Hallo,
Het stamnummer werd voor de oorlog als een volgnummer per regiment toegekend naargelang de soldaat in dienst kwam. Het was dus best mogelijk dat twee soldaten van twee verschillende regimenten hetzelfde stamnummer kregen. In die tijd moest het stamnummer dus steeds in combinatie met het regiment gelezen worden. Na de oorlog probeerde men het stamnummer uniek te maken voor het ganse leger door er een code voor het regiment aan toe te voegen. 101 stond voor 1e Linie, 102 voor 2e Linie, 103 voor 3e Linie enz. Door de combinatie van het oude stamnummer met deze aanvullende regimentscode had iedere soldaat nu een uniek stamnummer.
Een linieregiment bestond uit drie bataljons met elk vier compagnieën, dus twaalf compagnieën in totaal.
Soms werden de compagnieën per bataljon genummerd, soms doorlopend voor het regiment. De zesde compagnie is dus de tweede compagnie van het twee bataljon. Een compagnie kreeg een Arabisch cijfer, een bataljon een Romeins cijfer.
3 Li, 3e de L(igne) zijn een paar van de afkortingen die gebruikt worden. De reglementaire afkorting was eigenlijk 2/II/3. Voor een linieregiment werd alleen het nummer weergegeven.
De 1e Legerdivisie (Division d'armée - D.A.), één van de zes D.A., had drie Gemengde Brigades (Br. Mixte). Het 3e Linie was een regiment van de 3e Gemengde Brigade.
Soldaat 2e klasse was gewoon de laagste graad in het leger. De meeste miliciens hadden die graad.
Soldaat M10 = Soldaat Militieklasse 1910 (= het jaar dat hij ingelijfd werd in het leger en dus begon met zijn militiedienst)
Op de volgende site vind je de ganse organisatie van het leger anno 1914 :
http://users.telenet.be/dannyverhoye/Ee ... inV0.1.pdf