Vietnamese oorlog

Moderators: Exjager, piot1940, Bram1940

Plaats reactie
LEO
Berichten: 180
Lid geworden op: 29 mei 2011 15:44

Vietnamese oorlog

Bericht door LEO » 09 nov 2011 15:59

VIETNAM VAN 1945 TOT 1975

Op 19 mei 1941 voelde Ho Chi Minh zich sterk genoeg om hun politieke doelstellingen bekend te maken. Ze kwamen samen in het dorp Tsjingsi in Zuid-China (Vietnam was bezet door de Japanners) en vormden daar de Vietnam Doc Lap Dong Minh, die bekend zou worden onder de afkorting ‘ Viet Minh’.

In april 1944 kreeg US majoor Archimedes Patti opdracht van de OSS om een inlichtingenapparaat op te zetten achter de Japanse linies in Indo-China. Het gebied was in Japanse handen sinds 1940. Als Amerikaans gezagdrager werdt majoor Patti benaderd door getrouwen van Ho Chi Minh, met de boodschap dat Ho (door zijn mensen de generaal genoemd) Amerikaanse erkenning van zijn regime nodig had. Op zijn beurt had majoor Patti contacten en inlichtingen nodig.
Hij had tot taak een inlichtingenapparaat over heel het schiereiland Indo-China uit te bouwen. Hij moest de geallieerden (Engelsen, Fransen, Chinezen en Amerikanen) steunen in hun strijd tegen de Japanners. De geallieerden voorzagen dat de strijd in Azïe wel tot 1947 zou kunnen duren.
Majoor Patti besloot dat Ho Chi Minh en zijn Viet Minh de meest practische oplossing leken voor het verkrijgen van de nodige contacten in Indo-China.
Ho Chi Minh, schrijft Patti, ‘ trof mij niet als een verdwaasde revolutionair of een vurige radicaal die clichés sprak en alleen partijleuzen herhaalde....Ik zag dat het er hem om ging om Amerikaanse steun te krijgen voor de zaak van een vrij Vietnam.

Majoor Patti was ook ingelicht over de na-oorlogse politiek van de Verenigde Staten President Franklin D. Roosevelt voorzag onder meer het einde van het koloniale tijdperk. Roosevelt zei met nadruk :’....Frankrijk heeft dat land met zijn dertig miljoen inwoners nu al bijna honderd jaar in zijn bezit en de mensen zijn er nog slechter aan toe dan voor die tijd...’

Roosevelt was van mening dat Indo-China na de oorlog onder internationaal gezag zou komen.
Roosevelt’s woorden van januari 1943 ‘.....geloof maar niet dat er vanavond in het Zuidzeegebied Amerikaanse soldaten zouden sterven als de Fransen, Engelsen en de Hollanders zich in het verleden minder kortzichtig en hebzuchtig hadden opgesteld. En moeten we nu toestaan dat allemaal te herhalen ?...

Volgens majoor Patti streefden de Verenigde Staten krachtig naar zelfbestuur voor de Vietnamezen en daarom hield hij Washington volledig op de hoogte van de contacten met Ho Chi Minh, contacten die steeds hechter werden. In geen geval mocht hij de Fransen behulpzaam zijn bij het heroveren van Indo-China. Fransen die aanstuurden op Amerikaanse hulp voor geheime acties in Indo-China.
Toen majoor Patti in Kunming (China) aankwam met zijn orders overleed president Roosevelt,... en liet een situatie achter die zes opeenvolgende Amerikaanse presidenten het leven zuur zou maken.


Roosevelt streefde wel degelijk naar de onafhankelijkheid van de voormalige Europese kolonies, maar kreeg er genoeg van om steeds opnieuw bij Winston Churchill het hoofd te stoten. Noch Roosevelt, noch zijn opvolger Truman hebben aangedrongen op de verwezenlijking van deze doelstelling.

En zo keerden de Britten terug naar India en Burma, de Fransen naar Indo-China en de Nederlanders naar Indonesië. In werkelijkheid liet Frankrijk duidelijk blijken dat het Indo-China niet zou prijsgeven.
Majoor Patti had gemeld dat een Franse majoor, Jean Sainteny, in mei 1945 in Kunming was aangekomen om iets soortelijk als de Amerikaanse operatie op te starten, genaamd M5. Door het verlies van zijn koloniale strijdmacht was Frankrijk echter afhankelijk van Amerikaanse militaire hulp. Sainteny vroeg via majoor Patti vliegtuigen, schepen en communicatiemiddelen om de macht in Indo-China weer in handen te krijgen. De Amerikanen lieten hem via Patti weten dat ze er niet aan dachten om aan de herovering van hun kolonie te zullen meewerken. Korte tijd later verbrak majoor Patti de samenwerking met majoor Sainteny en besloot samen te werken met de guerrilleros van de Viet Minh.

Op 16 juli werden werden 50 OSS-guerrilleros, het Deer Team, met aan het hoofd Patti’s assistent, majoor Allison Thomas, gedropt in een klein dorp op slecht 120 km van Hanoi. Het team verspreidde zich samen met de troepen van Generaal Giap.

Vo Nguyen Giap, de bevelhebber van de Viet Minh, was een bijzonder knap tacticus, was door de Fransen gevangen gezet, wist te ontsnappen en stelde vast dat zijn ganse familie door de Fransen was uitgemoord. Giap zelf had liever niets te maken met welke “imperialistische staat” dan ook . Maar hij had hulp nodig, Amerikaanse hulp, of wat hij maar kon krijgen.

Op zijn beurt besefte majoor Patti dat hij het met zijn 50 commando’s ook niet lang zou kunnen volhouden. De Viet Minh gaf onderdak, advies en verkenners. Majoor Patti besloot om ze te bewapenen en vertrouwd te maken met moderne Amerikaanse wapens, machinegeweren, automatische Browning- geweren en handgranaten. Deze werden per parachute gedropt.

Nadat de Viet Minh vertrouwd was met de wapens vielen ze gezamelijk enkele Japanse buitenposten aan. Amerikanen vochten dus samen met de Viet Minh tegen een gezamelijke vijand ! Samen hielden ze nu een vrij groot gebied onder controle. Het gebied noemde Tan Trao en zou de basis vormen voor Ho Chi Minh, Vo Nguyen Giap en de Viet Minh. Het werdt het hoofdkwartier van Ho, die ziek en met malaria na vijfendertig jaar ballingschap opnieuw voet zette in zijn land.

Patti vermoede wel dat de wapens en bijbehorende kennis misschien ooit eens tegen de Fransen zouden gebruikt worden, maar het kwam bij niemand op dat ze ooit tegen de Amerikanen zouden gebruikt worden. Achteraf kwam men tot de vaststelling dat de OSS in nog geen maand tweehonderd met zorg uitgekozen toekomstige leiders van de Viet Minh hadden opgeleid.

Ondertussen bleven Franse en Amerikaanse inlichtingdiensten mekaar dwars zitten, waaraan abrupt een einde kwam met de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. De Fransen vroegen om steun van de VS om Hanoi te veroveren dat nog bezet werdt door gewapende Japanners. De VS weigerden en toen Sainteny zich met eigen middelen naar Hanoi begaf kwam hij tot de vaststelling dat kadergroepen van de Viet Minh de stad reeds onder controle hadden. De Japanners hadden hun wapens bij overgave aan de Viet Minh overhandigd. Majoor Sainteny werdt beleefd maar nadrukkelijk naar het paleis van de voormalige Franse ambassadeur gevoerd (La Cage Dorée) en onder verzekerde bewaring gesteld.

Op 25 augustus had Ho, nog steeds in het gezelschap van het Amerikaanse Deer Team, in de heuvels van Tan Trao de onafhankelijkheid van wat hij de Demokratische Republiek Vietnam noemde uitgeroepen. Als concessie aan de Fransen zou het een republiek worden ‘ binnen de Franse Unie’.

De sfeer aan de vooravond van de Onafhankelijksdag was vrolijk en feestelijk, met enige reserves aan de Franse kant.
Binnen een week had de voorlopige Viet Minh- regering de voedselvoorziening, het stadsvervoer en de openbare voorzieningen georganiseerd.
Geen enkel land had echter de nieuwe republiek erkend. De Amerikanen waren de enige vertegenwoordigers van een buitenlandse regering die een plaats kregen op de eretribune toen op 2 september 1945 de Demokratische Republiek Vietnam werdt geproclameerd.
Ho kwam aanrijden in een oude Franse auto geëscorteerd door een fietspatrouille. Hij ging op een primitief podium staan en las de onafhankelijkheidsverklaring voor.
Voor het eerst werdt de Vietnamese vlag getoond, een gouden ster op rode achtergrond.
Majoor Patti stond naast generaal Giap op het podium toen voor het eerst Amerikaanse gevechtsvliegtuigen boven Hanoi vlogen als eerbetoon en een stille duikvlucht uitvoerden.

Ho Chi Minh bezag de aanwezigheid van Amerikaanse militairen in uniform, die de groet brachten aan de Vietnamese vlag , als een erkenning van zijn regering terwijl geen enkel land dit formeel had erkend.
Uit Amerikaanse regeringsstukken, die pas zesentwintig jaar later in de Pentagon Papers openbaar werden gemaakt, blijkt dat Ho in de periode van eind 1945 tot eind 1946, toen de Frans-Vietnamese vijandelijkheden op een regelrechte oorlog uitliepen, herhaaldelijk brieven en telegrammen naar het Witte Huis heeft gestuurd met vragen om erkenning. Hij kreeg geen antwoord.
In het laatste OSS-rapport aan Washington staat vermeld dat Keizer Bao Dai vrijwillig was afgetreden en dat hij de voorlopige regering van Ho beschouwde als de enige wettelijke leider en zijn regering en doelstellingen volledig steunde.

Ho Chi Minh kreeg nu te maken met een politieke chaos in Vietnam die ontstond met de komst van de geallieerde troepen in Indo-China. Zoals was overeen gekomen in Potsdam bezetten de Engelsen het land tot de 16de breedtegraad. Bij een overeenkomst werdt het Franse gezag over dit gebied aanvaard. Nog Ho’s republiek, noch het Franse gezag erover werdt door de na-oorlogse grote mogendheden erkend.

De Viet Minh was echter niet toereikend om de toestand te beslissen en had amper bases in het zuiden. De Britten, die duizenden Fransen hadden bevrijd, hielden het zuiden bezet. 60.000 Japanse soldaten zaten- weliswaar ontwapend, maar niet minder vijandig- in hun kazernes. Deze zouden later door generaal Gracey, de bevelhebber van de bezettende 20ste Indische brigade, opnieuw bewapend worden voor bewaking en ordehandhaving. (??). Tweehonderdduizend Chinese nationalistische soldaten van Tjiang K’ai-sjek zwierven in het noorden rond. Zoals generaal Giap het noemde:’.... vreemde troepen verspreiden zich als een epidemie over het land....’

Een geallieerd compromis zou leiden tot een escalatie van de gevechten. De 200.000 Chinese nationalisten zouden terugtrekken uit het noorden en 15.000 man Franse troepen zouden hen vervangen voor het handhaven van de orde. Ondanks het feit dat generaal Giap rekende op de Communistische troepen van Mao Tse-tung om de Chinese nationalisten te verdrijven (in China was een burgeroorlog aan de gang), stemde hij toe met de Franse aanwezigheid. In het compromis stond vermeld dat Frankrijk zijn 15.000 troepen in vijf jaarlijkse stappen zou terugtrekken. Majoor Sainteny was de laatste die de overeenkomst tekende.

Majoor White, de Amerikaanse waarnemer in Hanoi, geeft een relaas van de terugtrekking van de Chinese nationalistische troepen : “.....de bevolking schoolde samen op straat terwijl de Chinezen uit Hanoi wegtrokken. In ossewagens, genaaste Japanse voertuigen of gewoon op hun rug, sleepten ze de buit met hun mee. Dakpannen, regenbuizen en zelfs aflopen, niets was veilig voor ze. De Viet Minh gedroeg zich zeer gedisciplineerd. Er werdt niet geschoten op de plunderende Chinezen en de bevolking van Hanoi en haar havenstad Haiphong reageerden niet toen de Franse oorlogsschepen terugkeerden en de soldaten door de straten marcheerden....”

In september 1945 trekken 1400 Franse krijgsgevangenen, bevrijd door de Britten, Saigon binnen en beginnen aan een rooftocht door de stad. Ze vermoorden Viet Minh mensen, burgers en zelfs kinderen, hierbij geholpen door Franse burgers.
In antwoord hierop organiseerd de Viet Minh een staking. Winkels sluiten en de water- en electriciteittoevoer wordt afgesloten. In een randgemeente van Saigon trekt de Binh Xuyen, een Vietnamese misdaadorganisatie door de straten en vermoord 150 franse en Eurazische burgers, kinderen inbegrepen.

Op 26 september valt de eerste Amerikaanse dode in Vietnam. Lt.Col. Peter Dewey wordt per ongeluk doodgeschoten door de Viet Minh. Dewey droeg geen onderscheidingstekens op zijn uniform en werdt aanzien voor een Fransman. Ho Chi Minh bood zijn persoonlijke verontschuldiging aan aan de Amerikaanse regering. Hij bevestigde hierbij “...dat nooit Vietnamezen op Amerikaanse militairen zouden schieten...” (?)

In oktober 1945 komen 35.000 Franse troepen onder generaal Leclerc aan in Saigon om het Franse gezag te hertellen. De Viet Minh begint onmiddelijk met een guerrilla tegen de Fransen, die er in slagen de Viet Minh uit Saigon te verdrijven.

In februari 1946 stemt T’iang Kai-chek, als mede geallieerde er in toe dat de Fransen het noorden bezetten in ruil voor de Franse concessies in Shanghai en andere Chinese havens.

In maart 1946 staat Ho Chi Minh toe dat Franse troepen zich tijdelijk in Hanoi vestigen in ruil voor een Franse erkenning van de Demokratische Republiek Vietnam. Ho verblijft vier maanden in Frankrijk om te onderhandelen over de onafhankelijkheid en eenheid van Vietnam. De Fransen houden de boot af.

In juni 1946 besluit de Franse Hoge Commisaris voor Cochinchina, zonder Ho hierin te kennen een afgescheiden, door de Fransen gecontroleerd gouvernement voor Zuid-Vietnam ( de Repubiek van Cochinchina).
Na een serie van geweldadige gevechten met de Viet Minh bombarderen de Fransen de haven van Haiphong en bezetten Hanoi. Ho Chi Minh en zijn Viet Minh strijdkrachten worden gedwongen hun toevlucht te zoeken in de jungle.

Op 19 december 1946 lanceert de Viet Minh haar eerste grootschalige aanval op Franse militaire doelen. Dit is het begin van acht jaar gevechten tegen de Franse aanwezigheid in Vietnam. Generaal Giap :”...De weerstand zal lang en hard zijn, maar we vechten voor de juiste zaak. Indien deze mensen (de Fransen) oorlog willen dan kunnen ze hem krijgen...” De Franse bevelhebber generaal Valluy wacht af.

Van oktober tot december 1947 lanceren de Fransen ‘Operatie Lea’, een reeks aanvallen op Viet Minh bases bij de Chinese grens in het noorden van Vietnam. Ondanks het verlies van 9000 man aan doden, gewonden en vermisten slagen 40.000 Viet Minh strijders om door de mazen van het net te ontsnappen.

Op 8 maart 1949 installeren de Fransen ex-keizer Bao Dai als hoofd van de staat Zuid-Vietnam en in juli vormen ze het (zuid) Vietnamees Nationaal Leger.
Toen in oktober 1949 Mao Zedong’s communistische troepen de nationalistische strijdkrachten van T’iang kai-shek versloegen besloot men in het Witte Huis om een politiek te voeren die de uitbreiding van het communisme in Zuidoost-Azië aan banden zou leggen.

In Januari 1950 erkennen de Volksrepubliek China en de Sovjet-Unie de regering van de Demokratische Republiek Vietnam. China begint met de leveringen van adviseurs en wapens, waaronder automatische wapens, mortieren, howitzers en trucks. Veel van dit materiaal was Amerikaans en had behoord aan T’iang’s nationalistisch leger. Met de instroom van Chinese adviseurs en materiaal vormde generaal Giap zijn guerrilla-troepen om tot een conventionele strijdmacht, inbegrepen vijf lichte en één zware infanterie divisie.

In februari 1950 erkennen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië Bao Dai’s Frans gecontroleerde regering van Zuid-Vietnam. In dezelfde maand beginnen de Viet Minh een offensief tegen Franse buitenposten in het noorden nabij de Chinese grens.
Ondertussen in de Verenigde Staten en als gevolg van het “ McCarthyisme” durft geen enkele politieker zich ‘zacht’ opstellen tegenover het communisme.

Op 30 juni 1950 beveelt VS president Harry Truman Amerikaanse troepen naar Zuid-Korea als gevolg van een communistische Noord-Koreaanse aanval op het zuiden. Truman beschrijft het als een aanval van het ‘monolitische wereldcommunisme’.

Op 26 juli 1950 begint de Amerikaanse betrokkenheid in Vietnam als president Truman een zending militaire hulp van 15 miljoen dollar goedkeurd als hulp aan de Fransen. Amerikaanse militaire adviseurs zullen de stroom van tanks, vliegtuigen, artillerie en andere voorraden begeleiden. De komende vier jaren zullen de Amerikanen 3 biljoen dollar spenderen aan militaire hulp voor de Fransen. In 1954 bedroeg dit 80% van het door de Fransen gebruikte goederen.

Op 16 september 1950 begint generaal Giap zijn hoofdaanval op de Franse buitenposten in het noorden. Tijdens de val van de buitenposten verloren de Fransen 6000 man en grote hoeveelheden uitrusting aan de Viet Minh. Dit noodzaakte de VS tot de oprichting van een Military Advisory and Assistance Group (MAAG) om de Fransen te steunen.

Op 13 february 1951 beginnen 20.000 Viet Minh strijders onder generaal Giap aanvallen op de gefortificeerde stellingen van de Fransen in de delta van de Rode rivier. Het open terrein van de delta, in contrast met de jungle, laat de franse troepen, nu onder bevel van generaal De Lattre de Tassigny, toe om met vernietigende kracht toe te slaan. 6000 Viet Minh sneuvelden en verplichte Giap om terug te trekken. Bij een tweede aanval bij Mao Khe werdt Giap terug gedwongen door Frans marinegeschut en luchtaanvallen. 3000 Viet Minh lieten het leven.

Van 29 mei tot 18 juni poogt Giap opnieuw om door de ‘ De Lattre’ linie te breken, ditmaal nabij de Dai rivier zuidoost van Hanoi. Franse versterkingen gecombineerd met luchtaanvallen en geschut van gepantserde rivierboten dwingen Giap om de strijd te staken. 10.000 van zijn strijders werden gewond of gedood. Onder de Franse slachtoffers bevond zich Bernard De Lattre, de enige zoon van generaal de Lattre. Giap trekt zijn troepen terug uit de delta terwijl generaal De Lattre afreist naar Washington met de vraag voor meer hulp.

Op 20 november wordt generaal De Lattre, doodziek en lijdende aan kanker vervangen door generaal Raoul Salan. De Lattre keert huiswaarts en overlijd twee maanden later na bevorderd te zijn tot Maarschalk.

In december begint Giap een voorzichtig offensief tegen de Franse buitenpost bij TuVu aan de Zwarte rivier. Giap is nu overgestapt naar conventionele oorlogvoering in plaats van ‘hit and run’ aanvallen gevolgt door een terugtrekking in de jungle. Zijn doel was om de Franse bevoorradingslijnen af te snijden.

Op het jaareinde beliepen de Franse verliezen meer dan 90.000 man.

Op 12 januari 1952 waren de Franse bevoorradingslijnen naar Hoa Binh afgesneden alsook de Route Nationale 6.
De Fransen trokken zich terug op de De Lattre linie met de hulp van een artilleriebarrage van 30.000 schoten. De verliezen aan beide zijden bedroegen 5000 man tijdens de schermutselingen langs de Zwarte Rivier.
Giap besloot nu om de Fransen uit de De Lattre linie te verjagen met een aanval langs de Fan Si Pan bergketen tussen de Zwarte- en Rode rivieren.
De Fransen counterden Giap’s bewegingen met “Operatie Lorraine”, een aanval op de belangrijke Viet Minh bevoorradingsbases in de Viet Bac regio. Giap negeerde de Franse operatie en behield zijn stellingen aan de Zwarte rivier. Uiteindelijk stopten de Fransen hun “Operatie Lorraine”, echter niet zonder zich een terugweg moeten te vechten door een Viet Minh hinderlaag bij Chan Muong.

Op 20 januari 1953 werdt Dwight D. Eisenhower verkozen tot 34ste president van de Verenigde Staten. Eisenhower zou de militaire steun aan de Fransen in Vietnam gevoelig opdrijven. Amerikaanse adviseurs zouden de US militare hulp blijven vergezellen.
Om de kostprijs hiervan te verantwoorden aan het congres kwam Eisenhower met de “Domino Theorie” die inhield dat de val van één land onder communistish beheer het begin kom zijn van het domino effect. Als een steentje zou vallen , zou de ganse rij omvallen. Deze theorie zou door opéénvolgende US presidenten en hun raadgevers in stand worden gehouden.

Ondertussen was de Sovjetleider Stalin overleden en opgevolgd door Nikita Chroestsjof. Ook de Korea-oorlog was afgelopen en deze werdt door menige internatioale gemeenschap aanzien als een voorbeeld om te gebruiken voor Vietnam.
Ondertussen begonnen de Fransen, onder hun nieuwe bevelhebber Henri Navarre aan de construktie van een Franse buitenpost en landingstrip in het noordwesten van Vietnam. De wereld zou gaan kennismaken met Dien Bien Phu.
Onmiddelijk begon Giap aan een massale aanvoer van troepen en 200 stukken zware artillerie in de bergen die Dien Bien Phu omsloten. Alles werdt met de hand door militairen en burgers tegen de steile hellingen opgedragen.
Op hun beurt voerden de Franse versterkingen aan maar onderschatten de gedrevenheid van de Viet Minh.
Op 13 maart 1954 begon Giap’s aanval. De Fransen overtreffend op een schaal van 1 op 5 . 50.000 man en Giap’s artillerie pende de Fransen vast en vernielde de enige landingstrip. Dit noodzaakte de Fransen om een beroep te doen op luchtdroppings, droppings die echter onvoldoende bleken. Nu namen Giap’s troepen hun spaden en houwelen ter hand en begonnen aan het graven van loopgraven en tunnels.
10.000 Franse soldaten werden belegerd door 45.000 Viet Minh troepen in Dien Bien Phu. Door de onvoldoende droppings werden de Fransen spoedig geconfronteerd met een gebrek aan vers water en medische hulpmiddelen.

Frankrijk deed een dringende oproep aan Washington voor hulp maar de VS Chefs van Staven konden maar op drie manieren hulp bieden : 1) Het inzetten van Amerikaanse gevechtstroepen. 2) Bombardementen met B-29 bommenwerpers en 3) Het inzetten van een tactisch nucleair wapen.
De drie opties werden door president Eisenhower en zijn raadgevers verworpen. Er zou geen hulp opdagen voor de belegerde Franse troepen.

Op 7 mei 1954 gaven de restanten van de Franse troepen zich over in Dien Bien Phu. Ongeveer 8000 Viet minh en 1500 fransen waren gesneuveld. De Franse krijgsgevangenenen begonnen aan een 60 dagen durende en 500 kilometer lange tocht naar de gevangenkampen in het uiterste noorden. Bijna de helft liet het leven onderweg.

wordt vervolgt.
Laatst gewijzigd door LEO op 09 nov 2011 16:28, 1 keer totaal gewijzigd.

LEO
Berichten: 180
Lid geworden op: 29 mei 2011 15:44

Bericht door LEO » 09 nov 2011 16:02

DE AMERIKAANSE AANWEZIGHEID

Op 8 mei 1954 begon de Geneefse Conferentie over Vietnam. Deze werdt bijgewoond door onderhandelaars van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, China, de Sovjet-Unie, Cambodja, Laos, Frankrijk en Vietnam. Vietnam werd afgevaardigd door de Viet Minh (Noord Vietnam) en een delegatie van keizer Bao Dai (Zuid Vietnam). De bedoeling was om een oplossing te vinden voor gans Zuidoost Azië.

Op 21 juli 1954 werdt in de Geneefse Akkoorden overeengekomen om Vietnam te delen op de 17de breedtegraad, terwijl het noorden werdt toegewezen aan Ho Chi Minh’s communisten en het zuiden aan Bao Dai’s regime. Er was ook overeen gekomen om verkiezingen te organiseren in gans Vietnam om het land te herenigen. Vrezend voor een electorale overwinning voor Ho Chi Minh stemden de Amerikanen tegen.

In oktober 1954, als gevolg van het vertrek van de Fransen uit Hanoi, keerde Ho Chi Minh na acht jaren in de jungle terug naar Hanoi en nam er formeel de controle over Noord-Vietnam over.

In het zuiden had Bao Dai Ngo Dinh Diem aangesteld als eerste-minister. De Verenigde Staten stelden nu hun hoop op de anti-communistische Diem voor een demokratisch zuiden. Nochthans is het Diem die een ‘andere geweldadige oorlog over Vietnam’ voorspelde.

Diem, als Roomskatholiek in een overwegend Boeddhistisch land, nodigde de Vietnamese katholieken uit het noorden aan om uit te wijken naar het zuiden. Ongeveer 1 miljoen mensen gaf hieraan gehoor. Terzelfder tijd gingen 90.000 communisten uit het zuiden naar het noorden. Maar ongeveer 10.000 Viet Minh-strijders bleven op aanvraag van Hanoi rustig in het zuiden achter.

In januari 1955 kwam de eerste VS scheepsvracht met militaire hulp rechtstreeks in Saigon aan. De VS besloten ook om het verwaarloosde Zuidvietnamese leger te trainen.
In mei 1955 begon Diem een geweldadige uitroeiing van de Binh Xuyen misdaadorganisatie die een monopolie op de casino’s, bordelen en drughandel had.
Bao Dai wordt in een door de CIA gesponsorde machtsgreep door Diem uit de macht ontzet.

In juli 1955 bezoek Ho Chi Minh de Sovjet-Unie en stemt toe in Russische hulp.

Op 26 oktober 1955 wordt Diem bekrachtigd als eerste president van de Republiek Zuid-Vietnam. Diem zoekt contact met US Airforce Kolonel Edward G. Landsdale die geattacheerd is aan de CIA. President Eisenhower erkend de machtswissel en bied militaire hulp aan.
Diem ondertussen benoemd zijn naaste familieleden op hoge gouvernementele posten. Zijn broer Ngo Dinh Nhu wordt zijn chef-adviseur. Diem’s autocratische manier van regeren zal in de toekomst politieke onrust veroorzaken onder de bevolking ondanks de amerikaanse pogingen hem te popularizeren door politieke rally’s en rondritten in het land te organiseren. Diem beloond zijn katholieke aanhangers door hen grond van de Boeddhisten te schenken, wat onrust en angst teweeg brengt onder de Boeddhisten.

In Noord-Vietnam worden ook indringende landhervormingen doorgevoerd om de bevolking te ideologiseren. Duizenden worden geëxecuteerd of naar werkkampen gestuurd.

In januari 1956 lanceert Diem een geweldadige opsporing van Viet Minh verdachten in de landstreken. Wie gearresteerd is wordt het recht op verdediging ontzegd. Ze verschijnen voor “Veiligheidscommitees”, worden gefolterd en "tijdens een vluchtpoging gedood". Op 28 april 1956 wordt het Franse Hoog Commando voor Indo-China ontbonden. De laatste Franse soldaten verlaten Zuid-Vietnam.

In juli 1956 vervalt de deadline voor de te houden verkiezingen in gans Vietnam. President Diem, gesteund door de US, weigerde deel te nemen.

In november 1956 beginnen in Noord-Vietnam boerenonlusten tegen de landbouwhervormingen van de Noordvietnamese regering. 6000 boeren werden gedood of afgevoerd naar kampen als een communistische strijdmacht de oproer neerslaat.

In januari 1957 stelt de Sovjet-Unie voor om Vietnam Officieel in twee landsgedeelten op te delen en ieder landsdeel apart in de Verenigde Naties op te nemen. De VS weigerden dit voorstel, onwillig om een communistisch Noord-Vietnam te erkennen.

Van 8 tot 18 mei brengt president Diem een bezoek aan de Verenigde Staten en president Eisenhower noemt hem de “miracle man of Asia” en bevestigd de toevoer van economische en militaire hulp. Eisenhower zei :”...de prijs voor de verdediging van de vrijheid, voor de verdediging van Amerika moet in vele vormen en vele plaatsen betaalt worden...”

Diem’s regering echter doet bitter weinig voor de buitensteedse gebieden. Met de focus op veiligheid spendeerd hij weinig in scholen, onderricht en medische zorg. Communistishe guerrillas en propagandisten kunnen er dus makkelijk aanhangers werven en steun van de bevolking krijgen.

De Viet Minh guerrillas beginnen een wijdverspreide campagne van terrorisme en bomaanslagen. Bij het jaareinde zijn er 400 Zuidvietnamese officielen vermoord. In juni 1958 is een gecoordineerde commandostructuur gevormd in de Mekong-delta waar 37 gewapende compagnien zijn georganiseerd.

De gewapende opstand begint in maart 1959 als Ho Chi Minh oproept voor een volksoorlog om alle Vietnamezen te verenigen onder zijn leiding. Zijn Politburo roept op voor een krachtige militaire oorlog op volle schaal. Het is het begin van de tweede Indochinese oorlog.

In mei 1959 stichten de Noordvietnamezen het “Central Office of South Vietnam “ ( COSVN) om de komende strijd in het zuiden te overzien. De aanleg en constructie van de “Ho Chi Minh trail” kan nu beginnen.

De trail zal ongeveer een 1500 mijl lang netwerk van wegen worden door de jungle en over bergpassen. Van de kust van Noord-Vietnam, langs Vietnam’s westelijke grens, deels in Cambodja en Laos. Hij zal zorgen voor een constante stroom van manschappen en voorraden naar de Zuidvietnamese hooglanden. In 1959 duurde het 6 maanden om de reis te volmaken. In 1968 gebeurde het op 6 weken. Hij werdt aangelegd door noordvietnamese arbeiders, waaronder vele vrouwen. In de jaren ’70 werdt een parallelle pijplijn aangelegd. 4000 in het zuiden geboren Viet Minh guerrillas bleven ongemerkt in Zuid-Vietnam.

Op 8 juli 1959 werden twee VS adviseurs door de Viet Minh gedood nabij Bien Hoa, Majoor Dale Buis en sergeant Chester Ovnand waren de eerte Amerikanen die sneuvelden in de tweede Indochinese oorlog, die de Amerikanen zouden leren kennen als de" Vietnam War ".

ESCALATIE

In april 1960 sturen 18 prominente Zuidvietnamese politiekers een petitie naar president Diem met de opmerking dat zijn regering familiegestuurd, koud en corrupt is. Ze vragen hem om zijn regering te hervormen. Diem legt de petitie naast zich neer en sluit de kranten van de oppositie en arresteerd journalisten en intelectuelen.

In november 1960 mislukt een door zuidvietnamese legerofficieren opgezette coup tegen president Diem. Diem organiseerd een harde repressie tegen “vijanden van de staat”. 50.000 militaren en burgers worden gearresteerd door de politie van Diem’s broer Nhu. Vele onschuldige burgers worden gefolterd en geëxecuteerd zonder proces. Dit alles resulteerd in een immens verlies aan vertrouwen van de bevolking ten overstaan van het regime van president Diem.
Duizenden burgers die een arrestatie vrezen vluchten naar Noord-Vietnam. Ho Chi Minh zal ze later terug sturen om te infiltreren in Zuid-Vietnam als leden van het Volksbevrijdingsleger.

Voor het eerst wordt de naam “Viet Cong” gebruikt, waarmee Vietnamese communisten bedoeld worden (de benaming komt van Diem himself). Ho’s guerrillas verspreiden zich in de landbouwgebieden met hun propaganda om het regime van Diem te ondermijnen.
Op 20 december 1960 wordt het Volksbevrijdingsleger voor Vietnam officieel gesticht in Noord-Vietnam.

In januari 1961 verkondigd de Sovjet leider Chroestjof hulp aan landen voor “oorlogen voor nationale bevrijding” over gans de wereld. Zijn verklaring moedigd de communisten in Noord-Vietnam aan voor hun strijd van een vrij en ééngemaakt Vietnam onder HoChi Minh.

Op 20 januari 1961 wordt John F. Kennedy ingehaald als 35ste president van de Verenigde Staten. Hij belooft eender welke prijs te betalen voor het instand houden van de vrijheid in sommige landen. Uittredend president Eisenhower verwittigd hem dat hij troepen zal moeten sturen naar Vietnam.
De jeugdige ‘Kennedy’ administratie is onervaren in zaken betreffende Zuidoost Azië. De 44-jarige Robert MacNamara, samen met zijn op de universiteit geronselde medewerkers, zullen een cruciale rol spelen in de beslissingen over Vietnam die het Witte Huis neemt in de komende jaren. Onder hun leiding zal de VS de beslissing nemen om een ’begrensde’ oorlog te beginnen in Vietnam. In ieder geval zal de VS geconfronteerd worden met een vijand die “...wat ook de opofferingen,.... hoelang de strijd ook duurt....zullen vechten tot Vietnam onafhankelijk en verenigd zal zijn....”

In mei 1961 bezoekt de US vice-president Lyndon B. Johnson de eigenzinnige president Diem en verheerlijkt hem als de “...Winston Churchill van Azië...”. De zelfde maand stuurt president Kennedy 400 ‘Groen Baretten’ naar Vietnam als speciale adviseurs in verband met guerrilla bestrijding.
De rol van de groene baretten verbreed zich uiteindelijk tot de vorming van ongeregelde burgerlijke verdedigingsgroepen. Men recruteerde onder de bergbewoners die bekend werden als de ‘Montagnards’. Ze formeerden een reeks van gefortifieerde kampen in de bergen om infiltratie van de Viet Cong te voorkomen.

In de herfst escaleeerd de toestand als 26.000 Viet Cong troepen succesvolle aanvallen uitvoeren tegen bases van het Zuidvietnamese leger. President Diem rept zich om de hulp van de Kennedy administratie in te roepen.

In oktober 1961 begeven de VS afgevaardigden Maxwell Taylor en Walt Rostow zich naar Vietnam om een indruk uit eerste hand te krijgen. Taylor rapporteerd aan de president “....indien Vietnam valt, zal het moeilijk zijn om Zuidoost Azië te behouden...” Hij adviseerd Kennedy om het aantal US adviseurs te vergroten en 8000 Amerikaanse gevechtstroepen te sturen.
Defensie secretaris MacNamara en de Verenigde Stafchefs adviseren om een massieve strijdmacht van zes divisies (200.000 man) te sturen. President Kennedy besluit om voorlopig geen militairen te sturen.
Op 24 oktober 1961 en op de zesde verjaardag van de Republiek van Zuid-Vietnam stuurde Kennedy een brief aan president Diem waarin hij bevestigd dat de Verenigde Staten bereid zijn Zuid-Vietnam te helpen bij het bewaren van zijn onafhankelijkheid.

President Kennedy besloot dan om adviseurs en helicoptereenheden te sturen om het Zuidvietnamese leger te begeleiden en te vervoeren naar de gevechtscenes. Zo betrok hij het Amerikaans leger bij gevechtshandelingen. Kennedy precisieerde de uitbreiding van de troepen als volgt :”...om een communistische overname van Vietnam te voorkomen zoals gepland was in 1954....” Het aantal adviseurs dat Kennedy stuurde beliep 16.000 man.

In december 1961 beheerste de Viet Cong het meeste van de landelijke gebieden en legden veelvuldig hinderlagen voor Zuidvietnamese troepen. De kostprijs voor Amerika om het slabakkende Zuidvietnamese leger te steunen beliep één miljoen dollar per dag.

In februari 1962 werdt het Military Assistance Command Vietnam (MACV) gevormd. In dezelfde maand werdt het presidentiele paleis in Saigon gebombardeerd door twee vrijbuitende Zuidvietnamese piloten die vlogen in twee Amerikaanse WoII vliegtuigen. President Diem en zijn broer Nhu ontsnapten ongedeerd. Diem verbond zijn ontsnapping aan ‘Goddelijke bescherming’.

In maart werdt een aanvang gemaakt met “Operatie Sunrise”. Deze operatie bracht een ganse volksverhuizing teweeg onder de Zuidvietnamese boeren. Ze werden uit hun dorpen verdreven naar beschermde omgevingen. Deze nieuwe dorpen werden omheind en beschermt door milities. Meer dan 50 van deze nieuwe dorpen werden geïnfiltreerd door de Viet Cong die de dorpsleiders intimideerden of vermoorden.
Als resultaat hiervan gaf Diem opdracht de door Viet Cong geinfiltreerde dorpen, en vermoedelijk ongeïnfiltreerde, te bombarderen. De luchtaanvallen van de Zuidvietnamese luchtmacht werden gesteund door VS piloten die ook deelnamen aan sommige bombardementen.
Het aantal burgerslachtoffers verminderde in grote mate de populariteit van Diem bij de landelijke bevolking. Ook het Amerikaanse prestige kreeg een opdoffer. Uiteraard werden deze bombardementen veelvuldig aangehaald door Viet Cong propagandisten die recruteerden onder de boerenbevolking.

In mei 1962 organiseerd de Viet Cong zich in batallions om te opereren in centraal Vietnam. In dezelfde maand bezoekt defensie minister MacNamara Zuid-Vietnam en rapporteerd aan Washington :”....en we zijn deze oorlog aan het winnen....”

Op 1 augustus 1962 tekent president Kennedy de ‘Foreign Assistance Act” welke toelaat om “....militaire hulp te bieden aan landen die onder druk van het communisme leven en een nakende aanval vrezen....”
Dezelfde maand installeren VS special forces een kamp in Khe Sanh met de bedoeling de NVA (North Vietnamese Army) infiltraties door de bergen te voorkomen. De infiltraties gebeurden via de ‘Ho Chi Minh Trail’ op Laotiaans grondgebied. De op de Geneefse Conferentie afgesloten clausule over de neutraliteit van Laos verbood de Amerikanen om actie te ondernemen in Laos.

Een Viet Cong overwinning in de gevechten bij Ap Bac werdt voorpaginanieuws in de VS. 350 Viet Congstrijders versloegen een vele grotere strijdmacht van het Zuidvietnamese leger en drie leden van de Amerikaanse helicopterteams kwamen hierbij om het leven.
Het Zuidvietnamese leger werdt geleidt door officieren die door Diem persoonlijk werden uitgekozen, niet voor hun competentie, maar voor hun trouw aan de persoon van Diem. Ze werden verzocht om zo weinig mogelijk slachtoffers te bekomen. Hun primair doel was om Diem te beschermen tegen coup’s in Saigon.

In mei 1963 braken Boeddhistische rellen uit nadat president Diem verboden had om religieuze vlaggen te tonen op de festiviteiten voor Boeddha’s verjaardag. Zuidvietnamese politie en legertroepen schoten op de demonstranten en lieten een dode vrouw en acht gedode kinderen achter.
De politieke druk op Kennedy's administratie nam toe om zich te distanciëren van Diem’s corrupte en familiegestuurde regering. Een Boeddhistenleider verweet de VS-afgevaardigden in Saigon dat ze:”.....medeverantwoordelijk waren voor de rellen door het steunen van het Diem regime”.

De Boedhistische demonstraties namen toe en leiden tot de zelfverbranding van monniken in het openbaar. De tv beelden hiervan veroorzaakten een schokgolf bij het Amerikaanse publiek en bij president Kennedy.
Diem’s antwoord hierop was de uitvaardiging van speciale wetten om de rellen de kop in te drukken. Zuidvietnamese Special Forces, getraind door de VS, en nu onder bevel van Diem’s jongere broer Nhu begonnen een geweldadige repressie tegen Boeddhisten in Saigon, Hue en andere steden.
Nhu’s geweldadige aanpak ontstak wijdverspreide anti-Diem demonstraties. Ondertussen, tijdens een tv interview, noemde Nhu’s vrouw, de flamboyante Madame Nhu, de zelfverbrandingen door monniken als een ‘ barbeque’.

In het Witte Huis begon men op hoog niveau af te wegen om zich te distancieren van Diem.

Op 4 juli 1963 nam de zuidvietnamese generaal Tran Van Don, een Boeddhist, contact op met de CIA in Saigon met de vraag om Amerikaanse hulp voor een coup tegen Diem.

Op 22 augustus 1963 komt de nieuwe Amerikaanse ambassadeur Henri Cabot Lodge aan in Zuid-Vietnam.
Op 24 augustus 1963 ontvangt ambassadeur Lodge een brief van het VS staatsdepartement die hij interpreteerd als een aanmoediging van een zuidvietnamese militaire coup tegen president Diem.
Op 26 augustus 1963 pas ontmoet ambassadeur Lodge president Diem. Lodge vraagt om Diem’s broer te ontslaan en zijn regering te herformeren. Diem weigert arrogant om dit te bespreken met een ambassadeur.

Ondertussen zijn in het Witte Huis president Kennedy en zijn adviseurs begonnen aan een drie dagen durende verhitte conversatie over het wel of niet steunen van een militaire coup tegen Diem.

Op 29 augustus 1963 stuurt Lodge een bericht naar Washington waarin hij beweert “ dat de oorlog niet kan gewonnen worden onder een ‘Diem gouvernement’”.

Op 2 september 1963 verklaart Kennedy in een tv-interview met Walter Conkrite :”...dat president Diem het contact met het volk verloren heeft en een verandering van politiek en mogelijk zelfs van personen zich opdringt...”. In hetzelfde interview bepleit kennedy de aanwezigheid van de Vs in Vietnam :.....als we ons terugtrekken zullen de communisten zeker spoedig Vietnam innemen, gevolgd door Laos, Cambodja, Thailand en Malakka.....”
President Kennedy stuurt ambassadeur Lodge een bericht om een mogelijke coup niet te steunen, maar ingeval van een coup contact te zoeken met de nieuwe leiders en hun politiek te verrifiëren.

Op 5 oktober 1963 vragen de rebelerende generaals, onder leiding van Duong Van “Big” Minh, de zekerheid dat de VS hulp zal blijven geven en dat ze niet zullen tussenkomen in een mogelijke machtswissel. Dit bevalt Kennedy best en hij geeft bevestigend antwoord op de vraag van de generaals. De CIA in Saigon verwittigd de samenzweerders dat de VS niet tussenbeide zal komen.

Op 1 november 1963 heeft ambassadeur Lodge een routinegesprek met president Diem dat duurt tot de middag, waarna hij vertrekt. Om 13:30 begint de opstand van de muitende militairen die de politieposten en het presidentiele paleis omsingelen. Diem en zijn broer Nhu zitten gevangen in het presidentiele paleis en verwerpen de vragen tot overgave. Diem telefoneerd met de rebellerende generaals en tracht hen de coup uit het hoofd te babbelen, dit zonder gevolg. Diem belt daarna met Lodge en vraagt hem wat de VS gaan doen.” Het is nu 04:30 in Washington en men kan nu geen mening geven”, aldus Lodge.
Lodge, bezorgt over het welzijn van Diem, vraagt naar zijn bedoelingen, waarop Diem antwoordt :”...Ik tracht de orde te herstellen...”

Om 20:00 slippen Diem en Nhu onopgemerkt weg en begeven zich naar een veilige woning in de buitenwijken van Saigon, woning die toebehoort aan een rijke Chinese handelaar.
Op 2 november om 03:00 verraad één van Diem’s helpers het onderduikadres aan de generaals. De jacht op Diem en Nhu kan beginnen. Beseffende dat hun toestand onmogelijk wordt verwttigen Diem en Nhu dat ze bereidt zijn zich over te geven en zich in een Katholieke kerk in Saigon bevinden. Diem en Nhu worden gevankelijk afgevoerd door rebellerende officieren en vervoerd in een gepantserd voertuig. Onderweg stoppen de voertuigen, schoten weerklinken. Diem en Nhu zijn zonder proces vermoord.

Een meeting in het Witte Huis wordt onderbroken door het bericht van Diem’s dood. President Kennedy verlaat lijkbleek de meeting en zal later in zijn dagboek schrijven dat :”....en ik vindt dat we hierin een grote verantwoordelijkheid zullen moeten dragen.”

Saigon viert de val van het Diem regime, maar de coup resulteerd in een machtsvacuum. Er ontbreekt een miltaire en gouvernementele structuur die het gezag over Zuid-Vietnam kan uitoefenen.

De Viet Cong gebruikt de afwezigheid van een militair bestuur om in de landelijke gebieden van Zuid-Vietnam hun aanwezigheid tot 40% op te drijven.

Op 22 november 1963 wordt president Kennedy in Dallas vermoord. Zijn vice-president Lyndon B. Johnson wordt ingezworen als 36ste president van de Verenigde Staten. Hij is de vierde VS president die betrokken wordt bij Vietnam en zal een verdere escalatie van het conflict zien gebeuren terwijl hij beroep deed op dezelfde politieke adviseurs die Kennedy omringden.

Bij een bezoek van ambassadeur Lodge aan Washington bezweert president Johnson hem dat hij Vietnam niet wil verliezen.

Bij het jaareinde zijn er 16.300 VS adviseurs in Zuid-Vietnam die in 1963 500 miljoen dollar hulp kregen.

Generaal Minh wordt uit zijn ambt gezet door een bloedloze militaire coup onder leiding van generaal Nguyen Khanh die de nieuwe leider wordt in Zuid-Vietnam.

In maart 1964 beginnen geheime, door de Amerikanan gesteunde bombardementen op de Ho Chi Minh trail binnen de grenzen van Laos. Ze worden uitgevoerd door huurlingen die in oude Amerikaanse gevechtsvliegtuigen vliegen.
Defensie secretaris McNamara bezoek Zuid-Vietnam en stelt dat generaal Khanh”...onze bewondering, respect en volledige steun verdient...” en voegt er aan toe “...we zullen blijven zolang het nodig is en we zullen iedere hulp leveren die nodig om de communistische indringers te verdrijven...” Volgend op zijn bezoek adviseerd hij president Johnson om de militaire hulp aan het Zuidvietnamese leger op te drijven.

Wordt vervolgt

LEO
Berichten: 180
Lid geworden op: 29 mei 2011 15:44

Re: Vietnamese oorlog

Bericht door LEO » 09 nov 2011 16:05

Op 17 maart 1964 beveelt de Amerikaanse Nationale Veiligheidsraad aan om Noord-Vietnam te bombarderen. President Johnson staat toe dat het Pentagon begint met de planning van de bombardementen, maar geen uitvoering ervan.

In deze zomer verspreiden 56.000 Viet Cong guerrillas zich over Zuid-Vietnam en worden gesteund door reguliere troepen van het Noordvietnamese leger die binnendringen via de Ho Chi Minh trail.

Als antwoord op deze escalatie keurt president Johnson het ’Operatie plan 34A’ goed. Geheime CIA operaties gebruiken Zuidvietnamese speedboten en Zuidvietnamese commando’s om radarinstallaties aan te vallen langs de Noord-Vietnamese kust.
De raids worden beschermd door VS marineschepen in de Golf van Tonkin, inclusief de destroyer USS Maddox die electronische bewaking uitvoert om de radarinstallaties te lokaliseren.

Op 1 juli 1964 benoemt president Johnson Maxwell D.Taylor als nieuwe ambassadeur in Zuid-Vietnam. Gedurende zijn één jaar dienst zal Taylor af te rekenen krijgen met vijf opeenvolgende regeringen in een uiterst onstabiel Zuid-Vietnam.
Johnson benoemde ook Luit. Generaal William C. Westmoreland tot de nieuwe militaire commandant in Vietnam. Westmoreland is een West point gegradueerde en een meermaals gedecoreerde veteraan van de Tweede Wereldoorlog en Korea.

In juli 1964 wordt senator Barry Goldwater genomineerd als presidentskandidaat voor de Republikeinse Partij. Goldwater is een aarts-conservatief en virulent anti-communist en zijn campagne retoriek zal in het Witte Huis een grote invloed hebben op de komende beslissingen in verband met Vietnam. Bovenal willen Johnson’s adviseurs niet dat Johnson zou gekenmerkt worden alszijnde “...zacht voor het communisme...” en alzo de presidentiele verkiezingen in november te verliezen.

Op 31 juli 1964 en in de Golf van Tonkin vallen drie Zuidvietnamese ongemarkeerde speedboten militaire installaties aan op twee Noordvietnamese eilanden. De destroyer USS Maddox is in de omgeving.

Op 2 augustus 1964 vallen drie Noordvietnamese speedboten de USS Maddox aan tien mijl buiten de Noordvietnamese kust. Ze lanceren 3 torpedo’s en geven machinegeweervuur waarvan maar één kogel de USS Maddox raakt en geen slachtoffers of schade veroorzaakt.
Alarm wordt gegeven en gevechtsvliegtuigen van het vliegdekschip Ticonderoga, geleid door commandant James Stockdale zinken één speedboot en beschadigen de beide anderen.

Op zondagmorgen in het Witte Huis (12 uur na Vietnamtijd) reageerd president Johnson voorzichtig op de rapporten van het incident en besluit niet om een vergelding. In plaats daarvan zendt hij een diplomatiek bericht naar Hanoi waarin hij waarschuwt voor ‘ erge gevolgen voor toekomstige ongeprovokeerde aanvallen’

Johnson geeft dan de USS Maddox opdracht om in dezelfde wateren te blijven waar het incident zich voordeed. Ondertussen brengen de Verenigde Stafchefs gevechtstroepen in staat van alarm en
selecteren doelen in Noord- Vietnam voor bombardementen indien nodig.

Op 3 augustus 1964 begint de USS Maddox, nu vergezeld door een tweede destroyer USS J. Turner Joy aan een reeks zigzag bewegingen en ze naderen de Noordvietnamese kust tot op acht mijl. Terzelfder tijd vallen Zuidvietnamese commando’s in hun speedboten Noordvietnamese stellingen aan langs de kust.

Bij valavond steken stormen de kop op die de electronische apparatuur op de destroyers storen. Bemanningsleden die de apparatuur bemannen geloven dat ze onder vijandelijk vuur komen te liggen van Noordvietnamese patrouilleboten en beide destroyers openen het vuur op de vermoedelijke doelen, maar er zijn geen tekenen van aanvallende boten.

Op 4 augustus 1964 en ondanks echte bewijzen van een aanval raden de Verenigde Stafchefs aan om een bombardement uit te voeren op Noord-Vietnam. Persverslagen in Amerika nemen de tweede aanval op met indrukwekkende ooggetuigenverslagen ondanks het feit dat er geen reporters aanwezig waren op beide destroyers.

In het Witte Huis besluit president Johnson om actie te ondernemen. En zo begint het eerste Amerikaanse bombardement op Noord-Vietnam wanneer 64 gevechtsvliegtuigen van de marine oliedepots en havenfaciliteiten aanvallen.

Tijdens een nachtelijke TV uitzending brengt presdent Johnson de Amerikaanse bevolking op de hoogte van de ontwikkelingen en besluit zijn speech met de woorden “...we zoeken nog steeds geen verdere uitbreiding van het conflict...”

Twee marinevliegtuigen werden neergeschoten gedurende de bombardementen en dit resulteerde in de gevangenneming van de eerste Amerikaanse krijgsgevangene. Luitenant Everett Alvarez werdt afgevoerd naar een interneringsplaats in Hanoi die later het ‘Hanoi Hilton’ zal genoemd worden door meer dan 600 Amerikaanse luchtmachtmensen die er verbleven als krijgsgevangenen.

Opiniepeilingen in Amerika bewezen dat 85% van de bevolking achter Johnson’s beslissing stond om te bombarderen. Ook verschillende kranten schaarden zich achter de beslissing van de president.
Johnson’s adviseurs, defensieminister McNamara inbegrepen, trachten het congres te overhalen om president Johnson de vrije hand te laten in Vietnam.

Tijdens een senaatsvergadering op 6 augustus werdt McNamara geconfronteerd met de beweringen van senator Wayne Morse die getipt was door iemand in het Pentagon. Morse beweerde dat de Maddox betrokken was bij aanvallen van Zuidvietnamese commando’s op Noordvietnamese installaties. En er dus wel sprake was van provocatie. McNamara beweerde dat de marine niet betrokken was bij Zuidvietnamese commando aanvallen, als die er dan ook al waren.

Op 7 augustus 1964 werdt met een overweldigende meerderheid in het Congres de’ Golf van Tonkin Resolutie’ goedgekeurd. De Resolutie hield in dat de president de volmacht kreeg om alle nodige stappen, inclusief het inzetten van gewapende macht, te ondernemen om verdere aanvallen op VS strijdkrachten te voorkomen. De Resolutie liet echter ook toe om een niet verklaarde oorlog te starten.

In Saigon beginnen op 21 augustus 1964 studenten en Boeddhistische militanten aan een zich steeds uitbreidend protest tegen het militaire regime van generaal Khanh. Als resultaat hiervan treed Khanh terug als enige leider ten voordele van een triumviraat dat, hemzelf inbegrepen, bestaat uit generaal Minh en generaal Khiem. De straten van Saigon vervallen spoedig in chaos en bendegeweld, wat de onstabiliteit van de regering bewijst.

Op 26 augustus 1964 wordt president Johnson genomineerd als kandidaat voor het presidentschap op de Demokratische Nationale Conventie.
Tijdens zijn verkiezingscampagne verklaarde hij “...we zijn niet van plan om Amerikaanse jongens tienduizend mijl van huis te sturen om te doen wat Aziatische jongens worden verondersteld zelf te doen...”

Op 7 september 1964 verzameld president Johnson zijn adviseurs in het Witte Huis om verdere stappen voor actie in Vietnam te bepalen.

Op 13 september 1964 plegen twee misnoegde generaals een coup in Saigon die echter mislukt.

In de Sovjet-Unie wordt premier Chroestjof in oktober uit zijn ambt gezet en vervangen door Leonid Brezhnev als leider van de USSR. In dezelfde maand test China haar eerste atoombom en trekt tevens troepen samen aan de Vietnamese grens als antwoord op de Amerikaanse escalatie.

Op 1 november 1964 voeren de Viet Cong hun eerste aanval uit op Amerikaanse troepen bij de militaire luchthaven van Bien Hoa, 12 mijl noordelijk van Saigon. Een mortieraanval dood vijf Amerikanen, twee Zuidvietnamezen en verwond honderd mensen.

Op 3 november verslaat de demokraat Lyndon B.Johnson in de presidentsverkiezingen de republikein Barry Goldwater met 61% van de stemmen. De Demokraten bezitten nu ook een meerderheid in de Senaat.

Op 1 december 1964 wordt op een vergadering in het Witte Huis door Johnsons top-adviseurs, inbegrepen Staatssecretaris Dean Rusk, Nationaal Veiligheidsadviseur McGeorges Bundy en Defensieminister McNamara aanbevolen om een escalatie van VS militaire betrokkenheid in Vietnam te verhogen.

Tijdens de maand december komen via de Ho Chi Minh trail 10.000 NVA soldaten toe in de centrale hooglanden van Zuid-Vietnam. Ze zijn voorzien van gesophisticeerde wapens die hen bezorgt werden door China en de Sovjet-Unie. Ze vormen Viet Cong battaljons en stellen ervaren soldaten aan als leiders.

Op 20 december 1964 vindt nogmaals een coup door het Zuidvietnamese leger plaats. Deze maal is het generaal Khanh, samen met jonge officieren onder leiding van Nguyen Cao Ky en Nguyen Van Thieu die de oudere generaals, Minh inbegrepen afzetten en zelf de controle verwerven.
Eén dag later ordert een woedende ambassadeur Taylor de jonge officieren naar de Amerikaanse ambassade. Hen uitscheldend als schooljongens roept hij dat Amerika het beu is met de constante onrust en couppogingen in Vietnam.
Taylor’s woedende uitlatingen verbazen de jonge officieren en generaal Khanh trekt in de pers van leer tegen Taylor en de VS. Hij verwijt hen ervan Vietnam te willen kolonialiseren.

Op 24 december 1964 plaatsen Viet Cong terroristen een autobom bij het Brinks hotel in Saigon. De bom ontploft om 17:45 tijdens het “Happy Hour” in de hotelbar. Twee Amerikanen worden gedood en 58 gewond. President Johnson verwerpt de aanbevelingen van zijn raadgevers om over te gaan op het bombarderen van doelen in Noord-Vietnam.

Het aantal Amerikaanse adviseurs aanwezig in Vietnam bedraagt bij het jaareinde 23.000 man.
Er zijn nu 170.000 Viet Cong/ NVA troepen in het ‘Revolutionaire Volksleger’ welke waren begonnen met aanvallen op battaljonsniveau tegen posities van het Zuidvietnamese leger rondom Saigon.
Laatst gewijzigd door LEO op 09 nov 2011 16:27, 1 keer totaal gewijzigd.

LEO
Berichten: 180
Lid geworden op: 29 mei 2011 15:44

Re: Vietnamese oorlog

Bericht door LEO » 09 nov 2011 16:06

DE JUNGLE OORLOG

In januari 1965 bekomt generaal Khanh de volledige macht in Zuid-Vietnam. Johnsons adviseurs sturen hem een memo waarin staat dat Amerika nu op een tweesprong is aangekomen. Daar de Amerikaanse hulp niet voldoende is moet er overwogen worden welke richting men uit wil: Uitbreiding van de militaire hulp of zich terugtrekken ?
In dezelde maand begint operatie ‘ Game Warden’ als Amerikaanse marineboten de 3000 zeemijlen lange binnenwateren van Zuid-Vietnam patrouilleren.

Op 4 februari 1965 bezoekt Nationaal Veiligheidsadviseur McGeorges Bundy voor het eerst Saigon. Gelijktijdig komt Sovjet Eerste Minister Kosygin aan in Hanoi.

Op 6 februari 1965 vallen Viet Cong guerrillas de Amerikaanse basis bij Pleiku in de centrale hooglanden aan en doden acht Amerikanen, verwonden er 123 en blazen 10 vliegtuigen op.

“ Ik heb er nu genoeg van “ stelt president Johnson en geeft toestemming voor operatie ‘Flaming Dart’ , het bombarderen van een Noord-Vietnamees legerkamp bij Dong Hoi door marinevliegtuigen van het vliegdekschip Ranger.

In Hanoi wordt Sovjet Eerste Minister Kosygin door de Noordvietnamezen onder druk gezet om massal militaire hulp te verlenen tegen de Amerikaanse agressie. Kosygin stemt toe en binnen enkele weken zullen Russische ‘Surface to Air Missiles’ (Sam’s) in Noord-Vietnam toekomen.

Een nieuwe coup op 18 februari zet generaal Khanh definitief opzij en een nieuw militair/ burgerlijk gouvernement wordt opgezet en geleid door Dr. Phan Huy Quat.

Op 22 februari 1965 vraagt generaal Westmoreland om twee battaljons VS mariniers om de basis bij Da Nang te beschermen tegen 6000 Viet Cong die zich in de nabijheid bevinden. De president geeft hiervoor toestemming, ondanks de bezwaren van ambassadeur Taylor die vreest dat Amerika “....dezelfde weg gaat als de Fransen door hun aanwezigheid steeds te vermeerderen in een onvriendelijk jungleland waar vriend of vijand niet te onderscheiden zijn “.

Op 2 maart 1965 begint operatie ‘Rolling Thunder’ als 100 Amerikaanse gevechtsbommenwerpers doelen in Noord-Vietnam bombarderen. Geplaned om acht weken te duren zal operatie ‘Rolling Thunder’ drie jaar aanslepen.
De eerste VS bombardementen betroffen ook de Ho Chi Minh trail. Gedurende de ganse oorlog is de trail veelvuldig gebombardeerd met weinig succes om de geweldige stroom van manschappen en materiaal naar het zuiden te stoppen. De aangebrachte schade werdt s’nachts hersteld door vrouwelijke constructie-teams.
Gedurende de ganse oorlog vlogen de Amerikaanse toestellen 3 miljoen vluchten en dropten 8 miljoen ton aan bommen, viermaal het tonnage aan bommen dat in gans de Tweede Wereldoorlog werdt gedropt. Het was de grootste ontplooiïng van vuurkracht uit de geschiedenis van het oorlogvoeren.
De meerderheid van de bommen viel in Zuid-Vietnam op posities van de Viet Cong en kampen van de NVA. Ontelbare dorpen werden getroffen en 3 miljoen vluchtelingen vonden de dood. In Noord-Vietnam reageerde men met een verspreiding van fabrieken en depots.

Op 8 maart 1965 landen 3500 Mariniers als gevechtstroepen op China Beach om de Amerikaanse luchtmachtbasis bij Da Nang te verdedigen. Ze vervoegden de 23.000 aanwezige adviseurs.

Op 9 maart 1965 geeft president Johnson de toelating tot het gebruik van napalm.

Operatie ‘Market Time’ begint in maart. Een samenwerking tussen de VS marine en de Zuidvietnamese marine om de toevoer van Noordvietnamees materiaal over zee naar het zuiden te verhinderen. Door het succes van deze operatie worden de Noordvietnamezen verplicht een meervoudig gebruik van de Ho Chi Minh trail te maken.

Op 29 maart 1965 bombarderen Viet Cong terroristen de Amerikaanse ambassade te Saigon.

Op 1 april 1965 besluit president Johnson tot het sturen van twee bijkomende battaljons mariniers en tot 20.000 man logistiek personeel naar Vietnam. De president geeft ook toestemming aan de gevechtstroepen om de Viet Cong uit de landelijke gebieden te verdrijven. Deze beslissing om offensieve actie te laten uitvoeren door Amerikaanse gevechtstroepen wordt twee maanden verzwegen voor de pers en de bevolking.

Tijdens een speech op 7 april 1965 in de Johns Hopkins universiteit doet Johnson een oproep aan Hanoi om “...onvoorwaardelijke gesprekken te beginnen om de oorlog te beëindigen in ruil voor massale hulp voor het moderniseren van Vietnam...” Maar Johnson’s vredevoorstel werd verworpen door Noord-Vietnam.

In Washington komen op 17 april 1965 15.000 studenten samen om te protesteren tegen de VS bombardementen. De studenten noemen president Johnson, zijn adviseurs, het Pentagon, bureaukraten en de wapenlobby “The Establishment”.

Op 20 april 1965 komen in Honolulu de top-adviseurs samen, inbegrepen McNamara, gen. Westmoreland, gen. Wheeler, William Bundy en ambassadeur Taylor. Ze komen overeen om president Johnson te vragen om nogmaals 40.000 man gevechtstroepen naar Vietnam te sturen.

Op 3 mei 1965 komen 3.500 man troepen van de 173th Airborne brigade aan in Vietnam.

Op 11 mei 1965 verjagen de Viet Cong Zuidvietnamese troepen in de provincie Phuoc Long, ten noorden van Saigon en ze voeren aanvallen uit in centraal Zuid-Vietnam.

Op 13 mei 1965 lassen de Amerikanen een pauze in de bombardementen in in de hoop dat Hanoi nu wil onderhandelen. Er zullen nog zes van zulke pauzes volgen tijdens operatie ‘Rolling Thunder’, maar Hanoi weigert steeds te onderhandelen. Tijdens deze pauzes voert de Viet Cong herstellingen uit en stuurt meer troepen via de Ho Chi Minh trail naar Zuid-Vietnam.
Op dezelfde dag vallen Viet Cong eenheden een kamp van de VS Special Forces aan in Phuoc Long. Gedurende de gevechten verdient 2de Lt. Charles Williams de ‘ Medal of Honor ‘ door een machinegeweernest te veroveren en terwijl hij viermaal gewond is een helicopterteam in te loodsen.

Op 19 mei 1965 hervatten de VS hun bombardementen op Noord-Vietnam.

Op 18 juni 1965 verwerft Nguyen Cao Ky de macht in Zuid-Vietnam met Nguyen Van Thieu als waarneemend staatshoofd. Ze leiden de 10de regering in 20 maanden.

Op 1 juli 1965 voert de Viet Cong een mortieraanval uit op de Amerikaanse basis in Da Nang en vernield daarbij drie vliegtuigen.

Op 8 juli 1965 wordt Henri Cabot Lodge opnieuw aangesteld als ambassadeur in Zuid-Vietnam.

Van 21 tot 28 juli beraadslaagd president Johnson met zijn top-adviseurs over de verdere stappen die ondernomen dienen te worden in verband met Vietnam.
Tijdens een persconferentie op 28 juli kondigt president Johnson het vertrek van 44 gevechtsbattaljons aan, daarmee de Amerikaanse aanwezigheid op te drijven tot 125.000 man.
Volgens de president: “...ik vroeg de bevelvoerende generaal naar zijn prioriteiten, en hij vertelde ze mij. We zullen tegemoet komen aan zijn wensen, we kunnen niet verslagen worden door een gewapende macht. We blijven in Vietnam...” en vervolgens: “...Ik vindt het niet makkelijk om de bloem van onze jeugd, deze fijne jongens, het gevecht in te sturen...”

Begin augustus 1965 worden gezamelijke actie-pelotons geformeerd bestaande uit VS militairen en Zuidvietnamese milities om de Viet Cong uit de landelijke gebieden te verjagen. De vernietiging van een ’verondersteld’ Viet Cong dorp door VS mariniers wordt op tv uitgezonden door CBS in Amerika. Dit veroorzaakt grote controversies onder de Amerikaanse bevolking. Eerder waren zeven mariniers om het leven gekomen in een speurtocht naar Viet Cong guerrillas na een mortieraanval op de basis van Da Nang.

Op 4 augustus vraagt president Johnson een bijkomende steun van 1,7 biljoen dollar voor de oorlog.

Op 5 augustus 1965 vernield de Viet Cong twee miljoen gallons brandstof in opslagtanks nabij Da Nang. De VS voert als tegenmaatregel bombardementen uit op Noord-Vietnam.

Van 18 tot 24 augustus 1965 loopt operatie ‘ Starlite ‘, het eerste belangrijk VS grondoffensief in Vietnam. VS mariniers voeren een aanval uit op 1500 Vietcong die een aanval voorbereiden op de luchtmachtbasis van Chu Lai. De mariniers komen op de Viet Cong posities aan in helicopters en vanuit zee ondersteund door luchtaanvallen en scheepsartillerie.
45 mariniers worden gedood en 120 gewond. De Viet Cong telt 614 doden en er worden negen krijgsgevangen gemaakt. Deze twijfelachtige overwinning krikt het moreel van de Amerikaanse troepen op.

Op 16 oktober 1965 worden er anti-oorlogsdemostraties gehouden in 40 grote Amerikaanse steden alsook in Londen en Rome.

Op 19 oktober 1965 begint het NVA (North Vietnamese Army) een aanval op het VS Special Forces kamp in Plei Me, als voorspel op hun aanval in de Ia Drang vallei in Zuid-Vietnams centrale hooglanden.

Op 30 oktober 1965 marcheren 25.000 betogers door de straten van Washington voor hun steun te betuigen aan de regering Johnson en haar betrokkenheid in Vietnam. De stoet wordt geleid door vijf dragers van de ‘ Medal of Honor ‘.

Van 14 tot 16 november woedt de strijd in de Ia Drang vallei. Het is het eerste belangrijk gevecht van VS troepen tegen de reguliere troepen van het NVA in Zuid-Vietnam.
Amerikaanse troepen van de 1st Cavalry Division ( Airmobile ) worden ingevlogen met helicopters om de NVA aanval te beantwoorden. Bij landing verspreiden de troepen zich en leveren een hevig vuurgevecht met de NVA troepen. Ze worden ondersteund door artillerievuur en bombardementen door B-52 bommenwerpers. Het is de eerste maal dat B-25 bommenwerpers steun verlenen aan grondtroepen. Na het twee-daags gevecht trekt de NVA zich terug in de jungle.
79 Amerikanen werden gedood en 121 gewond. De verliezen voor de NVA werden geschat op minimaal 2000.
De Amerikaanse overwinning in de Ia Drang vallei werdt echter overschaduwt door een hinderlaag waarin 400 soldaten van de 7th Cavalry Division terecht kwamen. Ze waren te voet uitgestuurd om landingzone ‘ Albany ‘ te verzekeren. Ze liepen recht op een NVA reserve, een reserve voor de gevechten in de Ia Drang vallei, versterkt door terugtrekkende troepen uit de vallei. 155 Amerikanen werden gedood en 124 gewond.

Wordt vervolgt
Laatst gewijzigd door LEO op 09 nov 2011 16:27, 1 keer totaal gewijzigd.

LEO
Berichten: 180
Lid geworden op: 29 mei 2011 15:44

Re: Vietnamese oorlog

Bericht door LEO » 09 nov 2011 16:13

35.000 anti-oorlogsdemonstranten omcirkelen het Witte Huis op 27 november 1965 en begeven zich daarna naar het Washington Monument voor een bijeenkomst.

Na een bezoek aan Vietnam op 30 november 1965 waarschuwt Defensieminister McNamara dat de verliezen tot 1000 doden per maand kan oplopen.

Op 4 december 1965 plegen Viet Cong terroristen een bomaanval op een hotel in gebruik door VS personeel. Er vallen acht doden en 137 gewonden.

Op 7 december 1965 verklaart Defensieminister McNamara aan president Johnson dat de Noordvietnamezen geloven: “...dat de oorlog lang gaat duren, de tijd aan hun kant staat en dat hun toegeleverd materiaal superieur is aan het Amerikaanse...”
De’ New York Times’ beweert dat, ondanks massale bombardementen, de VS er niet in slaagt de toevloed van NVA soldaten en voorraden naar Zuid-Vietnam te stoppen.

Van 18 tot 20 december 1965 vergadert president Johnson met zijn top-adviseurs over de volgende te nemen stappen in verband met Vietnam.

Een 37-dagen durende bombardementspauze gaat in op 25 december 1965. De VS willen Noord-Vietnam onder druk zetten om te onderhandelen. De Noordvietnamezen noemen het een valstrik van de VS en gaan verder met hun terroristische aanvallen in het Zuiden.

Bij het jaareinde beloopt het aantal VS troepen in Vietnam 184.300. Een geschat aantal van 90.000 Zuidvietnamese soldaten zijn gedeserteerd in 1965, terwijl 35.000 Noordvietnamese soldaten via de Ho Chi Minh trail in het zuiden zijn aangekomen. Ongeveer 50% van de landelijke gebieden in Zuid-Vietnam staan nu onder Viet Cong controle.

‘ Times Magazine’ verkiest generaal Wiliam Westmoreland als “ Man of te Year, 1965 “.

Met operatie ‘ Masher’ (Stamper) begint de VS een grootschalige ‘ search and destroy ‘ (zoek en verniel) actie. Van 28 januari tot 6 maart 1966 zullen acties ondernomen worden tegen de Viet Cong en NVA kampementen. President Johnson vraagt om de naam van de operatie te veranderen in ‘ White Wing ‘ daar hij bezorgt is voor de impact van de naam op de Amerikaanse bevolking.
Gedurende deze 42 dagen durende operatie zal de 1st Cavalry Division (Airmobile), opnieuw ingevlogen met helicopters, harde gevechten leveren met de vijand.
228 Amerikanen werden gedood en 788 gewond. De verliezen voor de NVA worden gesteld op 1344.
De term ‘ Search and Destroy ‘ zal door de Amerikaanse media herhaaldelijk genoemd worden en bracht een negatieve indruk teweeg bij de bevolking die de benaming verbond aan brandende dorpen en een vluchtende bevolking. De troepen verkorten de benaming van hun operaties gewoon tot ‘SaD’.

President Johnson beval op 31 januari, na een pauze van 37 dagen, een hervatting van de bombardementen op Noord-Vietnam. Hanoi had eens te meer niet gereageerd op zijn voorstel tot onderhandelen.
Senator Robert F. Kennedy bekritiseerde president Johnson’s beslissing om de bombardementen te hervatten. Hij stelde dat:”...de VS zich begaf op een weg waaruit geen terugkeer mogelijk was, een weg die moest leiden tot een catastrofe voor de mensheid....”
President Johnson was woedend over de uitlatingen van senator Kennedy.

Begin februari 1966 komt de senaatscommissie voor Buitenlandse Betrekkingen bijeen onder voorzitterschap van senator William Fulbright. De senaatsdebatten worden op tv uitgezonden en betreffen een ontleding van Amerika’s politiek in Vietnam.
Verschijnend voor de commissie verklaart defensieminister McNamara dat de VS objectieven in Vietnam niet de bedoeling hebben om het Noordvietnamese gouvernement te vernietigen of te verdrijven uit Noord-Vietnam. Ze zijn begrensd tot het vernietigen van de Noordvietnamese agressie tegen de instituties van Zuid-Vietnam.

President Johnson en de Zuidvietnamese Eerste Minister Nguyen Cao Ky ontmoeten elkaar van 6 tot 9 februari 1966 in Honolulu.

Een poging om op 1 maart 1966 de’ Golf van Tonkin Resolutie’ te herroepen faalt in de senaat bij een stemming van 92 tegen 2 stemmen. De poging werdt ondernomen door senator Wayne Morse.

Op 10 maart 1966 beginnen Zuidvietnamese Boeddhisten een geweldadige campagne tegen Eerste Minister Ky als gevolg van diens beslissing om een Boeddhistische top-genraal te ontslaan.
Dit maakt het begin aan een periode van extreme onrust in steden als Saigon, Da Nang en Hué.

Op 26 maart 1966 worden anti-oorlogsdemonstraties gehouden in New York, Washington, Chicago, Philadelphia, Boston en San Francisco.

Op 12 april 1966 worden voor het eerst B-25 bommenwerpers ingezet tegen Noord-Vietnam. Elke B-25 draagt tot 100 bommen. Ze worden gedropt van op 6 mijl hoogte. De keuze van de doelen wordt zorgvuldig bepaald in Washington. Er zijn zes hoofddoelen: Krachtcentrales, oorlogsfaciliteiten, transportlijnen, militaire complexen, olie-opslagplaatsen en luchtverdedigingsstellingen.

Op 13 april 1966 voert de Viet Cong een aanval uit op het vliegveld van Tan Son Nhut, nabij Saigon. Ze maken 140 slachtoffers en vernielen 12 helicopters en 9 vliegtuigen van de VS.

Defensieminister McNamara rapporteerd de instroom van 4500 Viet Cong per maand in het zuiden.

De politieke onrust in Zuid-Vietnam neemt van 14 mei 1966 toe als Zuidvietnamese troepen, loyaal aan Eerste Minister Ky, muitende Boeddhistische Zuidvietnamese troepen verdrijven uit Da Nang. Ky’s troepen begeven zich daarna naar Hué om de daar aanwezige muiters te verdrijven.
Ky’ acties starten een nieuwe golf van zelfverbrandingen door Boeddhistische monikken en nonnen als protest tegen het Saigon regime van Ky en zijn Amerikaanse achterban.
Boeddhisten leider Tri Quang beschuldigd president Johnson persoonlijk verantwoordelijk voor de onlusten. Johnson noemt de zelfverbrandingen “...tragisch en onnodig...”.

Op 4 juni 1966 verschijnt in Amerika een vier-bladzijden grote anti-oorlogsadvertentie in de New York Times, ondertekend door 6400 leraren en professoren.

Op 25 juni 1966 neemt het protest nog toe na de arrestatie van Boeddhistenleider Tri Quang. Eerste Minister Ky roept op tot kalmte.

De VS bombarderen op 29 juni 1966 olieopslagplaatsen in Hanoi en Haiphong als antwoordt op de steeds toenemende infiltratie van Viet Cong in het zuiden.
De regering in de VS is zeer voorzichtig met het bombarderen van Hanoi zelf uit vrees voor reacties van Hanoi’s geallieerden China en de Sovjet-Unie. Dit houd ook in dat de VS regering, ondanks het aandringen van sommige adviseurs, geen militaire grond-acties onderneemt in Noord-Vietnam.

Krijgsgevangen VS piloten worden op 6 juli 1966 getoond aan de joelende bevolking in de straten van Hanoi. Vanaf 11 juli 1966 verhoogt de VS de bombardementen op de Ho Chi Minh trail.

Op 15 juli 1966 wordt operatie ‘Hastings’ gelanceerd door VS mariniers en Zuidvietnamese troepen tegen 10.000 NVA troepen in de Quang Tri provincie. Dit is de grootste gecombineerde operatie in de oorlog tot dan.

Op 30 juli 1966 bombardeerd de VS voor het eerst NVA troepen in de gedemilitariseerde zone tussen Noord- en Zuid-Vietnam.

Op 9 augustus vallen gevechtsvliegtuigen van de VS bij vergissing twee Zuidvietnamese dorpen aan. Er worden 63 burgers gedood en meer dan honderd gewond.

Tijdens een bezoek aan Cambodja op 1 september 1966 roept de Franse president Charles de Gaulle op voor een terugtrekking van de Verenigde Staten uit Vietnam.

Op 12 september 1966 start de zwaarste luchtaanval tot dan als 500 VS gevechtsvliegtuigen de aanvoerroutes en bevoorradingshavens van de NVA bombarderen.

Van 14 september tot 24 november loopt operatie ‘Attleboro’ als 20.000 VS militairen en Zuidvietnamese soldaten een’ Search and Destroy ‘ operatie uitvoeren 50 mijl ten noorden van Saigon en in de nabijheid van de Cambodiaanse grens. Het kost de Amerikanen 155 doden en 494 gewonden. Verliezen aan Noordvietnamese zijde worden geschat op 1100.

Op 23 september 1966 laat de regering van de Verenigde Staten weten dat de jungles nabij de gedemilitariseerde zone door chemische producten werden ontbladerd.

Van 2 tot 24 oktober 1966 onderneemt de US 1st Cavalry Division (Airmobile) operatie ‘Irving’. Bedoeling is om de bergstreken rond Qui Nhon te zuiveren van NVA troepen.

Op 26 oktober 1966 bezoekt president Johnson de VS troepen in Cam Ranh Bay, het eerste van
twee bezoeken tijdens zijn presidentschap.

De New York Times bericht op 12 november 1966 dat 40% van de economische VS hulp aan Saigon wordt gestolen of verdwijnt op de zwarte markt.

Noord-Vietnam verwerpt op 9 december 1966 een voorstel van president Johnson in verband met de uitwisseling van krijgsgevangenen.

Op 13 december wordt het Noordvietnamese dorp Caudat, nabij Hanoi, platgebombardeerd door de VS luchtmacht. Dit resulteerd in harde kritiek van de internationale gemeenschappen. Geconfronteerd met de vragen van journalisten over het doden van burgers in Noord-Vietnam, beweert Defensie dat er mogelijk per vergissing burgers zijn gedood.

Op 27 december 1966 begint de VS luchtmacht een breedschalig bombardementsoffensief tegen vermoedelijke Viet Cong posities in de Mekong-delta. Men gebruikt napalm en honderden tonnen bommen.

Bij het jaareinde beloopt het aantal Amerikaanse troepen in Vietnam een totaal van 389.000 man met 5008 gevechtsdoden en 30.093 gewonden. De helft van de Amerikaanse slachtoffers viel door vuur van sluipschutters en lichte handwapens, samen met handgemaakte booby-traps en anti-personeelsmijnen. Het totaal van Amerika’s vechtende geallieerden beloopt 45.000 man uit Zuid-Korea en 7000 Australiers. Een geschat aantal van 89.000 Noordvietnamezen infiltreerden Zuid-Vietnam in 1966.

Wordt vervolgt
Laatst gewijzigd door LEO op 09 nov 2011 16:26, 1 keer totaal gewijzigd.

LEO
Berichten: 180
Lid geworden op: 29 mei 2011 15:44

Re: Vietnamese oorlog

Bericht door LEO » 09 nov 2011 16:15

Operatie ‘Bolo’ wordt uitgevoerd op 2 januari 1967. 28 USAF F4-Phantom jagers betrekken Noordvietnamese Mig-21 jagers in een luchtgevecht boven Hanoi. Ze schieten er zeven van neer wat de Noordvietnamese luchtmacht reduceerd tot 9 onderscheppingsjagers. Ook het aanvallen van Noordvietnamese Mig-vliegvelden werd door Washington toegelaten.

Operatie ‘Cedar Falls’ loopt van 8 tot 26 januari 1967. Het is de grootste gecombineerde operatie tot nu toe waarbij 16.000 Amerikaanse en 14.000 Zuidvietnamese soldaten betrokken zijn. Bedoeling is de ‘Ijzeren Driehoek’ 25 mijl noordelijk van Saigon te zuiveren van NVA- en Viet Cong troepen. In plaats van te vechten trekken de Noordvietnameszen zich terug in de jungle. De Amerikanen ontdekken een uitgebreidt netwerk van tunnels en gebruiken voor de eerste maal ‘Tunnelratten’. Deze bijnaam werdt gegeven aan speciaal opgeleide vrijwilligers die het tunnelnet zullen exploreren.
Na het vertrek van de Amerikaanse en Zuidvietnamese troepen zal de Viet Cong hun tunnelcomplex herstellen en opnieuw in gebruik nemen. Dit systeem zal gedurende de ganse oorlog in gebruik blijven als de Amerikanen troepen aanvoeren per helicopter, een bepaald gebied zuiveren en daarna per helicopter opnieuw vertrekken zonder consolidatie van het gebied.

Op 10 januari 1967 besluit UN Secretaris-Generaal U Thant dat Vietnam essentieel is voor de veiligheid van het Westen. Op dezelfde dag beaamt president Johnson voor het Congres dat “.... Amerika sterk in Vietnam aanwezig zal blijven....”.

Op 23 januari 1967 publiceerd senator J. Wiliam Fulbright ‘ The Arrogance of Power’, een kritisch boek over Amerika’s oorlogspolitiek in Vietnam. Hij stelt hierin directe gesprekken voor tussen de regering van Zuid-Vietnam en de Viet Cong.
Daarna zijn senator Fulbright en president Johnson geen gesprekspartners meer. Meer nog, president Johnson gebruikt de media om Fulbright, Kennedy en de kritikasters van zijn politiek met scheldwoorden te overladen.

Op 2 februari 1967 verklaard president Johnson dat er geen aanwijzingen zijn dat “...de andere kant de oorlog wil beeindigen...”.

Er vindt een wapenstilstand plaats van 8 tot 12 februari 1967 tijdens Tet, het Vietnamese nieuwjaar en een nationale feestdag.

Op 13 februari 1967 en als gevolg van falende vredesbesprekingen, kondigt president Johnson een hervatting van grootschalige bombardementen op Noord-Vietnam aan.

Van 22 februari tot 14 mei loopt operatie ‘Junction City’, het grootste VS offensief van de oorlog. 22 VS battaljons en 4 Zuidvietnamese battaljons zullen trachten het NVA Central Office hoofdkwartier in Zuid-Vietnam te vernielen. Tijdens deze operatie zal de enige parachute-aanval van de oorlog plaats vinden. Gedurende de gevechten bij Ap Gu staat het 1ste battaljon, 26ste Infanteriedivisie onder bevel van Luit. Generaal Alexander M. Haig. Haig zal later een invloedrijke adviseur in het Witte Huis worden. De operatie eindigt met 2728 Viet Cong gedood en 34 gevangengenomen. 282 Amerikanen worden gedood en 1576 gewond. De NVA zal hun hoofdkwartier overbrengen achter de Cambodiaanse grens om alzo mogelijke aanvallen te vermijden.

Op 8 maart 1967 staat het Congres een bedrag van 4,5 biljoen dollar toe voor de oorlog in Vietnam.

Van 19 tot 21 maart ontmoet president Johnson premier Ky in Guam. Johnson drint bij Ky aan om nationale verkiezingen te houden.

Op 6 april 1967 vallen 2500 Viet Cong en NVA de Zuidvietnamese stad Quang Tri aan.

Richard M. Nixon bezoekt op 14 April 1967 Saigon en stelt dat de anti-oorlogsdemonstraties in de VS “...de oorlog verlengen...”.

Op 20 april 1967 bombarderen VS bommenwerpers voor de eerste maal de haven van Haiphong in Noord-Vietnam.

Van 24 april tot 11 mei ontstaan gevechten in de bergen bij Khe Sanh tussen de US 3de Mariniers en het Noordvietnamese leger. 155 Mariniers worden gedood en 425 gewond. De NVA verliezen belopen 940 man. De basis van Khe Sanh bevind zich op 10 mijl van Noord-Vietnam nabij de grens met Laos.

Op 24 april 1967 veroordeeld Generaal Westmoreland de anti-oorlogsdemonstraties in de VS, stellende “... dat men Noord-Vietnam de hoop geeft om politiek te bereiken wat militair niet mogelijk is....”.

Ellsworth Bunker vervangt op 1 mei 1967 Henri Cabot Lodge als ambassadeur in Zuid-Vietnam.

Van 18 tot 26 mei vallen Amerikaanse en Zuidvietnamese troepen voor de eerste maal de gedemilitariseerde zone binnen en raken verwikkeld in gevechten met de NVA. Beide zijden lijden zware verliezen.
Ondertussen gaat de strijd op de rivieren verder om de Viet Cong het gebruik van de binnenlandse waterwegen in de Mekong-delta te ontzeggen.

In juli 1967 vraagt generaal Westmoreland om 200.000 bijkomende versterkingen bovenop de reeds gevraagde 475.000 man. President Johnson stemt toe in het sturen van 45.000 man.

In dezelfde maand neemt het Noordvietnamese politburo de beslissing om een grootschalig en driedelig offensief tegen Zuid-Vietnam te beginnen. De eerste fase zou bestaan uit aanvallen langs de grenslijn met de bedoeling Amerikaanse troepen uit de steden te trekken. De tweede fase zou een aanval van de Viet Cong en de NVA inhouden tegen de steden zelf (het Tet-offensief) in de hoop een volksopstand tegen het Zuidvietnamese bestuur te bekomen. De derde fase zou bestaan uit een algemene aanval van het NVA tegen Zuid-Vietnam.

Op 29 juli 1967 wordt de USS Forrestall in de Golf van Tonkin getroffen door een ramp. Een lek aan een brandstoftank veroorzaakt een explosie die aan 134 bemanningsleden het leven kost. Het ergste marine-ongeval sinds de Tweede Wereldoorlog.

De Californische senator Ronald Reagan bepleit op 18 augustus de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Vietnam om de reden dat “....vele primaire doelen om te bombarderen zich buiten het bereik van de Luchtmacht bevinden...”.

De Chinese luchtafweer schiet op 21 augustus 1967 twee VS-gevechtsbommenwerpers neer die zich accidenteel in hun luchtruim begeven hadden tijdens het bombarderen van doelen in Noord-Vietnam.

Op 1 september 1967 verklaart de Noordvietnamese Eerste Minister Pham Van Dong dat Noord- Vietnam onverminderd zal doorgaan met de gevechten.

Tijdens verkiezingen op 3 september 1967 wordt Nguyen Van Thieu verkozen tot president en Nguyen Cao Ky als zijn vice-president.

Van 11 september tot 22 oktober worden US Marines omsingeld door de NVA in Con Thien, twee mijl bezuiden de gedemilitariseerde zone. Een massief lange-afstands artillerie duel ontstaat als de NVA 42.000 artillerieschoten laat neerkomen op de belegerde mariniers. De VS antwoordt met 281.000 artillerieschoten en bombardementen op de nva stellingen door B-52 bommenwerpers. De NVA verliezen worden op meer dan 2000 geschat.

Een publieke opiniepeiling gehouden in oktober 1967 duidt aan dat 46 % van de Amerikanen vindt dat de betrokkenheid van Amerika in Vietnam een vergissing is. De meeste Amerikanen besluiten ook dat Amerika de oorlog moet winnen of anders terugtrekken.
Terzelde tijd publiceerd Life-Magazine dat ze volledig achter presidents Johnson’s oorlogspolitiek staan.

Op 5 oktober 1967 beschuldigd Hanoi de VS ervan een school in Hanoi gebombardeerd te hebben met anti-personeelsbommen.

De ‘Mars naar het Pentagon’ op 21 oktober 1967 brengt 55.000 demonstranten te been en in Londen trachten betogers de Amerikaanse ambassade te bestormen.
President Johnson herbevestigd zijn beslissing om bij hun betrokkenheid in Vietnam te blijven.

Van 3 november tot 1 december ontwikkeld zich de slag bij Dak To in het bergachtig terrein langs de Laotiaanse grens als de US 4th Infantry Division een aanval van de NVA voorkomt tegen het daar gelegen kamp van de Special Forces. Massieve luchtaanvallen gecombineerd met hevige VS en Zuidvietnamese grondaanvallen resulteren in het terugtrekken van de NVA achter de grenzen van Laos en Cambodja. De VS betreurde 289 doden. Generaal Westmoreland noemde het moedig en standvastig optreden van de VS-troepen als de basis voor deze overwinning. De NVA verliezen beliepen 1644 man.

Voortgaand op het optimisme van generaal Westmoreland verklaart president Johnson op 17 november 1967 via een TV uitzending aan het Amerikaanse publiek “... we veroorzaken meer verliezen bij de vijand dan we zelf incasseren....we maken vooruitgang...”.
In een interview met Time-magazine beweert generaal Westmoreland “...zitten te wachten op een zet van de Viet Cong, want we zijn hongerig naar een gevecht...”.

Tijdens een persconferentie op 29 november 1967 maakt een emotionele Robert McNamara zijn aftreden als Defensiesecretaris bekent, verklarend “...Mr.President,...ik vindt geen woorden om U te verklaren wat nu vandaag in mijn hart besloten zit...”. Achter de schermen had McNamara zich niet meer akkoord verklaart met de huidige politiek van Johnson betreffende Vietnam. Hij vervoegde de steeds groter wordende lijst van top-adviseurs die zich niet meer konden vinden in Johnson’s politiek.

Bij zijn tweede aankomst in Cam Ranh Bay op 23 december 1967 verklaart president Johnson aan de troepen “... alle uitdagingen zijn aangegaan, de vijand is niet verslagen....maar hij weet dat hij zijn meester in het veld is tegengekomen...”.

Bij het jaareinde beliep het aantal VS troepen in Vietnam 463.000 man met tot nu toe 16.000 doden. Meer dan 1 miljoen Amerikaanse soldaten roteerden door Vietnam met een diensttijd van 1 jaar.
Een verondersteld aantal van Noordvietnamezen infiltreerden Zuid-Vietnam in 1967 en hun totaal aantal gevechtstroepen in Zuid-Vietnam werdt geschat op 300.000.

Op 5 januari 1968 begint operatie ‘Niagara I’ om de NVA aanwezigheid rond Khe Sanh op te rollen.

Op 21 januari 1968 vallen 20.000 NVA troepen de VS basis Khe Sanh aan onder bevel van generaal Vo Nguyen Giap. Een 77 dagen durende belegering van 5000 Mariniers in hun geïsoleerde buitenpost begint. Deze belegering trekt bij de bevolking in Amerika de aandacht en vele vergelijkingen met Dien Bien Phu, waar de Fransen werden omsingeld en verslagen, worden getrokken.
“...ik wil geen verdomd Dinbinfoo...” verzekerd president Johnson aan de voorzitter van de Stafchefs generaal Earle Wheeler. Als Johnson persoonlijk marines als versterkingen stuurt stelt hij :”...de ogen van de natie en de ogen van gans de wereld zijn gericht op deze moedige groep die Khe Sanh verdedigen...”. Johnson gebruikt presidentiele orders om de Marines de basis te doen behouden. Hij verlangt van de Verenigde Stafchefs dat ze in dit opzet zullen slagen.
Dan begint operatie’ Niagara II’ met een grote bevoorradingsvluchten samen met hevige B-52 bombardementen op de NVA posities. Op het hoogtepunt van de slag worden de NVA posities om de 90 minuten getroffen door bombardementen. Gedurende gans de slag worden er 110.000 ton bommen gedropt. Het zwaarste bombardement van een kleine oppervlakte ooit. Later zou blijken dat de belegering bij Khe Sanh een afleiding was voor het komende ‘Tet’ offensief van de Viet Cong.

Op 31 januari 1968 lanceert Noord-Vietnam het Tet-offensief als 84.000 Viet Cong, bijgestaan door het NVA, guerrilla aanvallen uitvoeren op een honderdtal steden in Zuid-Vietnam. De verassingsaanval wordt van kortbij gevolgt door Amerikaanse TV ploegen die de zelfmoordaanval van 17 Viet Cong guerrilla’s op de Amerikaanse ambassade filmen. Door het uitzenden hiervan in kleuren krijgt de Amerikaanse bevolking van op de eerste rij een afschuwelijk zicht op de aanvallen op hun vaders, zonen en broers, tienduizend mijl verweg. Een Marinier onder vuur in Hué verklaart voor de camera:”...de ganse zaak stinkt, echtwaar...”

Op 7 maart 1968 zijn 35 Viet Cong en NVA battaljons verslagen door 55 Amerikaanse en geallieerde battaljons. Een vooruitziend Amerikaans luit. Generaal Fred C. Weygand had de aanval voelen aankomen. Onder zijn bevel werd het vliegveld van Tan Son Nhut heroverd om alzo het hoofdkwartier van MACV en het Zuidvietnamese militaire hoofdkwartier te vrijwaren van inname.

In dezelfde periode werd de slag om Hué gestreden. 12.000 Viet Cong en NVA bestormden de licht verdedigde historische stad en begonnen onmiddelijk met het executeren van 3000 ‘volksvijanden’, officielen van het Zuidvietnamese Gouvernement en Katholieke priesters.
Zuidvietnamese troepen en drie US Marines battaljons doen een tegenaanval en worden betrokken in de hevigste gevechten van het Tet-offensief. Huis na huis, straat na straat heroverden ze de historische stad daarbij geholpen door Amerikaanse lucht- en artillerie aanvallen.
Op 24 februari veroveren ze het Keizerlijke Paleis midden in de citadel, daarna lopen de gevechten op een einde met een terugtrekkende verslagen Viet Cong. De Amerikaanse verliezen beliepen 142 gesneuvelde Mariniers en 857 gewonden. 74 US Army soldaten werden gedood en 507 gewond. De Zuidvietnamezen betreurden 384 doden en 1830 gewonden. De Noordvietnamese verliezen werden geschat op meer dan 5000.
Gedurende het Tet-offensief in Saigon werdt een veronderstelde Viet Cong guerrilla door de Zuidvietnamese politiechef Nguyen Ngoc Loan door het hoofd geschoten voor de camera van NBC News. De foto was voorpaginanieuws in de meeste Amerikaanse kranten en de bevolking kon de life-executie volgen op NBC TV News.

Op 2 februari 1968 noemt president Johnson het Tet-offensief een complete ramp voor Hanoi.

Het Tet-offensief bracht niet teweeg wat Hanoi gehoopt had, namelijk een opstand van de plattelandsbewoners tegen het gouvernement van Zuid-Vietnam. De Viet Cong leed immense verliezen en zou nooit meer op sterkte komen. Hanoi stapte af van de guerrilla aanvallen en baseerde zich op het NVA en conventionele oorlogvoering.

Op 8 februari 1968 worden 21 US Marines door de NVA gedood in Khe Sanh.

Op 28 februari 1968 vraagt de voorzitter van de Verenigde Stafchefs, op vraag van generaal Westmoreland, aan de president een bijkomende troepenmacht van 206.000 man voor Vietnam en het formeren van reserve eenheden in Amerika.

Op 1 maart 1968 word Clark Clifford, een bekende Washingtonse advocaat en vriend van de president, benoemd tot Defensiesecretaris. In de komende dagen voert Clifford een intensief onderzoek naar de situatie in Vietnam. Hij komt tot de vaststelling dat er geen enkel plan bestaat over hoe de oorlog dient gevoerd te worden. Hij raad president Johnson aan om de oorlog niet te escaleren en stelt “...dat het nu tijd is om te beslissen waar we heen willen...”.

Op 2 maart 1968 worden 48 VS soldaten gedood in een hinderlaag bij het Tan Son Nhut vliegveld.

Op 10 maart 1968 brengt de “New York Times” het nieuws van Westmoreland’s vraag voor 206.000 man versterkingen. President Johnson ontkent het nieuws.

Operatie ‘Quyet Thang’ begint op 11 maart. Een 28 dagen durende operatie van zuiveringen in de gebieden rond Saigon.

Publieke opiniepolls in de VS tonen aan dat de populariteit van president Johnson gedaald is tot 36 %. De goedkeuring van zijn oorlogspolitiek zelfs tot 26%

Op 14 maart 1968 doet senator Robert F. Kennedy een politiek en vertrouwelijk aanbod. Kennedy zou zich terugtrekken uit de wedloop naar de verkiezingen als Johnson zijn politiek aangaande Vietnam zou aanpassen en een comitee, incluis Kennedy, zou oprichten om de zaken in Vietnam te behartigen. President Johnson verwerpt het voorstel.

Op 16 maart 1968 maakt senator Kennedy bekent dat hij zich kandidaat stelt voor het presidentschap van de Verenigde Staten. Poll’s duiden aan dat Kennedy nu populairder is dan de president.
Op dezelfde dag worden in het Zuidvietnamese dorpje My Lai 300 burgers vermoord door leden van C-company, 1st Battalion, 20th Infantry division, US Army. De slachting kan gestopt worden door helicopterpiloot Hugh Thompson door te dreigen dat hij zijn boordgeschut tegen de soldaten zal inzetten als ze niet stoppen met moorden, daarna begint hij met de evacuatie van de overlevenden.
Laatst gewijzigd door LEO op 09 nov 2011 16:26, 1 keer totaal gewijzigd.

LEO
Berichten: 180
Lid geworden op: 29 mei 2011 15:44

Re: Vietnamese oorlog

Bericht door LEO » 09 nov 2011 16:17

In een officieel legerrapport wordt vermeld dat 69 Viet Cong guerrilla’s werden gedood in My Lai, van burgerslachtoffers wordt niet gesproken.
De MY Lai moordpartij wordt meer dan een jaar in de doofpot gehouden, totdat een reeks brieven van Vietnamveteraan Ronald Ridenhour een legeronderzoek in gang steekt. Dit onderzoek leidt ertoe dat de commandant van C-company, kapitein Ernest L. Medina, peletonleider luit. William Calley en 14 anderen verschijnen voor de krijgsraad.
Foto’s van de gebeurtenis tonen lijken van kinderen, vrouwen en oude mannen. Het blijven de meest beklijvende foto’s van Amerika’s betrokkenheid in de Vietnam oorlog.

Tijdens een geheime vergadering op de Philippijnen op 23 maart 1968 verwittigd generaal Wheeler generaal Westmoreland dat president Jonhson slechts 13.500 soldaten van de gevraagde 206.000 zal sturen. Hij vraagt Westmoreland ook om de Zuidvietnamezen onder druk te zetten om hun eigen oorlogsbijdrage te verhogen.

Op 25 maart 1968 vormt Clark Cifford de “Wijze Mannen”, een groep van 12 oudere staatsmannen zoals voormalig Staatssecretaris Dean Rusk en WWII generaal Omar Bradley.
Tijdens een lunch in het Witte Huis raden ze de president aan om zich terug te trekken uit Vietnam.

President Johnson verbaasd de wereld door aan te kondigen dat hij geen herverkiezing beoogt, hij kondigt ook een bombardementstop aan boven de 20ste parallel, Hanoi inbegrepen. Hij dringt bij Hanoi aan om vredesgesprekken te beginnen. “...We zijn bereidt om onmiddelijk de weg naar vrede in te slaan door middel van onderhandelingen...”

De US First Cavalry Division (Airmobile) begint op 1 april 1968 aan operatie ‘Pegasus’, het vrijmaken van Route 9, de ontzettingsweg voor de belegerde Mariniers in Khe Sanh.

Op 4 april 1968 wordt mensenrechtenactivist dominee Dr. Martin Luther King vermoord in Memphis. Raciale onrusten breken uit in verschillende grote Amerikaanse steden.

De belegering van de US basis bij Khe Sanh komt op 8 april 1968 ten einde met de terugtrekking van de NVA als resultaat van intensieve bombardementen en de heropening van Route 9. De NVA verliezen worden geschat op 15.000. 199 US Marines vonden de dood en 830 werden gewond. First Cavalry verloor 99 doden en 629 gewonden bij de gevechten om Route 9. Het US command trekt de Mariniers terug en sluit in het geheim de basis.

Op 11 april 1968 maakt Staatsecretaris Clifford bekent dat generaal Westmoreland’s vraag om 206.000 man niet wordt toegestaan.

Anti-oorlogsdemonstranten bezetten op 23 april 1968 vijf gebouwen van de Columbia Universiteit.
Op 27 april 1968 weigeren in New York 200.000 studenten deel te nemen aan de lessen als protest.

Van 30 april tot 3 mei 1968 woedt de slag bij Dai Do aan de gedemilitariseerde zone als het NVA een invasiecorridor wil veroveren voor een inval in Zuid-Vietnaam. Ze worden gestopt door een battaljon US Marines. Bij de NVA vielen 1568 doden. 81 Mariniers werden gedood en 297 gewond. US Army verliezen beliepen 29 doden en 130 gewonden bij ondersteuning van de Mariniers.

Op 10 mei valt een NVA battaljon de Special Forces basis van Kham Duc langs de Laotiaanse grens aan. Het geïsoleerde kamp werdt in 1963 in gebruik genomen om de Viet Cong trafiek via de Ho Chi Minh trail te controleren. Nu omsingeld wordt de beslissing genomen om het kamp te evacueren met C-130’s. Na de succesvolle ontruiming werdt vastgesteld dat drie US Airforce controllers per ongeluk achtergebleven zijn. Ondanks het feit dat de airstrip nu onder de voet gelopen wordt door NVA soldaten en ondanks het feit dat er twee C-130 werden geraakt bij de ontruiming besluit luit. Col. Joe M. Jackson om met een c-123 Provider te landen en de drie mannen op te halen. Hij landt onder hevig vuur, laadt de achterblijvers in en stijgt op. Hij verdient hiermee de ‘Medal of Honor’

Op 10 mei 1968 beginnen in Parijs de vredesgesprekken die spoedig stoppen als de VS aandringt op een terugtrekking van de Viet Cong uit Zuid-Vietnam terwijl Hanoi een deelname eist van de Viet Cong in een Zuid-Vietnamese coalitie-regering. Dit tekent een periode van vijf jaar wel/niet gesprekken tussen de VS en Noord-Vietnam in Parijs.

Robert F.Kennedy wordt op 5 juni 1968 dodelijk gewond in Los Angeles, juist nadat hij de voorverkiezingen had gewonnen in Californië.

Op 1 juli 1968 wordt Generaal Westmoreland vervangen als VS bevelhebber in Vietnam door Generaal Creighton W. Abrams.

Op dezelfde datum wordt het ‘Phoenix Program’ in werking gesteld. Het houd de vernietiging van de Viet Cong infrastructuur (VCI) in het Zuid- Vietnam in. Het VCI, geschat op 70.000 communistische guerrilla’s, was verantwoordelijk voor een langdurige agressie tegen Amerikanen, Zuid-Vietnamese officielen, dorpshoofden en onschuldige burgers.
Het ‘Phoenix Program’ gecontroleerd door Robert Komer, veroorzaakt algemene controversies in Amerika daar moorden op vermoedelijke Viet Cong worden uitgevoerd door Zuid-Vietnamezen die door de VS getraind zijn. Hanoi speelt hierop in met hun propaganda en dit leidt tot onderzoek in het Amerikaanse Congres. Komer’s opvolger William E.Colby getuigt in 1971 voor het Congres dat het ‘Phoenix Program’ : “...geen programma was om te moorden, maar om te pacificeren...”. Colby geeft wel toe dat 20.587 Viet Cong verdachten zijn omgebracht in (meestal) militaire operaties door reguliere troepen en leden van para-militaire groepen.

Op 3 juli 1968 worden drie militaire VS krijgsgevangenen vrijgelaten door Hanoi.

President Johnson ontmoet op 19 juli 1968 de Zuid-Vietnamese President Thieu in Hawai.

Op 8 augustus 1968 wordt Richard M. Nixon verkozen als Republikeinse kandidaat voor het Presidentschap en belooft :”... een eerbaar einde aan de Vietnam oorlog...”.

Gedurende de Nationale Demokratische Conventie in Chicago op 28 augustus 1968 verzamelen 10.000 anti-oorlogsbetogers zich in de straten van de stad. Ze worden geconfronteerd met 26.000 man van de politie en de National Guard. Het brutale neerslagen van de betoging kan ‘live’ gevolgd worden op TV. 800 demonstranten worden gewond.
De Verenigde Staten worden nu geconfronteerd met een sociale onrust zo groot als tijdens de Burgeroorlog, honderd jaar geleden. Tot nu toe waren er 221 studentenprotesten in 101 Universiteiten in Amerika.

Op 30 september 1968 wordt het 900ste VS vliegtuig neergeschoten boven Noord-Vietnam.

In oktober 1968 begint operatie ‘ Sealord’ als een gecombineerde operatie van de US Navy en Zuid-Vietnamese Navy gunboats en oorlogsschepen de Noord-Vietnamese bevoorradingslijnen van Cambodja tot in de Mekong-delta bombarderen. Deze twee-jaar durende operatie ontregeld de aanvoer van de Viet Cong.

Op 21 oktober 1968 worden 14 Noord-Vietnamese krijgsgevangenen vrijgelaten door de VS.
In Londen protesteren 50.000 mensen tegen de oorlog.

Op 31 oktober 1968 kondigt President Johnson een stop van de bombardementen op Noord-Vietnam aan in de hoop de onderhandelingen in Parijs te bevorderen.
Gedurende de drie en een half jaar durende bommencampagne dropte de VS één miljoen ton aan bommen op Noord-Vietnam, met weinig resultaat om de stroom van goederen en personeel van het Noorden naar het Zuiden te stoppen. Ook moreel hadden de bombardementen weinig invloed. Het bracht alleen een patriotische vereniging teweeg tussen de bevolking en hun leiders. Vele steden zuidelijk van Hanoi werden vernietigd met een geschat aantal van 52.000 burgerdoden.
Gedurende ‘Rolling Thunder’ zal Noord-Vietnam, door de gesophisticeerde Russische luchtafweer, 922 B-52 en gevechtsbommenwerpers van de US Airforce en Navy neerhalen.

Bij het jaareinde beloopt de Amerikaanse aanwezigheid in Vietnam 495.000 man met 30.000 doden tot nu toe. Een verondersteld aantal van 150.000 NVA troepen infiltreerden Zuid-Vietnam via de Ho Chi Minh trail. Ondanks het feit dat de VS 200 luchtaanvallen per dag uitvoerden op de Ho Chi Minh Trail waren er dagelijks 10.000 NVA vrachtwagens onderweg op de Trail.

TOT HET BITTERE EINDE

Op 1 januari 1969 wordt Henry Cabot Lodge, de voormalige ambasadeur in Vietnam, door tot President verkozen Richard Nixon benoemt tot VS hoofd-onderhandelaar in de vredesgesprekken te Parijs.

Op 20 januari wordt Richard Nixon ingezworen als 37ste President van de Verenigde Staten. Hij is de vijfde President die zal moeten handelen over Vietnam. Zijn succesvolle verkiezingscampagne draaide rond het thema “Vrede met Eer”.

Operatie ‘Dewey Canyon’ begint op 22 januari 1969. Het is de laatste grote operatie van de US Marines en speelt zich af in de Da Krong vallei.

De Viet Cong valt op 23 februari 1969 110 doelen aan doorheen heel Zuid-Vietnam, Saigon inbegrepen.

Op 25 februari 1969 worden 36 US Marines gedood bij een aanval van het NVA op hun basiskamp nabij de gedemilitariseerde zone.

Op 4 maart overweegt President Nixon om de bombardementen op Noord-Vietnam te hervatten als vergelding voor de offensieven van de Viet Cong in het zuiden.

Op 15 maart 1969 gaan VS troepen in het offensief binnen de gedemilitariseerde zone. Dit is de eerste maal sinds 1968.

Brieven van Vietnamveteraan Ronald Ridenhour resulteren in een onderzoek door het US Army naar de slachting bij My Lai.

President Nixon geeft op 17 maart 1969 de toestemming voor operatie ‘Menu’, het geheime bombarderen van Viet Cong/NVA depots en opslagplaatsen binnen de Cambodjaanse grens door B-52 bommenwerpers.

Op 9 april 1969 bezetten 300 anti-oorlogsdemonstranten het administratief gebouw van de Harvard Universiteit. Ze worden met geweld verdreven.

Op 30 april 1969 beloopt het aantal Amerikanen in Vietnam 543.400 soldaten, 33.641 zijn tot nu toe gesneuveld, een groter aantal dan in de Korea-oorlog.

Begin mei 1969 brengt de ‘New York Times’ het bericht van de geheime bombardementen op Cambodja. President Nixon beveelt de FBI om het aftappen van vier journalisten hun telefoons en van 13 regeringsofficielen, om verdere perslekken te voorkomen.

Van 10 tot 20 mei 1969 sneuvelen 46 man van de 101th Airborne bij gevechten om ‘Hamburger Hill’ in de A Shau vallei nabij Hué, 400 anderen raken gewond. Nadat de heuvel is ingenomen worden de manschappen door hun commandant bevolen de heuvel te ontruimen. De NVA kan de heuvel onverdedigd weer in bezit nemen.
De kostbare aanval en zijn onthutsende afloop veroorzaakt in Amerika politieke consternatie, levens werden verspilt in Vietnam. Een senator noemde het “...gevoelloos en onverantwoord...”.
Het is het begin van het einde voor Amerika in Vietnam als Washington Generaal Creighton Abrams vraagt om in de toekomst zulke ontwikkelingen te voorkomen.
Hamburger Hill was de laatste grote ‘Search and Destroy’- actie van de Amerikanen gedurende de oorlog. Vanaf heden gaat men gebruik maken van aanvallen op kleinere schaal.

Een lange periode van neergang in moraal en discipline begint onder de Amerikaanse dienstplichtigen als gevolg van experimenteren met marihuana, opium of heroine. 50 % van de soldaten bezondigt zich eraan daar de drugs makkelijk te bekomen zijn in de straten van de grote steden. Later zullen de militaire hospitalen overspoeld worden door verslaafde soldaten. Uiteindelijk zullen drugs meer slachtoffers maken dan de gevechten.

Op 14 mei 1969, tijdens zijn eerste toespraak op TV, doet President Nixon het voorstel aan Hanoi om volgend jaar samen en gelijktijdig terug te trekken uit Zuid-Vietnam. Het aanbod wordt door Hanoi verworpen.

Op 8 juni 1969 ontmoet President Nixon de Zuid-Vietnamese President Nguyen van Thieu op het eiland Midway. Hij verwittigd Thieu dat het aantal Amerikaanse troepen opmerkelijk zullen verlaagd worden in de toekomst. Hij dringt aan op een ‘Vietnamisering’ van de oorlog en besluit de terugtrekking van 25.000 Amerikaanse soldaten.

Op 27 juni 1969 publiceerd ‘Life’ magazine 242 identiteitsfoto’s van soldaten die in de vorige week gesneuveld zijn, de 46 van ‘Hamburger Hill’ inbegrepen. Het zien van de glimlachende jongeren, die nu dood zijn, slaagt de burgerbevolking van Amerika met verstomming.

In juli 1969 stuurt President Nixon, via een Franse boodschapper, een bericht naar Hanoi waarin hij Ho Chi Minh vraagt de oorlog te stoppen. Hij verwittigd dat de bombardementen opnieuw zullen aanvangen als de besprekingen in Parijs niet op 1 november zullen hervat zijn. Hanoi blijft bij het standpunt van “...Viet Cong deelname in een Zuid-Vietnamese regering...”.

Op 17 juli 1969 beschuldigt Staatssecretaris William Rogers Hanoi van “...een gebrek aan menselijkheid in de behandeling van Amerikaanse krijgsgevangenen...”.

Op 25 juli 1969 wordt de ‘Nixon Doctrine’ bekent gemaakt. Het pleit voor militaire en economische hulp voor landen die zich teweer stellen tegen het communisme, maar geen ‘Vietnam-stijl’ operaties waar VS grondtroepen bij betrokken zijn.

President Nixon bezoekt op 30 juli 1969 zijn troepen en President Thieu. Het is zijn enige bezoek aan Vietnam tijdens zijn presidentschap.

Op 4 augustus 1969 begint Henri Kissinger zijn geheime gesprekken met afgevaardigden van Noord-Vietnam in Parijs.

Op 12 augustus 1969 beginnen de Viet Cong een nieuw offensief tegen 150 doelen in Zuid-Vietnam.

Ho Chi Minh sterft op 2 september 1969 aan een hartaanval. Hij wordt opgevolgd door Le Duan.
Deze leest openbaar de laatste wil van Ho Chi Minh, waarin hij de bevolking van Vietnam oproept om “...te vechten tot de laatste Yankee is verdreven...”.

Wordt vervolgt.
Laatst gewijzigd door LEO op 09 nov 2011 16:25, 1 keer totaal gewijzigd.

LEO
Berichten: 180
Lid geworden op: 29 mei 2011 15:44

Re: Vietnamese oorlog

Bericht door LEO » 09 nov 2011 16:19

Het VS Leger opent op 5 september 1969 moordbeschuldigingen tegen Luit. William Calley aangaande de slachting van burgers in het Vietnamese dorp My Lai in maart 1968.

Op 16 september 1969 beveelt President Nixon de terugtrekking van 35.000 soldaten uit Vietnam en een vermindering van de oproepingsbevelen.

Een opiniepeiling, gehouden in oktober 1969, duidt aan dat 71 % van de Amerikaanse burgers instemt met de Vietnampolitiek van President Nixon.

In een belangrijke TV speech op 3 november 1969 vraagt President Nixon de steun van de “...grote stilzwijgende meerderheid van Amerikaanse burgers...” in verband met zijn Vietnampolitiek. En hij gaat verder met “...hoe meer verdeelt we zijn aan het thuisfront, des te minder wil de vijand onderhandelen in Parijs...”. En “...Noord-Vietnam kan de VS niet verslaan, alleen Amerikanen kunnen dit...”

Op 15 november 1969 houden 250.000 vredesdemonstranten een meeting in Washington, de grootste anti-oorlog demonstratie in de geschiedenis van de Verenigde Staten.

Op 15 december 1969 beveelt President Nixon de terugtrekking van ongeveer 50.000 manschappen uit Vietnam.

Op 20 december 1969 verlaat een gefrustreerde Henri Cabot Lodge zijn post als onderhandelaar in de Parijse vredesgesprekken.

Bij het jaareinde is het aantal Amerikanen in Vietnam vermindert met 115.000 man. 40.024 Amerikaanse militairen werden tot nu toe gedoodt. Binnen de vijf jaar zal het Zuid-Vietnamese leger opgedreven worden tot een sterkte van 500.000 man en zullen volgens de ‘Vietnamisering’ de gevechten van de Amerikanen overnemen.

B-52 bommenwerpers voeren aanvallen uit op de Ho Chi Minh trail als antwoord op de steeds toenemende Viet Cong aanvallen in het Zuiden.

Op 21 januari 1970 en ondanks het feit dat de vredesgesprekken in Parijs geblokkeerd blijven, beginnen Henri Kissinger voor de VS en Le Duc Tho voor Noord-Vietnam een serie geheime besprekingen in Parijs. Deze onderhandelingen zullen twee jaar duren.

Prins Sihanouk van Cambodja wordt op 18 maart 1970 afgezet door Generaal Lon Nol. Sihanouk, die niet in het land was tijdens de coup, stelt zich in verbinding met de Cambodiaanse communisten, beter bekent als de Rode Khmer, om het regime van Lon Nol te verdrijven.
De Rode Khmer, onder bevel van de onbekende figuur Pol Pot, maakt uitbundig gebruik van het prestige en de populariteit die Prins Sihanouk geniet bij het Cambodiaanse volk, om steun te krijgen voor de Rode Khmer onder de bevolking.
Pol Pot verdrijft daarna op geweldadige manier het regime van Lon Nol en begint grote (utopische) landbouwhervormingen om van Cambodja een leidende landbouwnatie te maken. Deze hervormingen leiden tot de dood van 25 % (2.000.000 personen) van de landbouwbevolking door uithongering, overwerk en systematische executies.

Op 20 maart 1970 vallen Cambodiaanse troepen onder Lon Nol de Rode Khmer en Noord-Vietnamese eenheden aan binnen de grenzen van Cambodja.
In het Witte Huis bespreken Nixon en zijn raadgevers de mogelijkheid om hulp te bieden aan Lon Nol’s pro VS-regime.

Op 20 april 1970 kondigt President Nixon de terugtrekking binnen het jaar aan van 150.000 militairen.

Op 30 april 1970 verbaasd Nixon de Amerikaanse bevolking door de aankondiging van VS en Zuid-Vietnamese inmenging in Cambodja. Nixon bepleidt “... niet om de oorlog uit te breiden op Cambodiaans gebied maar om de doelstelling te bekomen van een vrede die we allen zo nodig hebben...”
De aankondiging veroorzaakt een vloedgolf van protest bij politiekers, de pers, studenten, professoren, zakenmensen en burgers tegen Nixon en de Vietnam-oorlog.

Op 1 mei 1970, een traditionele communistische feestdag, valt een gecombineerde strijdmacht van 15.000 VS en Zuid-Vietnamese soldaten Viet Cong en NVA bevoorradingsbases aan binnen Cambodja. NVA en de Viet Cong ontwijken zorgvuldig grote gevechten en trekken zich steeds verder naar het westen Cambodja in, hun voorraden, wapens en munitie achterlatend.

Op 2 mei 1970 breken op de Amerikaanse colleges protesten uit over de VS-invasie van Cambodja.

Op 4 mei 1970 schiet de National Guard op studenten van de Kent State University waarbij ze vier studenten doden en negen verwonden.
Als antwoord op het doden sluiten 400 colleges en universiteiten hun deuren. In Washington omsingelen ruim 100.000 betogers regeringsgebouwen, monumenten en het Witte Huis. In een impulsieve bui verlaat President Nixon het Witte Huis en voert gesprekken met jonge betogers bij het Lincoln Memorial.

6 mei 1970, in de voorbije week werden 450 burgers van Saigon vermoord door Viet Cong guerrilla’s. De hoogste wekelijkse tol tot nu toe.

Op 3 juni 1970 begint de NVA een nieuw offensief in Cambodja richting Phnom Penh. De VS voorziet in luchtaanvallen om de jonge onervaren soldaten van Lon Nol te steunen.

Op 22 juni 1970 stoppen de Amerikanen met het gebruik van chemische ontbladeringsmiddelen in Vietnam.

Op 24 juni 1970 herroept de Senaat de ‘Golf of Tonkin Resolution’.

Amerikaanse troepen trekken zich terug uit Cambodja op 30 juni 1970. Meer dan 350 VS militairen lieten het leven tijdens de invasie.

0p 11 augustus 1970 nemen Zuid-Vietnamese troepen de verdedigingsposten aan de grens van de Amerikanen over.

Hevige B-52 bombardementen langs de gedemilitariseerde zone op 24 augustus 1970.

Op 5 september 1970 begint operatie’ Jefferson Glenn’, het laatste VS offensief in Vietnam in de provincie Thua Thien.

Gedurende een TV-speech op 7 oktober 1970 stelt President Nixon een staakt het vuren voor. Beide partijen zouden in hun huidige posities blijven zonder schieten tot er een oplossing gevonden wordt in Parijs. Hanoi geeft geen antwoord.

Op 24 oktober 1970 beginnen Zuid-Vietnamese troepen een nieuw offensief in Cambodja.

Op 12 november 1970 begint het militaire proces tegen Luit. William Calley in Fort Benning, Georgia, aangaande de slachting van burgers in het dorp My Lai.

Op 10 december 1970 waarschuwt President Nixon Hanoi dat de bombardementen zullen toenemen als de Noord-Vietnamese aanvallen in het Zuiden blijven doorgaan.

Het aantal Amerikaanse troepen in Vietnam is bij het jaareinde vermindert tot 280.000 man. Een geschat aantal van 60.000 Amerikaanse soldaten experimenteerden met drugs. Er waren ook 200 ‘Fragging’ incidenten waarbij onpopulaire officieren werden aangevallen met fragmentatie granaten door manschappen onder hun bevel. Vele eenheden werden geplaagd door raciale onrust als gevolg van de situatie in het thuisland.

Op 4 januari 1971 kondigt President Nixon aan dat “...het einde in zicht is...”.

VS gevechtsbommenwerpers voeren op 19 januari 1971 hevige aanvallen uit op NVA bases- en bevoorradingskampen in Laos en Cambodja.

Van 30 januari tot 6 april 1971 loopt operatie ‘Lam Son 917’, een volledig Zuid-Vietnamese operatie. 17.000 Zuid-Vietnamese soldaten vallen 22.000 NVA aan in Laos om de Ho Chi Minh trail te onderbreken en te ontregelen. Geholpen door hevige VS artilleriebeschietingen en luchtaanvallen, samen met Amerikaanse ‘helicopterlifts’ bereiken de Zuid-Vietnamezen hun eerste doelen waar ze halt houden. Zo geven ze de NVA de kans om massieve versterkingen aan te voeren.
Bij het einde van de slag zullen 40.000 NVA ongeveer 8000 Zuid-Vietnamese overlevende soldaten terug over de grens dwingen. De VS betreuren 215 doden, 100 helicopters vernield en 600 beschadigd tijdens het ondersteunen van de Zuid-Vietnamese aanval. Als gevolg van de VS bombardementen leed de NVA het geschatte aantal van 20.000 doden.
Onder de doden bevond zich ‘Life Magazine’ fotograaf Larry Burrows die reeds 10 jaar in Vietnam aanwezig was.
President Nixon verklaarde na de slag dat “....Vietnamisering een succes was...”.
De waarheid was echter dat, na de slag, de ‘Vietnamisering’ van de oorlog moeilijk te verwezenlijken zou zijn.

Een opiniepeiling in de VS in maart 1971 duidt aan dat 50 % van de Amerikaanse burgers vindt dat de aanwezigheid in Vietnam “...moreel verkeerd is...”.

Op 1 maart 1971 wordt het Kapitoolgebouw in Washington beschadigd door een bomaanslag, vermoedelijk uitgevoerd door tegenstanders van de inval in Laos.

Op 10 maart 1971 belooft de Volksrepubliek China haar volledige steun aan Noord-Vietnam in haar strijd tegen de Verenigde Staten.

Op 29 maart 1971 wordt Luit. William Calley schuldig bevonden door de Krijgsraad voor de moord op 22 burgers van My Lai in 1968. Hij wordt veroordeelt tot levenslang in een werkkamp. Dit wordt later teruggebracht tot 20 jaar en uiteindelijk tot 10 jaar. Van de overige 16 militairen werden er maar 5 beschuldigd waarvan alleen Calley werdt schuldig bevonden.

Op 29 april 1971 overstijgt het aantal gedode VS militairen in Vietnam het getal van 45.000.

Op 30 april 1971 verlaten de laatste gevechtstroepen van de ‘US Marines’ Vietnam.

Van 3 mei tot 5 mei1971 worden 12.000 betogers gearresteerd in Washington.

Op 13 juni 1971 begint de ‘New york Times’ met de publicatie van de ‘Pentagon Papers’, een geheim Defensie archief over de voorbije beslissingen van de Witte Huis administratie aangaande Vietnam. Het lekken van deze dokumenten maakt President Nixon woedend.
Nixon tracht de publicatie van de Pentagon Papers tegen te gaan met een klacht tegen de ‘Times’ bij het District gerecht. Daarna begint de ‘Washington Post’ met het kenbaar maken van de Pentagon Papers.

Op 22 juni 1971 vaardigd de US Senaat een niet bindende resolutie uit om tegen het jaareinde alle VS troepen terug te trekken uit Vietnam.

Op 28 juni 1971 geeft Daniel Ellsberg, de bron over de Pentagon Papers lekken, zich aan bij de politie.

Op 1 juli 1971 vertrekken 6100 VS militairen uit Vietnam, een dagrecord.

John Ehrlichman en Charles Colson installeren de ‘Loodgieters-eenheid’ in het Witte Huis. Bedoeling is om Daniel Ellsberg te verhoren en verdere lekken ‘te dichten’. Colson formuleerd ook een lijst van 200 vooraanstaande Amerikanen als zijnde anti-Nixon.

Op 2 augustus 1971 geeft het Witte Huis toe dat er ongeveer 30.000 door de CIA gesponsorde huurlingen operatief zijn in Laos.

Op 18 augustus 1971 kondigen de Australische- en Nieuw-Zeelandse regering de komende terugtrekking van hun troepen in Vietnam aan.

Op 3 oktober 1971 wordt President Thieu, bij gebrek aan kandidaten, opnieuw verkozen als president van Zuid-Vietnam.

Op 9 oktober 1971 weigeren leden van de US 1st Air Cavalry Division een bevel om op patrouille te gaan, daar ze gezamelijk beweren “...om niet te gaan...”. Dit is het begin van een serie weigeringen van grondtroepen door ‘ gevechtsweigering’.

Op 31 oktober worden de eerste Viet Cong krijgsgevangenen vrijgelaten. Er zijn er amper 3000 in leven.

Op 17 december 1971 bedraagt de aanwezigheid van VS troepen in Vietnam het aantal van 156.800.

Tijdens het jaareinde drijft de VS het aantal bombardementen op Noord-Vietnam op

Wordt vervolgt.
Laatst gewijzigd door LEO op 09 nov 2011 16:25, 1 keer totaal gewijzigd.

LEO
Berichten: 180
Lid geworden op: 29 mei 2011 15:44

Re: Vietnamese oorlog

Bericht door LEO » 09 nov 2011 16:21

Op 25 januari 1972 kondigd President Nixon een 8-punten Vredesplan voor Vietnam aan. Tevens maakt hij bekent dat Henry Kissinger geheime gesprekken voert met Noord-Vietnam. Ondanks de Amerikaanse voorstellen houd Hanoi de boot af.

Van 21 tot 28 februari 1972 bezoekt Richard Nixon de Chinese Volksrepubliek. Hij ontmoet Mao Zedong en Eerste Minister Zou Enlai om nieuwe diplomatieke betrekkingen te onderhouden met de Communistische Natie. Dit bezoek veroorzaakt grote bezorgdheid in Noord-Vietnam.

Op 10 maart 1972 trekt de US 101ste Airborne Division zich terug uit Vietnam.

Op 23 maart 1972 boycotten de VS de Parijse vredesgesprekken daar President Nixon beweert dat Hanoi “...niet serieus wil onderhandelen...”.

Op 30 maart 1972 begint het Noord-Vietnamese Paas-offensief als 200.000 NVA troepen een aanval uitvoeren op de Quang Tri provincie. Vo Nguyen Giap’s bedoeling is de verovering van gans Zuid-Vietnam. Een risikovol offensief daar Giap zich baseert op de terugtrekking van Amerikaanse troepen, de inbreng van de anti-oorlogsdemonstraties in de VS die een onmiddelijke Amerikaanse respons zullen voorkomen en de lamentabele prestaties van het Zuid-Vietnamese leger tijdens operatie ‘Lam Son’ in 1971.
Giap’s strategie bestaat uit de verovering van de provincie Quang Tri in het noorden, Kontum in het middengedeelte en An Loc in het zuiden.
De Noord-Vietnamese leiders hopen ook op een afzetting van Nixon in het verkiezingsjaar. Hanoi hoopt op een ontregeling van de VS hulp aan Zuid-Vietnam bij een nederlaag van Nixon.

Als antwoordt op het NVA Paas-offensief ordert President Nixon de 7de Vloot tot luchtaanvallen en bombardementen door scheepsgeschut op de NVA stellingen in de gedemilitariseerde zone. Hij beveeld ook massieve luchtbombardementen op de indringende NVA troepen door B-52 toestellen en op doelen in Noord-Vietnam.

Op 12 april 1972 begint het NVA-Paasoffensief tegen de provincie Kontum. Indien dit offensief slaagt wordt Zuid-Vietnam in twee gesplitst.

Op 15 april 1972 worden Hanoi en Haiphong door de VS gebombardeerd. Dezelfde dag ontstaan er in Amerika protesten tegen de bombardementen.

Op 19 april 1972 begint het NVA offensief tegen de provincie An Loc.
Op 27 april 1972 is er een onderbreking van de vredesgesprekken in Parijs.

Op 30 april 1972 is het aantal VS troepen in Vietnam gedaald tot 69.000.

Op 1 mei 1972 laten Zuid-Vietnamese troepen Quang Tri City over aan de NVA.

Op 4 mei 1972 stuurt de VS 125 vliegtuigen van verschillende types naar Vietnam.

Als antwoordt op het steeds verdergaand offensief van de NVA kondigt Nixon operatie ‘Linebacker 1’ aan, het leggen van mijnen in de Noord-Vietnamese havens en een opgedreven bombardement van NVA depots, wegen, bruggen en olie-faciliteiten. De aankondiging brengt internationale protesten teweeg en een opflakkering van de anti-oorlogsdemonstraties.

Tijdens een luchtaanval uitgevoerd door Zuid-Vietnamese piloten werden per ongeluk napalmbommen gedropt op Zuid-Vietnamese vluchtelingen. De foto van het naakte, verbrande meisje Kim Phuc wordt wereldbekend.

Op 15 mei 1972 wordt het Hoofdkwartier van de US Army in Vietnam ontbonden.

Volgens VS rapporten van 17 mei 1972 ontregeld operatie ‘Linebacker 1’ de aanvoerroutes van de NVA.

De NVA aanval in Kontum op 30 mei 1972 wordt tegengehouden door Zuid-Vietnamese troepen dankzij massieve VS luchtbombardementen.

Van 22 tot 30 mei 1972 bezoekt President Nixon de Sovjet-Unie waar hij President Leonid Brezhnev ontmoet. Opnieuw veroorzaakt dit bezoek grote consternatie in Hanoi.

Op 17 juni 1972 worden vijf inbrekers gearresteerd in het Watergate gebouw in Washington toen ze verborgen microfoons plaatsten in de burelen van het National Democratic Committee. Verder onderzoek bracht aan het licht dat er connecties waren met het Witte Huis.

Op 28 juni 1972 begint het Zuid-Vietnamese Leger een tegenaanval in de provincie Quang Tri, geholpen door VS luchtbombardementen en VS marinegeschut.

Op 11 juli 1972 wordt de NVA aanval op An Loc tegengehouden door het Zuid-Vietnamese Leger met hulp van Amerikaanse luchtbombardementen.

Op 14 juli 1972 verkiezen de Demokraten Georges McGovern als hun presidentskandidaat. McGovern is een hevig anti-oorlogs kriticus en bepleit “...onmiddelijke en totale terugtrekking van de strijdkrachten uit Vietnam...”.

Gedurende haar bezoek aan Hanoi 18 juli 1972 verspreid de actrice Jane Fonde anti-oorlogsberichten via radio Hanoi.

Op 19 juli 1972 beginnen Zuid-Vietnamese troepen een belangrijk offensief tegen het NVA in de Binh Dinh provincie.

De laatste VS gevechtstroepen verlaten Vietnam op 23 augustus 1972.

Op 16 september 1972 wordt Quang Tri City herovert op de NVA door Zuid-Vietnamese troepen.

Bij hevige luchtbombardementen op 29 september 1972 door de VS op vliegvelden in Noord-Vietnam wordt 10 % van hun luchtmacht vernietigd.

Na een lange onderbreking hervatten op 8 oktober 1972 Henri Kissinger en Le Duc Tho de gesprekken nadat beide partijen toegevingen hebben gedaan. De VS besluit om de reeds aanwezige Noord-Vietnamese troepen in het zuiden toe te laten. Noord-Vietnam laat de vraag voor de afzetting van President Thieu en de ontbinding van zijn regering vallen.

Op 22 oktober 1972 ontmoet Kissinger President Thieu in Saigon om de vredesvoorstellen te bespreken. Een weigerachtige Thieu gaat niet akkoord. Als een woedende Kissinger President Nixon hiervan op de hoogte brengt bedreigt Nixon Thieu met een volledige stop van VS hulp aan Vietnam. President Thieu blijft bij zijn standpunt.

Operatie ‘Linebacker 1’ komt ten einde op 22 oktober 1972. VS vliegtuigen vlogen 40.000 vluchten en dropten 125.000 ton aan bommen. Deze bombardementen ontregelden de aanvallen van de NVA in de zuidelijke provincies.
Noord-Vietnam verloor tijdens het offensief 100.000 militaire slachtoffers en de leider van het offensief, de legendarische generaal Vo Nguyen Giap, de overwinnaar van Dien Bien Phu, werdt opzij geschoven ten voordele van zijn protegé generaal Van Tien Dung.
De Zuid-Vietnamese verliezen bedroegen 40.000 man.

Op 24 oktober 1972 verwerpt President Thieu publiekelijk de voorstellen van Henri Kissinger.

Op 26 oktober 1972 maakt radio Hanoi delen van de vredesvoorstellen bekent en beschuldigt de VS van het saboteren van de vredesonderhandelingen. In het Witte Huis beweert Kissinger, één week voor de verkiezingen, dat een vredesplan op hand is.

Op 7 november 1972 wint Nixon de Presidentsverkiezingen met grote meerderheid.

Op 30 november 1972 is de terugtrekking van Amerikaanse gevechtstroepen afgerond alhoewel er nog 16.000 militaire en administratieve adviseurs ter plaatse blijven als hulp voor het Zuid-Vietnamese leger.

Op 13 december 1972 lopen de gesprekken tussen Henri Kissinger en Le Duc Tho in Parijs vast als Kissinger de 69 punten van President Thieu ter sprake brengt. President Nixon verwittigd met een ultimatum Hanoi dat de gesprekken binnen de 72 uur moeten hervat worden. Hanoi reageert niet. Als resultaat hiervan beveelt Nixon de uitvoering van operatie ‘Linebacker 2’, een elf dagen en nachten durend luchtbombardement door B-52’s op militaire doelen in Hanoi.
De bombardementen beginnen op 18 december 1972 en de zogenaamde “Kerstmis-bombardementen” roepen veel weerstand op bij VS politiekers, buitenlandse staatshoofden en de Paus. Door Hanoi gefilmde burgerslachtoffers vermeerderen de afkeer van de bombardementen, alsmede de getuigenissen van neergeschoten B-52 bemanningen over de bombardementen.

Op 26 december 1972 besluit Noord-Vietnam in een hervatting van de vredesgesprekken vijf dagen na het einde van de bombardementen.

Operatie ‘Linebacker 2’ stopt op 29 december 1972 als de meest intensieve luchtaanvallen van de ganse oorlog. Meer dan 100.000 bommen werden gedropt boven Hanoi en Haiphong. 15 van de 121 B-52’s werden neergehaald door middel van 1200 SAM’s. 1318 burgerdoden vielen te betreuren.

Henri Kissinger en Le Duc Tho hervatten op 8 januari 1973 hun onderhandelingen in Parijs. Alle geschillen worden bijgelegd en op 9 januari 1973 komt men tot een oplossing. President Thieu, opnieuw onder druk door Nixon, gaat onvrijwillig akkoord met de vredesovereenkomst die nog steeds Noord-Vietnamese troepen toelaat op Zuid-Vietnamees grondgebied.

Op 23 januari 1973 maakt President Nixon bekent dat er een overeenkomst is afgesloten “...die een einde aan de oorlog zal maken en tot een eervolle vrede zal leiden...”.

Op 27 januari 1973 worden de Parijse Vredesvoorstellen getekend door de VS, Zuid-Vietnam, Noord-Vietnam en de Viet Cong. De VS gaan akkord met een onmiddelijk stoppen van alle militaire activiteiten en een terugtrekking van de resterende militairen binnen de 60 dagen. Noord-Vietnam gaat akkord met een onmiddelijk staakt het vuren en de vrijlating van alle krijgsgevangenen binnen de 60 dagen. 150.000 NVA soldaten reeds aanwezig in het zuiden blijven ter plaatse. Vietnam is nog steeds verdeeld en Zuid-Vietnam is zich bewust van het feit dat het zal leven onder twee regeringen, één onder President Thieu en één onder de Viet Cong.
Dezelfde dag kondigd VS Defensiesecretaris Melvin Laird aan dat de oproepingsprocedure wordt vervangen door de vrijwillige dienstplicht.
Op deze dag sneuvelt ook de laatste Amerikaanse soldaat in gevechtsomstandigheden, Luit. Col. William B. Noble.

Operatie ‘Homecoming’ begint op 12 februari 1973 met de vrijlating van de eerste van 591 VS krijgsgevangenen uit Hanoi.

Op 29 maart 1973 verlaten de laatste VS militairen Vietnam. President Nixon verklaard “...de dag waar we allen naartoe gewerkt en gebeden hebben is eindelijk aangebroken...”.

Amerika’s langste oorlog, en eerste nederlaag is ten einde. Gedurende meer dan 15 jaar van militaire betrokkenheid dienden meer dan 2.000.000 soldaten in Vietnam waarvan er 500.000 daadwerkelijk aan de gevechten deelnamen. 47.244 werden gedood in actie, 8000 luchtmachtmensen inbegrepen. Er waren 10.446 niet-gevechtsdoden. 153.329 werden ernstig gewond, 10.000 amputaties inbegrepen.

In april 1973 ontmoet President Nixon President Thieu in San Clemente, California. Nixon belooft in het geheim aan Thieu dat hij militair zal optreden als Noord-Vietnam de overeenkomsten zou overtreden.

Op 30 april 1973 nemen Nixon’s top-adviseurs Haldemann en Ehrlichman ontslag wegens hun rol in het Watergate schandaal.

Op 19 juni 1973 keurt het Congres het Case-Church Amendement goed dat elke militaire VS tussenkomst in Zuidoost Azië verbied. Het gaat in op 15 augustus 1973.
Dit Amendement opent de weg voor Noord-Vietnam om een nieuw offensief tegen het zuiden te overwegen, ditmaal zonder angst voor VS bombardementen.

Op 24 juni 1973 wordt Graham Martin de nieuwe VS ambassadeur in Zuid-Vietnam.

Tijdens de maand juli 1973 verwijdert de VS Marine mijnen uit de Noord-Vietnamese havens. Deze waren geplaatst tijdens operatie ‘Linebacker 1’.

Op 16 juli 1973 begint de ‘ US Senate Armed Forces Committee’ verhoren in verband met de geheime bombardementen in Cambodja in 1969/1970. Defensiesecretais James Schlesinger getuigt dat er 3500 bombardementen werden uitgevoerd om VS troepen te steunen bij het opsporen van NVA concentraties in Cambodja. Nixon’s geheime bombardementen zetten kwaad bloed bij vele politiekers.

Op 14 augustus 1973 stoppen de bombardementen op Cambodja als resultaat van het Case-Church Amendement.

Op 22 augustus 1973 benoemt President Nixon Henry Kissinger als nieuwe Staatssecretaris ter vervanging van William Rogers.

Op 22 september 1973 vallen Zuid-Vietnamese troepen het NVA aan in de nabijheid van Pleiku.

Nixon’s Vice-President Spirow T. Agnew moet wegens een politiek schandaal ontslag nemen op 10 oktober 1973. Hij wordt vervangen door Gerald R. Ford.

Op 7 november 1973 neemt het Congress de ‘War Powers Resolution ‘ aan. Daarin wordt de President verplicht om 90 dagen voor het uitsturen van troepen naar het buitenland, de goedkeuring van het Congress te krijgen.

Op 3 december 1973 vernield de Viet Cong 18 miljoen gallons olie in een opslagplaats nabij Saigon.

Op 9 mei 1974 begint het Congress onderzoeken naar de betrokkenheid van President Nixon in de Watergate-affaire.

Op 9 augustus 1974 neemt Nixon ontslag als President van de Verenigde Staten als gevolg van het Watergate schandaal. Gerald R. Ford wordt ingezworen als de 38ste President van de VS en als zesde President die moet delen met Vietnam.

In september 1974 maakt het US Congress slechts $ 700 miljoen vrij voor hulp aan Vietnam. Dit laat het Zuid-Vietnamese leger achter in geldnood en veroorzaakt beperkingen voor de werking en moraal van het leger.

In oktober 1974 besluit het Politburo in Hanoi tot een invasie van Zuid-Vietnam in 1975.

Op 19 november 1974 komt William Calley vrij na 3 ½ jaar huisarrest in verband met de moord op 22 inwoners van My Lai.

Noord-Vietnam overtreedt de Parijse Vredesovereenkomst door een aanval uit te voeren op de Zuid-Vietnamese provincie Phuoc Long, mede als test voor de reactie van VS President Ford. Deze antwoordt met een diplomatiek protest maar geen militaire actie in overeenkomst met het Congressioneel verbod tot militaire actie in Zuidoost-Azië.

Op 18 december 1974 komen de Noord-Vietnamese leiders bijeen in Hanoi om plannen op te stellen voor een definitieve overwinning in 1975.

Op 8 januari 1975 komt de Generale Staf van het NVA met het voorstel tot het inzetten van 20 divisies. Dit plan wordt goedgekeurd door het Politburo in Hanoi. Het Noord-Vietnamese leger, nu volop gesteund door de Sovjet-Unie, is het vijfde grootste ter wereld nu. Het bereidt zich voor op gevechten gedurende twee jaar, maar het Zuid-Vietnamese leger zal na 55 dagen ineenstorten.

Voor het Congress betuigt Defensiesecretaris Schlesinger op 14 januari 1975 dat de VS zijn beloften niet nakomt die gedaan werden aan President Thieu door voormalig President Nixon, namelijk militair tussenbeide te komen indien Noord-Vietnam zich niet houdt aan de vredesbepalingen.

Tijdens een persconferentie op 21 januari 1975 verklaart President Ford dat de VS niet zal overgaan tot een militaire tussenkomst om zo de Vietnam-oorlog te herstarten.

Op 5 februari 1975 begeeft NVA leider generaal Van Tien Dung zich in het geheim naar Zuid-Vietnam om het komende offensief voor te bereiden.

Op 10 maart 1975 begint het eindoffensief als 25.000 NVA troepen Ban Me Thuot in de Centrale Hooglanden aanvallen. Ban Me Thuot valt een dag later als de Zuid-Vietnamezen deserteren of zich overgeven.

Op 13 maart 1975 besluit President Thieu om de Centrale Hooglanden en de twee noordelijke provincies over te laten aan het NVA. Dit veroorzaakt een massale terugtocht van burgers en militairen met wegopstoppingen en chaos tot gevolg. Als de NVA besluit om de terugtrekkende massa’s te beschieten krijgt de terugtrekking de naam van “ Konvooi der Tranen”.

Op 19 maart 1975 komen de NVA leiders bij elkaar, en in het besef dat het Zuid-Vietnamese leger op instorten staat, wordt besloten hun aanvallen op te drijven met een totale overwinning op het oog voor 1 mei 1975.

In de komende dagen vallen de steden Quang Tri City, Tam Ky, Hué, Chu Lai en Da Nang in hun handen.

Op 31 maart 1975 begint het NVA de “ Ho Chi Minh Campagne”, de uiteindelijke doorstoot naar Saigon.

Op 9 april 1975 omsingelen de NVA troepen de stad Xuan Loc op 38 km van Saigon en ontmoeten voor de eerste maal harde weerstand van het Zuid-Vietnamese leger.

Op 20 april 1975 vraagt VS ambassadeur Graham Martin aan President Thieu om zich, aangezien de ernstige toestand, terug te trekken daar hij toch niet in de mogelijkheid zal zijn om met de communisten te onderhandelen.

Tijdens een TV toespraak tot het Zuid-Vietnamese volk op 21 april 1975 maakt een bittere, wenende President Thieu zijn aftreden bekent. Hij beschuldigd de VS van het niet nakomen van hun beloften, veroordeelt de Parijse Vredesovereenkomst, Henry Kissinger en de VS. Daarna verdwijnt hij, geholpen door de CIA, naar Taiwan.

Wordt vervolgt.
Laatst gewijzigd door LEO op 09 nov 2011 16:24, 1 keer totaal gewijzigd.

LEO
Berichten: 180
Lid geworden op: 29 mei 2011 15:44

Re: Vietnamese oorlog

Bericht door LEO » 09 nov 2011 16:23

Op 23 april 1975 begeven 100.000 NVA troepen zich richting Saigon dat nu overweldigd wordt door vluchtelingen. Op dezelfde dag verklaart President Ford in een toespraak aan de Tulane University dat “...het conflict in Vietnam, wat de VS betreft, afgelopen is...”.

Op 27 april 1975 is Saigon omsingeld. 30.000 Zuid-Vietnamese soldaten bevinden zich in de stad maar zijn zonder leiders. Als de NVA begint met de beschietingen van burgerwijken ontstaat er een geweldige chaos die resulteerd in plunderingen en moorden.
Op 28 april 1975 wordt ‘neutralist’ generaal Duong Van “Big” Minh de nieuwe President. Zijn voorstel tot een staakt het vuren wordt door de NVA terzijde geschoven.
Op 29 april 1975 beschiet de NVA de luchthaven van Tan Son Nhut. Zuid-Vietnamese burgers plunderen de luchthaven en President Ford geeft opdracht te starten met operatie’ Frequent Wind’, de evacuatie per helicopter van 7000 Amerikanen en Zuid-Vietnamese burgers.
Op de luchthaven van Tan Son Nhut belegeren vluchtelingen de helicopters en wordt de evacuatie verlegd naar de Amerikaanse ambassade die beveiligd wordt door US Marines in volle gevechtskledij. Maar ook hier loopt het mis als duizenden burgers willen binnendringen in het ambassadeterrein.
Drie VS vliegdekschepen liggen klaar voor de kust om de vluchtelingen op te vangen, maar ook Zuid-Vietnamese piloten landen op de vliegdekschepen. Om plaats te maken voor andere helicopters worden hun $ 250.000 kostende toestellen over boord geduwd.

Op 30 april 1975 om 08:35 vertrekken de 10 laatste Marines vanuit de VS ambassade en besluiten zo de Amerikaanse aanwezigheid in Vietnam.

De Noord-Vietnamese troepen ondervonden weinig tegenstand en om 11:00 wapperde de Rood/Blauwe Viet Cong-vlag boven het Presidentiele Paleis. Generaal Duong Van Minh bepleite een totaal staakt het vuren.

De oorlog was voorbij.


PERSONEN


Hồ Chí Minh (19 mei 1890 - 2 september 1969) was een Vietnamees revolutionair en politicus. Ho Chi Minh werd geboren als Nguyễn Sinh Cung. Toen hij tien jaar was werd zijn naam veranderd in Nguyễn Tất Thành. Gedurende zijn leven heeft hij gebruikgemaakt van vele namen en door de Vietnamezen wordt hij ook wel "Bác Hồ" (Ome Ho) genoemd. Hij was oprichter van de Viet Minh, minister-president van Noord-Vietnam in 1954 en president van Noord-Vietnam van 1954 tot 1969. Omdat Hồ Chí Minh geen dagboekaantekeningen bijhield is het soms moeilijk om de waarheid van de legende te onderscheiden.
In aanraking met het communisme
Hồ omarmde het communisme terwijl hij in Engeland woonde (1915 - 1917) waar hij een opleiding genoot tot banketbakker onder Auguste Escoffier en terwijl hij in Frankrijk (1917 - 1923) woonde. Zijn vader was een confucianistisch leraar en Hồ zelf genoot dan ook een strenge confucianistische opvoeding. In Frankrijk probeerde hij de Franse regering te bewegen tot de onafhankelijkheid van de Unie van Indochina. Hij probeerde dit ook onder de aandacht van de geallieerden te brengen bij de vredesconferentie die leidde tot het vaststellen van het verdrag van Versailles. Hij raakte in die periode ook betrokken bij de oprichting van de Franse communistische partij (hij werd lid in 1920) en ging in 1923 naar Moskou waar hij een agent werd voor het land. Hij gebruikte een aantal pseudoniemen, waarvan Nguyen Ai Quoc (Nguyen de patriot) de bekendste was. In 1930 hielp hij bij de oprichting van de Indochinese communistische partij in Unie van Indochina.
Terug in Vietnam
Na omzwervingen door veel landen in de regio keerde Hồ pas in 1941 terug in Vietnam en nam daar de naam Hồ Chí Minh (hij die verlicht) aan. Hij vocht met de Viet Minh tegen de Japanse bezetters tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op 2 september 1945 verklaarde hij in Hanoi de onafhankelijkheid van de Democratische Republiek van Vietnam en hij las daarbij passages uit de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring voor waarbij hij het woord Engeland verving door Frankrijk. Deze verklaring was hem ter beschikking gesteld door een lid van de OSS, een voorloper van de CIA. Vrijwel onmiddellijk hierna werden Hồ en zijn Viet Minh door de Fransen uit Hanoi verdreven en vochten een zware oorlog uit met de Fransen. Op 2 maart 1946 verklaarde hij zichzelf tot president van Vietnam. Op 6 maart 1946 bereikte hij een akkoord met de Franse regering over de onafhankelijkheid van Vietnam binnen de Unie van Indochina en de Franse unie, maar nog niet een volledige onafhankelijkheid. Teleurgesteld door dit resultaat zette hij de strijd voort. In 1954 brachten de Viet Minh onder leiding van generaal Vo Nguyen Giap een zware slag toe aan het Franse leger in de slag van Dien Bien Phu. Hierna werd op 21 juli 1954 in de Genève-akkoorden een wapenstilstand gesloten en moesten de strijdende partijen zich tijdelijk terugtrekken langs de 17e breedtegraad. De bedoeling was over twee jaar verkiezingen te houden en het land te herenigen. Om opportunistische redenen gebeurde dit echter nooit: in het Noorden was het regime te doctrinair en in het Zuiden vreesde met name de Amerikanen volgens de Domino-theorie de communistische expansie. Daarmee werd de opsplitsing van het land een feit en werd een Noord-Vietnam en een Zuid-Vietnam geboren. Tijdens deze periode was Ho een gematigd lid van de communistische partij, maar hij verloor invloed in de partij ten opzichte van radicalen door de alsmaar voortdurende oorlog. Na de onafhankelijkheid werd de strijd in het zuiden onofficieel voortgezet door oude leden van de Vietminh die nu als de Vietcong tegen de Zuid-Vietnamese regering streden. Ho's leven werd hierdoor voor het grootste gedeelte gekenmerkt door oorlog. Eerst tegen Frankrijk en later tegen Zuid-Vietnam en zijn geallieerden waaronder de Verenigde Staten en Australië.
Tijdens zijn presidentschap was Ho het middelpunt van een persoonlijkheidscultus die sterker werd na zijn dood. Dit was in tegenstelling tot Ho's persoonlijkheid: hij was iemand die er een simpele levensstijl op na hield, zelfs als hem luxe werd aangeboden. Ook stond hij bekend onder zijn vrienden als een gematigd politicus en iemand met een hoge integriteit. Hierdoor kreeg hij de bijnaam Ome Ho. Ho stierf op 2 september 1969 op 79-jarige leeftijd. Zijn lichaam werd, tegen zijn wens, geplaatst in een granieten mausoleum. Hij wilde zelf echter gecremeerd worden en zijn as laten plaatsen op drie Vietnamese bergtoppen. Hij schreef zelf: Niet alleen is crematie goed vanuit het oogpunt van hygiëne, maar het bespaart ook landbouwgrond. De regering van Noord-Vietnam maakte het overlijden van Hồ pas een dag later bekend, omdat hij op Quốc khánh stierf, de nationale feestdag van het land.

Vo Nguyên Giáp (Quang Binh, 25 augustus 1911) was een Vietnamees militair leider. Zijn familienaam is Võ. Vo Nguyen Giap werd geboren in 1911 in de provincie Quang Binh. In die tijd was Vietnam nog een kolonie van Frankrijk. Tijdens zijn studie aan de universiteit van Hanoi werd Giap beïnvloed door de geschriften van Ho Chi Minh, waarna hij zich in de jaren dertig aansloot bij de Indochinese communistische partij. Giap was in die tijd leraar geschiedenis. In 1940 vluchtte Giap naar Zuid-China, waar hij Ho Chi Minh en Pham Van Dong (de latere premier van Noord-Vietnam) ontmoette. Zij besloten het verzet in Tonkin te organiseren. Giap nam deze taak op zich. De eerste guerrillagroepjes werden in 1941 actief. In de loop van de jaren werden deze groepjes langzamerhand samengebundeld tot een strijdmacht die het bergachtige noordoosten van Tonkin ging beheersen. Deze strijdmacht kreeg op 22 december 1944 formeel de naam Vietnamees Bevrijdingsleger.
Nadat in augustus 1945 de Vietnamese onafhankelijkheid was uitgeroepen wijdde Giap zich aan de verdere opbouw van de gewapende macht. Pham Van Dong was in Frankrijk in onderhandeling over de toekomst van Vietnam, maar Giap vermoedde dat de Fransen alleen onderhandelden om tijd te winnen terwijl zij een militaire machinerie in gereedheid brachten om de nieuwe onafhankelijke Vietnamese nationale staat te verpletteren. Giap trof voorbereidingen voor een verdediging, ervan uitgaande dat de oorlog lang zou kunnen gaan duren. In de bergstreken van Tonkin werden verzetsbases gevestigd, waarop de regering, het leger en wat er aan industrie was zich terug konden trekken in geval van een Franse aanval. Giap besteedde veel aandacht aan politieke instructie, niet omdat hij communist was met een voorkeur voor ideologische indoctrinatie, maar omdat hij er als nationalist van uitging dat de strijd vooral politiek zou worden beslist.
In Giaps gedachtegang voerde Vietnam een politieke strijd; in dit opzicht ontleende hij veel aan de ervaringen van de Chinese communisten en aan de politieke en strategische theorieën van Mao Zedong. Belangrijk was wat er gebeurde op politiek en bestuurlijk vlak op het laagste niveau. De gewonde dorpelingen en kleine boeren stonden centraal, het ging om het volk. Ook toen de sterk genoeg was om het te laten aankomen op een geregelde slag concentreerde Giap zijn aandacht op het volk. Het Vietnamese leger was niet zomaar de gewapende arm van een willekeurige regering die over de hoofden en op de ruggen van het volk een oorlog voerde die dat volk in wezen koud liet. Er werd een band gesmeed tussen het volk, de regering en de strijdkrachten, waardoor de Vietnamese vrijheidsoorlog een volksoorlog werd waarin de gehele natie betrokken was. Dit uitgangspunt was nodig om de strijd te kunnen winnen tegen de materieel en technisch superieure vijand die Frankrijk was.
In november 1946 breidde de oorlog zich over het hele land uit. De Fransen kregen geen vat op de bevolking en werden door de guerrilla behoorlijk uitgeput. In 1950 was de slag bij Cao Bang, waar de Fransen een gevoelige nederlaag leden. In de jaren hierna kreeg de oorlog een steeds grimmiger karakter.
De Fransen werden materieel en financieel gesteund door de Verenigde Staten, maar in 1954 slaagden de Vietnamezen erin hen te verslaan in de Slag bij Dien Bien Phu. Dit was het hoogtepunt van Giaps carrière als opperbevelhebber van het Vietnamese leger. Zijn tactiek, die nooit was onderwezen op de Franse militaire academie, had gezegevierd. Na deze Franse nederlaag werd een wapenstilstand gesloten. Op dat moment beheersten de Vietnamezen ongeveer driekwart van het land, waaronder meer dan de helft van wat nu Zuid-Vietnam heet. Na de verdeling van Vietnam en het begin van de opstand in het Zuiden -- er was toen nog geen sprake van enige steun van Hanoi aan de gewapende tegenstanders van de regering in Saigon -- deed Giap uitspraken dat het noorden het volk van het zuiden moest bijstaan. De Amerikanen voerden deze uitspraak aan als een van de vele bewijzen van Noord-Vietnamese slechte bedoelingen. Giaps opmerkingen waren echter meer bedoeld als solidariteitsverklaringen dan als een oproep tot ingrijpen. Pas toen de burgeroorlog in het zuiden in volle hevigheid losbarstte en in 1965 leidden tot achtereenvolgende interventies van de Verenigde Staten en Noord-Vietnam, werd Giap weer direct betrokken bij de oorlog. Al werd het Zuidvietnamese Bevrijdingsleger beïnvloed door Giaps inzichten, Giap zelf gaf geen directe leiding aan de strijd in het zuiden. Zijn hoofdtaak lag in het Noord-Vietnam, waar hij het leger en het volk organiseerde voor de verdediging tegen de Amerikaanse luchtmacht en het voorbereidde op een mogelijke invasie.
Giap is voorgesteld als de man die de Japanners in Tonkin in het nauw dreef, het Franse kolonialisme in Indo-China de nekslag gaf en met succes de Verenigde Staten weerstond. Dat is waar, maar het is niet alles. Ontegenzeglijk was hij een briljant strateeg, maar in Vietnams langdurige oorlog met het Westen lag het kernpunt niet alleen bij de veldheer, maar ook bij het volk.

Ngô Đình Diệm (Hué, Quang Binh, 3 januari 1901 - Saigon, 1 november 1963) was een Zuid-Vietnamees politicus. Van 1955 tot 1963 was hij president van Zuid-Vietnam. Zijn familienaam is Ngô en niet Diệm. Ngo Dinh Diem werd geboren in Hué, de oorspronkelijke hoofdstad van de Nguyen dynastie die over Annam regeerde. Ngo Dinh Diem was afkomstig uit een rooms-katholiek mandarijnenfamilie. Hij studeerde aan het seminarium in New Jersey. In 1933 was Ngo Dinh Diem enige maanden minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet van keizer Bao Dai van Annam; hij trok zich echter terug uit protest tegen het Franse koloniale bewind.
In maart 1945 werd Vietnam door Japan bezet en benoemden Bao Dai tot keizer van heel Vietnam (dus niet alleen maar van Annam). De Japanners wilden aanvankelijk Ngo Dinh Diem aanstellen als premier, maar zagen hier op het laatste moment van af. Later dat jaar, na de Japanse capitulatie, werd Ngo Dinh Diem gedwongen om in ballingschap te gaan in China. In 1946 keerde hij naar Vietnam terug, waar Ho Chi Minh hem probeerde over te halen om zich bij de communisten aan te sluiten, maar hier reageerde hij negatief op toen hij erachter kwam dat zijn oudere broer vermoord was door Ho's aanhangers. Ook pogingen van keizer Bao Dai (die op dat moment in Hongkong verbleef) om zich bij hem aan te sluiten, wees Ngo Dinh Diem af. Nadien leefde hij in ballingschap in de Verenigde Staten van Amerika. Na de terugtrekking van Frankrijk uit Zuid-Vietnam in 1954, keerde Ngo Dinh Diem naar Zuid-Vietnam terug. Bao Dai, die opdat moment staatshoofd was van Zuid-Vietnam belastte hem op 18 juni 1954 met de vorming van een kabinet. Als premier wees hij de Akkoorden van Genève af. Deze akkoorden voorzagen in verkiezingen voor héél Vietnam, gevolgd door hereniging. Ngo Dinh Diem wilde pas verkiezingen houden wanneer de communistische Noord-Vietnamese regering zou aftreden.
Op 26 oktober 1955 hield Ngo Dinh Diem een referendum, waarin de bevolking zich kon uitspreken of men Bao Dai als staatshoofd wilde behouden (Bao Dai was 'staatshoofd' van Zuid-Vietnam, hij was sedert augustus 1945 geen keizer meer), of dat men een republiek wilde met Ngo Dinh Diem als president. Dit referendum verliep oneerlijk. Aanhangers van Ngo Dinh Diem dwongen mensen om voor de republiek te stemmen en tegen Bao Dai. Ngo Dinh Diem 'won' het referendum en werd president van Zuid-Vietnam. Bao Dai ging in ballingschap naar Frankrijk.
Nadat Ngo Dinh Diem president was geworden liet hij zich omringen door Amerikaanse adviseurs en benoemde hij familieleden tot ministers en raadgevers. Ngo Dinh Nhu, zijn broer, werd partijleider van de Can Lao Partij, de presidentiële politieke partij, en omdat Ngo Dinh Diem niet getrouwd was, vervulde Ngo Dinh Nhu's echtgenote, Madame Nhu, het ambt van first lady. Andere broers van Ngo Dinh Diem, Ngo Dinh Canh en Ngo Dinh Luyen vervulden respectievelijk de ambten van gouverneur van Hué en ambassadeur in Londen. Pierre-Martin Ngo Dinh Thuc, de oudere broer van de president, was rooms-katholiek aartsbisschop van Hué.
Onder leiding van de katholieke Ngo Dinh Diem en zijn familie werden Opium-salons, echtscheiding, abortus en bordelen in Zuid-Vietnam verboden. De wetten tegen overspel werden aangescherpt. De gangstergroep rondom Le Van Vien en van een aantal anderen werden opgerold. Een en ander ging echter wel gepaard met openbare terechtstellingen. Ondanks deze maatregelen werd het niet veiliger in Zuid-Vietnam. De Noord-Vietnamese Vietminh werd steeds populairder, evenals haar in Zuid-Vietnam opererende tak, de Vietcong. Eind jaren '50 trachtte Ngo Dinh Diem landhervorming door te voeren, wat mislukte. Na verloop van jaren werd het regime van Ngo Dinh Diem steeds impopulairder, met name onder de Boeddhistische bevolking die vond dat de president de rooms-katholieken voortrok. In de jaren '60 staken sommige Boeddhistische monniken zich in brand als protest tegen het regime. Overigens groeide ook het verzet onder de katholieke aristocratie, die vond dat Ngo Dinh Diem eventuele vredesbesprekingen met Noord-Vietnam in de weg stond.
De Amerikanen kwamen erachter dat het regime steeds minder populair werd en besloten bij een eventuele coup tegen president Ngo Dinh Diem niet in te grijpen. De ambassadeur van de VS, Henry Cabot Lodge, weigerde nog langer met Ngo Dinh Diem te praten en steunde openlijk hoge legerofficieren die bekend stonden om hun negatieve houding ten opzichte van het regime.
Op 1 november 1963 pleegden ontevreden officieren, onder leiding van generaal Duong Van Minh, van het Zuid-Vietnamese leger een staatsgreep. Hierbij kwamen zowel Ngo Dinh Diem als zijn jongere broer, Ngo Dinh Nhu (die het ambt van chef van de veiligheidsdienst bekleedde), om het leven. Madame Nhu, de invloedrijke vrouw van Ngo Dinh Nhu, verbleef op dat moment met haar dochter in de VS; zij beschuldigde de Amerikaanse regering van president John F. Kennedy van betrokkenheid bij de coup.
De broer van Ngo Dinh Diem, aartsbisschop van Hué Pierre Martin Ngo Dinh Thuc († 1984), ontkwam aan de dood doordat hij zich in Rome bevond op het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Later zou deze broer van Ngo Dinh Diem opschudding veroorzaken door zijn niet door Rome goedgekeurde bisschopswijdingen.
.
Ngo Dinh Nhu (7 oktober 1910-Saigon, 1 november 1963), was een Vietnamees politicus. Hij was de jongere broer van president Ngo Dinh Diem van Zuid-Vietnam (1955-1963). Ngo Dinh Nhu was afkomstig uit een rooms-katholiek mandarijnengeslacht. Hij trouwde in 1943 met Tran Le Xuan, een lid van de keizerlijke familie van Annam. Zijn vrouw werd bekend onder de naam Madame Nhu. Ngo Dinh Nhu organiseerde 1953 een anti-Franse demonstratie met als doel de terugtrekking van de Franse troepen in Vietnam. Nadat zijn broer, Ngo Dinh Diem, in 1954 premier was geworden en de Akkoorden van Genève waren getekend, verlieten de Fransen Vietnam. In 1955 werd Ngo Dinh Diem president van Zuid-Vietnam. Ngo Dinh Nhu werd door zijn broer aangesteld als Nationaal Veiligheidsadviseur, in werkelijkheid beheerste hij samen met zijn vrouw de veiligheidsdienst. Omdat president Ngo Dinh Diem niet getrouwd was vervulde Madame Nhu de rol van first lady. Ngo Dinh Nhu stond aan het hoofd van de Can Lao Nhan Vi Dang, de Personalistische Arbeiderspartij. Deze partij hing het personalistisch-socialisme aan, een leer die zich zowel tegen het kapitalisme als het staatssocialisme keert. Ngo Dinh Nhu liet zich als ideoloog van de partij inspireren door de Franse filosofen.
Nadat de Amerikanen steeds meer kritiek uitten op het regime van president Ngo Dinh Diem en zijn familiekliek, gingen met name Ngo Dinh Nhu en Madame Nhu zich tegen de Amerikanen keren. Madame Nhu noemde de "liberalen (d.i. de VS) erger dan de communisten." Ngo Dinh Nhu probeerde in het geheim in contact te komen met de Noord-Vietnamese regering om tot een vergelijk te komen. Hij kwam er ook achter dat er een groep samenzweerders was binnen het leger die van plan waren een staatsgreep te plegen. Ngo Dinh Nhu deed echter alsof hij van niets wist en maakte plannen met een vertrouweling om tijdens een eventuele staatsgreep een contra-coup te plegen om zo de positie van het regime te versterken. Op 1 november 1963 pleegden een groep hoge officieren een staatsgreep. Ngo Dinh Nhu maakte zich eerst geen zorgen, omdat hij dacht alles onder controle te hebben en dat zijn vertrouweling in het leger een contra-coup zou plegen. Het pakte echter anders uit: zijn vertrouweling bleek ook lid te zijn van de groep samenzweerders. Ngo Dinh Nhu en Ngo Dinh Diem werden later die dag opgepakt en meegevoerd in een auto en werden even buiten Saigon doodgeschoten, volgens de officiële versie waren ze 'op de vlucht geslagen'. Madame Nhu, de vrouw van Ngo Dinh Nhu bevond zich ten tijde van de coup in de Verenigde Staten van Amerika. Later emigreerde zij naar Frankrijk.

William Childs Westmoreland (Spartanburg County (South Carolina), 26 maart 1914 – Charleston (South Carolina), 18 juli 2005) was een Amerikaanse generaal, bevelhebber van de Amerikaanse troepen in de Vietnamoorlog. In 1936 werd Westmoreland officier bij de Artillerie. Hij diende onder andere in de Tweede Wereldoorlog en de Koreaanse Oorlog. Van 1964 tot 1968 was hij bevelhebber van de Amerikaanse troepen in de Vietnamoorlog. Na het Tet-offensief in 1968 werden zijn positieve berichten over de stand van zaken van de oorlog in de VS niet langer geloofd. Later dat jaar werd hij vervangen door general Creighton W. Abrams. Generaal Westmoreland heeft tijdens zijn commando voortdurend aangedrongen op uitbreiding van de oorlog tot het grondgebied van Noord-Vietnam, Laos en Cambodja. Immers ook de Vietcong opereerde vanuit die gebieden. President Johnson wilde echter het conflict niet verder uit de hand laten lopen. Westmoreland heeft altijd de stelling verdedigd, dat door de Vietnam-oorlog de verdere verspreiding van het communisme over Azië is voorkomen. Na zijn tijd in Vietnam was Westmoreland van 1968 t/m 1972 bevelhebber van het Amerikaanse leger, waarna hij het leger verliet. In 1974 deed hij mee aan de verkiezingen voor gouverneur van de staat South Carolina, die hij verloor. Hij overleed op 91-jarige leeftijd in het Bishop Gadsden retirement home in Charleston, South Carolina.

Creighton Abrams (Springfield, 15 september 1914 – Washington D.C., 4 september 1974) was een Amerikaans generaal. Hij was de zoon van een spoorwegarbeider en door te werken kon hij zijn studies bekostigen. Aan de militaire academie van West Point werd hij vooral gewaardeerd om zijn wilskracht. In de Tweede Wereldoorlog leidde Abrams als luitenant-kolonel een tankbataljon van Normandië tot in Tsjechoslowakije. Hierbij opereerde zijn eigen tank steeds in de voorste linie. Zijn grootste overwinning was ongetwijfeld de bevrijding van Bastenaken (Bastogne) in 1945. Na de wapenstilstand werd hij aansteld als hoofd van de pantserschool. Bij het uitbreken van de Koreaanse Oorlog ging Abrams opnieuw naar het front. Na Korea verbleef hij nog enige tijd in Duitsland maar al snel kreeg hij een functie bij het Pentagon. Bij onlusten trad hij regelmatig als bevelhebber op. In 1967 werd hij onderbevelhebber van de Amerikaanse troepen in Saigon. Toen het beleid van de opperbevelhebber, generaal Westmoreland, op een mislukking uitliep, nam Abrams diens plaats in. Zijn voornaamste opdracht bestond erin de Amerikaanse troepen geleidelijk te vervangen door Zuidvietnamese. Van 1972 tot kort voor zijn dood in 1974 was hij stafchef van het Amerikaanse leger. Ter ere van Abrams noemde het Amerikaanse leger een zware gevechtstank naar hem: de M1 Abrams.

Maxwell D. Taylor. Na de Tweede Wereldoorlog was Taylor als hooggeplaatst militair betrokken bij de Koreaanse Oorlog en de Vietnamoorlog. Onder president Kennedy werd hij voorzitter van het comité van chef van staven. Na een bezoek aan Vietnam in gezelschap van diens medewerker Walt Rostow adviseerde hij het inzetten van Amerikaanse gevechtstroepen. Uitvoering van zijn advies betekende een keerpunt in de Amerikaanse politiek.
Onder president Johnson werd Taylor van 1964 tot 1965 ambassadeur in Zuid-Vietnam. Op 85-jarige leeftijd is Taylor in Washington overleden. Minister van Defensie Caspar Weinberger prees hem als "een van de grote militairen in de Amerikaanse geschiedenis".

John F. Kennedy. De Koude Oorlog speelde vanaf het allereerste begin de boventoon in Kennedy's buitenlands beleid, dat mede vormgegeven werd door defensieminister Robert McNamara. In december 1960 was het Nationaal Bevrijdingsfront van Zuid-Vietnam opgericht en twee weken voor Kennedy's inauguratie op 20 januari 1961 had Nikita Chroesjtsjov de 'nationale bevrijdingsoorlogen' in Vietnam, Cuba en elders volledige steun van de Sovjet-Unie beloofd. Kennedy refereerde hieraan in zijn inaugurele speech als het 'uur van grootst gevaar' voor de vrijheid. Al in de eerste tien dagen van Kennedy's presidentschap werd een plan gelanceerd om met Amerikaans geld en personeel de Zuid-Vietnamese strijdmachten uit te breiden met 20.000 militairen en 32.000 paramilitairen. De inmenging in de Vietnamese burgeroorlog werd steeds intensiever; begin 1963 waren er 17.000 Amerikaanse militairen aanwezig in Zuid-Vietnam. Het Congres werd buiten de besluitvorming omtrent Vietnam gehouden; op beschuldigingen uit Republikeinse hoek dat hij "niet openhartig" was tegenover zijn volk, antwoordde Kennedy in februari 1962 dat er "geen gevechtstroepen in de gebruikelijke betekenis van het woord daarheen gestuurd" waren. De voornaamste activiteiten van de Amerikaanse krijgsmacht in Vietnam waren troepentransport, opleiding van Zuid-Vietnamese manschappen, luchtsteun bij anti-guerrilla-acties en ontbladering van bossen door o.a. Agent Orange (vanaf 1961). Het aantal Amerikaanse doden in het gebied bedroeg tijdens Kennedy's eerste ambtsjaar 14, het jaar daarop 109. Onder Amerikaanse leiding leken de kansen voor Zuid-Vietnam te keren; gewelddadige deportatie van de Zuid-Vietnamese plattelandsbevolking door de eigen regering speelde hierin overigens ook een grote rol, omdat zo de "Vietcong"-guerrillero's de toegang tot voedsel kon worden ontzegd.[

Lyndon Baines Johnson ook afgekort als LBJ (Stonewall (Texas), 27 augustus 1908 - aldaar, 22 januari 1973) was de 36e president van de Verenigde Staten. Een politicus van de Democratische Partij Johnson was van 1937 tot 1949 Afgevaardigde voor Texas 10e District. Daarna werd hij Senator voor Texas wat hij bleef tot 1961. Tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1960 was Johnson kandidaat voor de nominatie van de Democratische Partij. Hij verloor de nominatie aan John F. Kennedy die Johnson als zijn Running mate koos, samen met Johnson versloeg Kennedy de Republikeinse kandidaat Richard Nixon en zijn Running mate Henry Cabot Lodge. Op 22 november 1963 tijdens een toer door de stad Dallas werd president Kennedy vermoord. Johnson, zelf een Texaan, trad tijdens deze trip op als gastheer, Kennedy is nog op zijn ranch op bezoek geweest. Johnson reed ook mee in dezelfde stoet, maar werd niet geraakt. Hij werd diezelfde dag ingezworen als de 36e president van de Verenigde Staten. Tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1964 werd hij met Running mate Hubert Humphrey ruimschoots herkozen en versloeg hij de Republikeinse kandidaat Barry Goldwater en zijn Running mate William E. Miller. Johnson kan worden gekenschetst als een bekwaam politicus die veel van zijn sociale plannen door het Amerikaans Congres wist te loodsen; dit sociale beleid kreeg van hem de naam Great Society. Hij introduceerde onder andere de Medicare (ziekteverzekering voor bejaarden); ook begon hij met wetgeving ter bestrijding van de milieuvervuiling. Ook op het vlak van burgerrechten was Johnson actief. Op 6 augustus 1965 ondertekende hij de Voting Rights Bill, die zorgde dat het aantal zwarte kiezers en verkozenen exponentieel toenam. Johnson had de Vietnamoorlog als erfenis van John F. Kennedy overgehouden; deze oorlog kostte echter steeds meer geld. Hierdoor ging de Amerikaanse economie eind jaren zestig achteruit, waardoor LBJ zijn Great Society niet kon praktiseren zoals hij dat wilde. De oorlog leidde tot veel oppositie, ook in zijn eigen partij. Voor de presidentsverkiezingen van 1968 kreeg Johnson een geduchte concurrent in Senator Robert Kennedy. Op 31 maart 1968 hield Johnson een televisietoespraak waarin hij aankondigde dat hij zich niet kandidaat stelde voor herverkiezing. Hij verliet het Witte Huis op 20 januari 1969. Johnson overleed op 22 januari 1973 aan een hartstilstand. Hij werd 64 jaar oud. Johnsons weduwe, Lady Bird Johnson overleefde hem ruim 34 jaar.

Richard M. Nixon. Nixon heropende de vredesonderhandelingen met Noord-Vietnam, die uiterst stroef verliepen. Zijn minister van Buitenlandse Zaken, Henry Kissinger, heeft hierin een belangrijke rol gespeeld. Gelijktijdig met de vredesonderhandelingen werden de banden met China en de Sovjet-Unie aangehaald. Deze politiek wordt ook wel driehoeksdiplomatie genoemd. In 1973 leidde dit mede tot de Parijse Akkoorden, hetgeen de VS de mogelijkheid gaf haar inmenging in de Vietnamoorlog te stoppen. Nixons buitenlandse politiek werd gekenmerkt door een geest van toenadering. Door het aanhalen van de betrekkingen met China kwam het einde van de Koude Oorlog in zicht en kon de Vietnamoorlog langzaam worden beëindigd, met behulp van de zogenaamde Nixon-doctrine, die stelde dat Amerika's Aziatische bondgenoten weer verantwoordelijk werden voor hun eigen militaire verdediging, waartoe enkele trouwe bondgenoten (zoals Iran) militair zeer werden versterkt.

William Calley (8 juni 1943) is een voormalig Amerikaans luitenant, die veroordeeld werd als oorlogsmisdadiger. Hij werd verantwoordelijk geacht voor het bloedbad in het Vietnamese dorp My Lai waar Amerikaanse soldaten op 16 maart 1968 tijdens de Vietnamoorlog honderden burgers, vooral vrouwen en kinderen, ter dood brachten.
Het leger probeerde eerst de feiten te verdoezelen, maar later kwam er toch een onderzoek. Alleen William Calley werd in 1971 veroordeeld voor moord met voorbedachten rade en veroordeeld tot levenslang. Twee dagen later beval president Richard Nixon zijn vrijlating. Calley onderging 3½ jaar huisarrest en werd daarna vrijgelaten. Vijfentwintig andere militairen werden ook in staat van beschuldiging gesteld, maar geen van hen werd schuldig bevonden.

Einde.

Gebruikersavatar
one_O_five
Admin
Berichten: 3743
Lid geworden op: 28 mei 2011 14:01
Locatie: Lummen
Contacteer:

Re: Vietnamese oorlog

Bericht door one_O_five » 10 nov 2011 08:44

Dit is een prachtig stuk werk, alleen moet ik opmerken dat dit eigenlijk niet in dit forum past.
Wij hebben het hier over de geschiedenis van het Belgisch leger, uiteraard maakt de oorlog in Korea daar ook deel van uit maar ik denk niet dat er Belgen in Vietnam werden ingezet, of vergis ik me (weer eens).
http://frontsector.be/ -- militaire geschiedenis buiten het ABL gebeuren --

LEO
Berichten: 180
Lid geworden op: 29 mei 2011 15:44

Re: Vietnamese oorlog

Bericht door LEO » 10 nov 2011 18:34

Ja sorry, dat was me volledig ontsnapt.

Er is wel wat werkt aan besteedt maar indien het niet past in het forumkader mag het van mij gerust verwijderdt worden. Geen probleem.

Laat de webmaster maar beslissen.

Groetjes

Plaats reactie

Terug naar “Korea 1950-55 & De Koude Oorlog 1945-1989”