Scheppersinstituut Wetteren tijdens WO I

Het dagelijkse leven in België tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Moderators: Exjager, piot1940, Bram1940

Gebruikersavatar
Paddy
Berichten: 7572
Lid geworden op: 28 mei 2011 10:25
Locatie: Dendermonde, Idiot Trench
Contacteer:

Scheppersinstituut Wetteren tijdens WO I

Bericht door Paddy » 01 jun 2011 06:58

Geplaatst: 22 Feb 2011 23:04
Gepard schreef:Honor Deo, labor mihi, utilitas proximo. Aan God de eer, voor mij het werk, voor de evenmens het nut.
Monseigneur Victor Jan Baptist Corneel Scheppers (Mechelen 25-4-1802 - 7-3-1877), stichter Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid
Monseigneur Scheppers zette zich in voor verwaarloosden, gevangenen, minderjarige delinquenten en kinderen die geen onderwijs konden volgen.

Afbeelding

Het Scheppersinstituut aan de Cooppallaan (vroeger Beirstoppelstraat), links een deel van de nieuwe gebouwen, rechts de kapel van het vroegere St.-Barbaracollege.

Een school wordt opgericht
De geschiedenis van de school begint in 1778 naar aanleiding van de oprichting van de Koninklijke Buskruitfabriek door Jan-Frans Cooppal. Door de primitieve middelen en werkomstandigheden deden zich vaak ontploffingen voor waardoor veel arbeiders om het leven kwamen. Daardoor bleven veel weeskinderen achter.

In 1876 besluiten de nakomelingen van Cooppal een weeshuis te bouwen in de buurt van de fabriek. Het weeshuis wordt, net als de fabriek, onder de bescherming geplaatst van de Heilige Barbara.

In 1878 nemen de broeders van Scheppers de taak op zich om het weeshuis verder uit te bouwen en in te staan voor het onderwijs van de weeskinderen.
Op 20 maart 1879 kwamen de eerste drie broeders naar de wijk Beirstoppel, gelegen op de linkeroever van de Schelde te Wetteren. Het zijn broeder Emmanuel De Cort (de eerste directeur) , broeder Alfons Platner en broeder Frederik Goethals, die tot zijn overlijden in 1902 voor de keuken zou instaan. De kapel en de aalmoezenierswoning waren voltooid; maar de gebouwen waarin de klaslokalen ondergebracht moeten worden waren echter nog niet volledig afgewerkt.

De buskruitfabriek stond dadelijk de oude kantoren af in bruikleen. Het gelijkvloers werd gebruikt als klaslokalen en de eerste verdieping als klooster. Er werd gestart met drie klassen van elk twee studiejaren.

Op 2 juli 1879 werd de kapel plechtig ingewijd door de deken van Wetteren, Eerwaarde Heer De Beuckel. Korte tijd later werd Eerwaarde Heer Walrave aangesteld als eerste aalmoezenier. Hij woonde aanvankelijk bij zijn ouders te Laarne en kwam dagelijks de H. Mis lezen.

De eerste wereldoorlog
Begin 1914, meer bepaald op 25 januari, vierde de Congregatie de 75ste verjaardag van haar stichting. Maar in datzelfde jaar werd België op 4 augustus onder de voet gelopen door het Duitse leger van keizer Wilhelm II ... . St.-Barbara telde op dat ogenblik 320 internen. Bij de aanvang van het krijgsgeweld vluchtten vele wezen en de meeste broeders naar Watervliet.

Broeder directeur Simon De Roy bleef echter te Wetteren, wat hem noodlottig zou worden. Het personeel van St.-Pieter ruilde het overrompelde België voor het veiliger Engeland; vele internen van St.-Barbara volgden dit voorbeeld. Het terugtrekkend Belgische leger had zich schrap gezet op de linkeroever van de Schelde.

St.-Barbara werd een kazerne; voor korte tijd echter want de Duitse pletwals werd niet gestuit door deze stroom. Nog vóórdat het eerste schot werd gelost had het Belgische leger de lokalen van St.-Barbara ontruimd en een compagnie Duitse pontonniers werd er ingekwartierd.

Door de daaropvolgende vijandelijkheden werd de brug over de Schelde vernietigd. Dit feit was er de oorzaak van dat broeder Jaak Massart, gevlucht uit Scheppers-Mechelen en in St.-Barbara overleden op 28 november 1914, begraven werd op het kerkhof van Wetteren-ten-Ede.

Overleven tijdens wereldoorlog I
Wetteren lag in het dicht toegegrendelde Etappengebied, dit is het gebied achter het front, waar rustplaatsen en verplegingsdiensten ingericht werden. St.-Barbara werd gedeeltelijk ingenomen door het bejaardenhuis van Roeselare en nadien ook door dat van Wetteren, beide opgeëist door de bezetter.

Er waren nog een tachtigtal wezen in St.-Barbara; voor de meesten werd geen kostgeld meer betaald. De rantsoenering was gebrekkig, de winter streng, de steenkolen zeldzaam, de financiële toestand wanhopig en de deportaties van jongeren naar Duitsland namen in omvang toe.

De hoeve en de tuin voorzagen gedeeltelijk in de voedselbevoorrading. Een bos canada's van 1,5 ha. gelegen langs de Stooktestraat werd afgezaagd om als brandstof te dienen. Op het omgehakte bos werden aardappelen geplant met éénoogstekken uit rantsoeneringsaardappelen gesneden. In de tuin werden tabak en graan gekweekt. Van de opbrengst van de tabak werden nadien 20000 kg. aardappelen aangekocht. Geen duimbreed grond bleef onbeplant.

Veroordeeld als spionnen
Afbeelding

Gedenkplaat voor broeder directeur Simon De Roy

In oktober 1915 beleefden de broeders de zwartste en droevigste dagen van de oorlog. Door een onverantwoorde onvoorzichtigheid van een hoeveknecht, die drie postduiven op een zolder had verstopt, werden broeder directeur Simon De Roy en broeder Rodolf Embrechts (opzichter op de hoeve) door een Duits krijgsgerecht als spionnen veroordeeld en naar een strafkamp in Düsseldorf weggevoerd.

Het verdikt luidde: broeder Simon 2 jaar en 4 maanden, broeder Rodolf 2 jaar en 6 maanden, de hoeveknecht 2 jaar en de gemeente Wetteren 2000 Mark boete. Broeder Claudius Bosschaert werd dienstdoend directeur van St.-Barbara. Nadien werd broeder René Michielsen benoemd tot directeur.

Broeder Rodolf, jong en sterk, overleefde zijn gevangenschap. Van broeder Simon kwam in 1917 de laatste brief waarin de zieke directeur, uitgeput door ondervoeding en de harde werkvoorwaarden, aan zijn medebroeders in Wetteren schreef: Ik moet nu niet meer werken: eerstdaags mag ik voorgoed op volkomen rust gaan. De censuur had het niet begrepen, zijn vrienden wel: broeder Simon was zijn stervensuur nabij. Hij werd overgebracht naar een lazaret in Lüttringshausen, waar hij op 5 juli 1917 overleed. Op 16 januari 1927 werd het stoffelijk overschot van broeder Simon De Roy naar Wetteren overgebracht. Tot dan was hij begraven geweest op het kerkhof van Lennep in Duitsland onder het grafnummer Z.D. 320. Met veel luister en eerbetoon werd broeder Simon bijgezet op het kerkhof van Wetteren.

Deportatie ongedaan gemaakt
Vanaf eind 1916, begin 1917 namen de deportaties naar Duitsland toe. Vele grotere jongens, ook internen, bleven weg uit de lessen uit vrees opgepikt te worden. Op zekere dag werd het instituut omsingeld door gewapende soldaten. In de kortste tijd moest iedereen klaar zijn om te vertrekken. Allen werden opgesloten ergens in Laarne. Twee broeders vergezelden de groep jongeren vrijwillig.

Intussen had een broeder zich begeven naar de hogere Duitse overheid en deze was terdege geprikkeld omdat men haar voorbij was gegaan. Ze gaf strikt bevel de opgeëisten vrij te laten. 's Anderendaags hadden onze leerlingen al een andere groep jongeren moeten vervoegen van ca. 200 Gentenaars, die onder Duitse geleide de steenweg naar Dendermonde opstapten. Hier ontmoette de broeder hen en toonde de zeer onthutste officier het bevelschrift, waarop deze riep: "Ge moogt allen teruggaan".

Niettegenstaande dit alles, werden met alle gebrekkige middelen vandien, de lessen voortgezet en trachtte men doorheen de oorlogsjaren te komen.

Met dank aan: Adjunct directeur Engels Frans.

Bronnen
Scheppers-Wetteren 100 jaar 1879-1979, Wetteren, 1979.
UYTTENDAELE R., Wetteren 1780-1900. Kroniek van een gemeente, Wetteren, 1980
Greetings from a Little Gallant Belgian
Patrick De Wolf
Militaria-Ruilbeurs Hangar 42 Dendermonde,http://www.facebook.com/Hangar42Militaria
There is a very fine line between "hobby" and "mental illness".

Plaats reactie

Terug naar “België bezet 1914-1918”