting diende als camouflage waarbij het fort op moest gaan in de beplanting aan de horizon vanuit vijands zijde gezien. De beplanting mocht nooit ten koste gaan van zicht- en schootsvelden. Het L vormige donkere gedeelte heeft niets met de beplanting te maken. Het betreft een slechte restauratie van de kaart met plakband.
Op de voet van het buitentalud van een fortwal werd ook wilgenhout gepland. Deze werden geknot zodat het zichtveld niet verloren ging. Boven de wilgen stond over het algemeen meidoorn, dit diende als prikkeldraad en verder hielden de wortels de aarde van de wal goed vast. Deze meidoorn werd uiteraard ook gesnoeid. In die tijd noemde men dit scheren.

Gracht

De gracht is op de waterlijn breed op de smalste punten, dat is tegenover de saillanten der bastions 32 á 35 M. De gracht staat door een gegoten ijzeren duikerbuis in gemeenschap met de polderwetering langs de omgelegde Achtienhovense kade waarin onder de toegangsweg naar het fort een gemetselde duiker. Een soortgelijke buis is aan de zijde van de Achtienhovensekade nog aanwezig.

Bijzonderheden betreffende de bouw.

Het fort is gebouwd op de grens van de 3e en 4e inundatiekom, tussen de Gagel- en de Ruigenhoekse polder.
Ten zuiden van het fort ligt onder een brug een dubbele damsluis (schotbalksluis) die de 3e en 4e kom met elkaar verbindt.
Om alle kommen op het juiste niveau onder water te zetten (inunderen) had men een enorme hoeveelheid waterwerken nodig. Op de onderstaande tekening is een overzicht van secundaire middelen te vinden voor het afregelen van de waterstand in de kommen onderling. Dit zijn damsluizen, inundatieduikers, doorlaatsluizen en bruggen. Bij primaire waterwerken moet je denken aan de inlaatsluizen die het water vanuit de rivieren de kommen binnenlieten.

Onteigeningen

Voor dat er met de bouw kon worden begonnen moest men eerst de benodigde grond verwerven. Niet iedereen wilde vrijwillig zijn grond verkopen zodat op grote schaal op onteigening is overgegaan.

Kringenwet.
Als een fort gebouwd werd moesten er in de omgeving ook veel maatregelen getroffen worden. Wat heb je aan een fort als je geen vrij schoots- en zichtveld hebt. Daarvoor heeft men de kringenwet ontworpen. Deze wet bepaalde dat er in 3 kringen, van 300, 600 en 1000 meter rond het fort o.a. niet of met beperkingen gebouwd mocht worden. Niet alleen plaatsen van objecten maar ook maatregelen die de toegankelijkheid van een gebied vergrootte zoals een wegverbreding mocht niet of pas na toestemming. De wet werd tot 1958 toegepast en pas in 1963 bij Koninklijk besluit opgeheven. Daardoor konden de wijken Overvecht en Tuindorp oost pas daarna gebouwd worden. De gemeente Maartensdijk heeft veel aanvragen gedaan voor demping van sloten langs de Utrechtseweg weg, het verharden van de Oranjelaan en dergelijke. Hieronder is te zien wat er zoal niet gedaan moest worden om iets eenvoudigs als het maken van uitwijkplaatsen voor elkaar te krijgen. Er zijn in de omgeving nog houten kringenwetwoningen te vinden op de Ruigenhoeksedijk (nr. 25 en 55) en 1 op de Gageldijk bij het tuincentrum.

De bemanning

De vaste bezetting bestaat uit: (Volgens register van 1879)
Artillerie Genie
Infanterie Militie Schutters troepen Te zamen
Officieren 2 3 1 - 6

Onderofficieren
Korporaals
en manschappen 110 85 13 7 215

Voor zowel de bemanning als de bewapening zijn er afwijkende aantallen bekend.
Er zijn aanwijsbare verschillen tussen:

• De oorspronkelijke geplande aantallen.
• Hernieuwde bemanning na de modernisering in 1879
• Memorie van verdediging van Kromhout (ca. 1880).
• Groepsoverzichten (tijdens mobilisatie 1939).

We lezen nu in het heden: De bemanning bestond uit 240 man.
In het overzicht van de totale groep worden 291 man genoemd, te weten
6 Officieren, 18 onderofficieren, 272 korporaals en manschappen en 1 waschvrouw verdeel over de wapenen Genie, Infanterie en Vestingartillerie.
De Waschvrouw was een officiële non-combattante functie in het leger.

De bewapening rond 1870 bestond uit:
8 kanonnen van 12 cM.L op walaffuit met kleine raden. (L = lang)
8 kanonnen van 12 cM.K op walaffuit met kleine raden. (K = kort)
8 kanonnen van 9 cM.
2 Coehoornmortieren.

Coehoornmortier, werd voornamelijk gebruikt voor het afvuren van lichtkogels.
Verklaring van de lichtseinen die vanuit fort Blauwkapel werden afgevuurd of waargenomen.

Gebouw A, bomvrij wachthuis.

De term bomvrij slaat hier niet op het bombarderen met vliegtuigen. Het betrof beschietingen met de zogenaamde gladde buskruitgranaten. Op het ca. 60 cm dikke bakstenen dak lag een aarden dekking van 2,5 – 4 meter dikte. Deze was tegen deze beschietingen bestand.
Er werden in de periode van 1820 tot 1918 nogal wat termen gebruikt als men het had over de sterkte van gebouwen. Zo werd er gesproken over bomvrij, granaatvrij en splintervrij. Na 1918 werd het gebruikelijk om (betonnen) bouwwerken in te delen in sterkteklasse. Bijvoorbeeld sterkteklasse 21 – 28 betekende dat het gebouw was bestemd tegen een voortdurende beschieting van 21 cM. granaten en daarbij een incidentele treffer van een 28 cM. granaat kon incasseren.
Gebouw A is het hoofdgebouw van het fort. Via een gietijzeren trap kun op het bovengedeelte van het fort komen. Dit dak was voorzien van borstweringen waarachter infanteristen konden plaatsnemen voor het verdedigen van de Keel.

Bomvrije kazerne (gebouw B).

Bomvrij gebouw voor de huisvesting van zieken, de officier der Geneeskundige dienst annex Apotheek, manschappen en het privaat. Dit gebouw is geplaatst tijdens de modernisering in 1877. Ten gevolge van de Frans-Duitse oorlog in 1870 kwamen op de forten die gemobiliseerd waren geweest een flink aantal tekortkomingen aan het ligt. Twee daarvan waren het te kort aan bomvrije bergplaatsen voor munitie en logiesruimte voor soldaten. Reden om een groot aantal forten te moderniseren.
Onder lokaal 3 bevindt zich een regenbak. Hierin verzamelt zich het regenwater dat door de aarden dekking op het gebouw geheel gefilterd is als het op de bovenzijde van de tongewelven aankomt. Via een ingenieus systeem van poreuze bakstenen en druipkokers loopt het via gresbuizen naar de regenbak. Dit water werd bij voorkeur gebruikt als drinkwater omdat het water uit de welputten lang niet altijd geschikt was als drinkwater. Ook de inhoud van de regenbakken werd regelmatig gecontroleerd.

In lokaal a bevond zich de ziekenzaal. Volgens een tekening die gemaakt is tijdens de zomeroefening van 1 tot 25 augustus 1881 was hier plaats voor acht zieken. Per zieke was er een krib, een stoel en een nachtkastje. In de zaal stond ook een kast voor algemeen gebruik en een bank. In de voorzijde van lokaal b was het kantoor van de officier van de geneeskundige dienst. Er stonden een stoel en twee tafels. In de achterzijde van het lokaal stond een waterfilter. Deze waren op vrijwel alle forten van de waterlinie aanwezig.
De lokalen c, d en e waren logieslokalen voor manschappen. De inrichting hiervan was veel soberder. Er waren geen stoelen of kasten maar wel kribben of britsen. Aan de wand zijn met behulp van smeedijzeren haken, bergplanken aangebracht. Deze deden dienst als opbergplank voor de persoonlijke uitrusting van de soldaten. In totaal was er plaats voor 96 man. De kosten van de modernisering bedroegen F106.360,-.
In het register wordt de bomvrije kazerne gebouw B genoemd maar op sommige tekeningen staat gebouw P.

Gebouw C
Deze bomvrije remise bestaat uit twee verdiepingen. De begane gronde en een kelder. Het geheel was voorzien van een aarden dekking van ca. 2,5 meter. Op de begane grond vinden we een schuilplaats en twee remises voor elk twee stukken. Via een trap, naar beneden, in de schuilplaats komen we in het portaal van de kelder. Achter het portaal bevindt zich een vulhok waar de projectielen en kardoezen gereed werden gemaakt voor gebruik. Recht van het portaal, omgeven door lampgangen vinden we het projectielen- en het buskruitmagazijn.
Als de stukken op de emplacementen stonden was er in de remise ook plaats om te schuilen. Soms werden de remises ook gebruikt als uitval punt voor één van de wachten. De deuren van het gebouw waren van dubbel of driedubbel opgeklampt eikenhout en volgens de toenmalige sterkteberekening, scherfvrij.
Deze deuren zijn na WO II vervangen door stalen deuren in verband met de opslag van explosieven.

Gebouw D

De remise D bestaat uit 3 lokalen, waarvan 1 lang 4, breed 5, hoog in top 2,3 M. en 2 elk lang 3,5 breed 2,8 hoog in top 2,2 M.
Het eerste lokaal is bestemd voor 2 vuurmonden, de beide laatsten, elk voor 1 vuurmond, waarnaast genoegzame ruimte om te schuilen. In het eindrechtstand van het eerste lokaal is eene nis voor berging van munitie met een schuifdeur gesloten. Dit lokaal is gewit en van een draaideur voorzien, de beide overige zijn niet gewit en aan de voorzijde geheel open.

Gebouw E

De remise E lang 7,5 breed 2,8 hoog in top 2,2 M. bestemd voor 2 vuurmonden waarnaast genoegzame ruimte om te schuilen. Het lokaal is niet gewit en van voren geheel open, sponningen tot aanslag en duimen tot afhangen van deuren zijn aanwezig.

Mobilisatie 1870

Bij het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog worden de forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie gemobiliseerd. Een aantal forten waaronder het fort aan de Ruigenhoeksedijk, Vechten, Rijnauwen en het Hemeltje waren toen nog niet klaar. Nederland raakte niet betrokken bij deze oorlog en men ging gewoon verder met de bouw. Tijdens de mobilisatie van de andere forten van de waterlinie kwam men er wel achter dat er op die forten enorme tekortkomingen waren. Vooral bomvrije ruimten voor logies en opslag van buskruit en projectielen waren er veel te weinig. Dit leidde ertoe dat in de periode daarna veel forten ingrijpend gemoderniseerd zijn.

Mobilisatie 1914

Nederland was in de Eerste Wereldoorlog neutraal. Er was een algemene mobilisatie gedurende de periode 1914 – 1918 om deze neutraliteit te behouden. Veel linies en forten, waren in verhoogde staat van paraatheid gebracht. Van krijgshandelingen was geen sprake. Door de bewapeningswedloop waren door de vijand ook wapens ontwikkeld waartegen deze forten nauwelijks bestand waren.
Tijdens de mobilisatie werden er op de forten zogenaamde blinderingen gebouwd van hout, zandzakken, korven en aarde. Deze deden dienst als schuilplaats, remise of munitienis.

Elektrificatie van de spoorlijn Utrecht Hilversum

Op het eerste gezicht lijkt dit een gewone spoorlijn met elektrische bovenleiding. Maar dit stukje spoor van 12 kilometer bij Maartensdijk is uniek. Nergens anders in Nederland is gebruik gemaakt van dergelijke bogen van gewapend beton Betonnen alternatief Vlak voor de oorlog, in 1939, werd een begin gemaakt met de elektrificatie van de spoorlijnen in het Gooi, waaronder de lijn Hilversum-Utrecht Maliebaan. Daartoe waren voor de bovenleidingen speciale staalconstructies in het buitenland besteld. Maar de dreigende oorlog maakte de levering onzeker en de ingenieurs van de Spoorwegen gingen op zoek naar een alternatief - in gewapend beton. Elders in het land was wel eerder gebruik gemaakt van dit materiaal bij de bouw van spoorlijnen, maar dan was er altijd sprake van betonnen masten, waarbij de draden waren opgehangen aan een stalen balk- of armconstructie. En de levering van het staal was nu juist het probleem

Tweede Wereldoorlog, mei 1940

Bij het uitbreken van WOII waren de 3e en 4e kom geïnundeerd. Drie boerderijen in de omgeving van het fort werden, ten gevolge van de kringenwet, in brand gestoken om het schoots- en zichtveld te verbeteren. Het heeft helaas niet mogen baten. De 1e boerderij aan de noordzijde van het fort is in 1943 herbouwd. Een steen met de Nederlandse leeuw is in de gevel aangebracht als herinnering aan de wederopbouw.
Tijdens de oorlog is door het verzet is het gedeelte van de burgerlijke stand van het gemeentearchief van Maartensdijk leeggeroofd. De dossiers zijn toen verstopt op het fort aan de Ruigenhoekschedijk.


Herstelwerk

De Duitsers capituleerden maar niet nadat ze veel vernielingen hadden aangericht. Met name de infrastructuur had veel te lijden gehad. Enerzijds omdat de vijand delen van de Waterlinie had ingericht als de zogenaamde Pantherstelling. Deze stelling moest het westen van Holland beschermen tegen een invasie van de geallieerden. Enerzijds zijn versperringen aangebracht schootsvelden geruimd en bruggen opgeblazen. Anderzijds als een soort tactiek van de verschroeide aarde enkel en alleen om hun frustratie te uiten. Uiteraard was het in de Ruigenhoekse polder een ramp dat er wegen onbegaanbaar waren. In inwoners wisten op subtiele wijze nog eens onder de aandacht te brengen dat het binnenhalen van de oogst gevaar liep. Met de hongerwinter nog in het geheugen was dit een goede reden om aan te manen tot spoed.

1963, de koude oorlog.

De nieuwe Hollandse waterlinie had als stelling opgehouden te bestaan.
Door de toetreding van Nederland tot de NATO hadden we geen nationaal leger meer. De taak die wij toegedeeld kregen was het verdedigen van het gebied bij de Elbe. Bij een eventuele aanval uit het oosten moesten o.a. de bruggen (kunstwerken) over de Elbe en de landingsbanen van de vliegvelden vernietigd worden. De voorzieningen hiervoor waren al aangebracht.
Daarom was het op het fort aan de Ruigenhoekschedijk niet allemaal afgelopen. Het werd het onderkomen van een specialistische afdeling die de springladingen voor het opblazen van deze kunstwerken samenstelde.
Dit gebeurde in een speciaal daarvoor gebouwde loods die uit vier compartimenten betond met dikke buiten- en tussenmuren en een lichte zonlichtdoorlatende dakconstructie had. Bij een eventuele explosie beperkte de schade zich daardoor tot één compartiment. De zware muren hielden de explosie binnen en de druk kon weg doordat het dak werd weggeblazen.
Nadat deze dienst het fort verliet verging de licht astbest houdende dakconstructie. De aanwezigheid van dit astbest is als aanleiding gebruikt om de werkplaats te slopen.
Helaas is hierdoor weer een werk van cultuurhistorische waarde verwenen temeer omdat dit gebouw uitermate geschikt zou zijn geweest voor het huisvesten van een aantal ateliers. Een gemiste kans!!
Ik bezit veel digitale informatie over de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de 1e en 2e wereldoorlog in Nederland. Het is gratis aan te vragen via mijn website:
http://informatie-forten.jouwweb.nl/

dikkieturf
Berichten: 7
Lid geworden op: 15 jul 2013 08:02

Re: Nieuwe Hollandse waterlinie

Bericht door dikkieturf » 26 aug 2014 13:26

Via deze website kun je veel te weten komen over de Nieuwe Hollandse Waterlinie:

http://enceclopedy-van-de-waterlinie.123website.nl

Groet,

Dikkieturf
Ik bezit veel digitale informatie over de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de 1e en 2e wereldoorlog in Nederland. Het is gratis aan te vragen via mijn website:
http://informatie-forten.jouwweb.nl/

nick
Berichten: 717
Lid geworden op: 30 mei 2011 20:08

Re: Nieuwe Hollandse waterlinie

Bericht door nick » 26 aug 2014 21:10

=> Hoewel ik de link met de Belgische forten wel begrijp vind ik niet dat dit topic thuishoort in een ABL-forum...

Mvg,

Nick

Gebruikersavatar
Yente
Sponsor
Berichten: 1625
Lid geworden op: 29 mei 2011 12:48
Locatie: Schrenkelsgat

Re: Nieuwe Hollandse waterlinie

Bericht door Yente » 26 aug 2014 22:48

In Algemene Chat mag dit toch?
Gezocht: WO1/WO2 militaria van Duffel en Sint Katelijne Waver

Gebruikersavatar
one_O_five
Admin
Berichten: 3790
Lid geworden op: 28 mei 2011 14:01
Locatie: Lummen
Contacteer:

Re: Nieuwe Hollandse waterlinie

Bericht door one_O_five » 27 aug 2014 15:46

Hier kan het inderdaad geen kwaad eens over de grenzen te kijken, moest er iets op tegen geweest zijn had ik als admin vorig jaar al wel iets ondernomen.
http://frontsector.be/ -- militaire geschiedenis buiten het ABL gebeuren --

Plaats reactie

Terug naar “Algemene Chat”